Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/III:Deel III: Afronding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/III
Deel III: Afronding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233780:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde en laatste deel van dit onderzoek bevat afrondende beschouwingen. Aan de hand van die beschouwingen kan de laatste deelvraag van dit onderzoek worden beantwoord. Deze vraag luidt: hoe verhoudt een doctrine op grond waarvan de rechter in een voorkomend geval een inhoudelijke beoordeling achterwege moet laten zich tot de trias politica en de rol van de rechter?
In hoofdstuk 10 zal nader worden ingegaan op drie belangrijke aspecten van de trias: de machtenscheiding, het machtsevenwicht en de onafhankelijke rol van de rechter. Bij dit laatste aspect zal vooral de nadruk liggen op de effectieve rechtsbescherming in relatie tot de toegang tot de rechter. De beschouwingen over deze drie aspecten maken het in beginsel mogelijk om de laatste deelvraag van dit onderzoek te beantwoorden.
Toch is daarmee de analyse nog niet geheel afgerond. Ter afronding zal in hoofdstuk 11 nader worden ingegaan in op de actuele discussie over de rol van de rechter en de betekenis van een political question-doctrine in dat verband. Zoals eerder in dit onderzoek is gebleken, gaat de Nederlandse rechter over het algemeen behoedzaam te werk door in verschillende opzichten terughoudendheid te betrachten. Illustratief hiervoor zijn de resolute afwijzing van wetgevingsbevelen en de rechtspraak over de grenzen van de rechtsvormende taak van de rechter. Op bepaalde gebieden komt deze terughoudendheid soms echter minder goed tot uiting. Concreet doel ik dan op de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm uit artikel 6:162 BW. In hoofdstuk 11 zal ik betogen dat niet zozeer het al dan niet ontbreken van een Nederlandse political questiondoctrine, maar veeleer de toepassing van deze zorgvuldigheidsnorm op typisch overheidshandelen een belangrijke reden is voor de kritiek op de rol van de rechter. Het Urgenda-vonnis van de Haagse rechtbank – de aanleiding voor dit onderzoek – is daar een voorbeeld van.
In hoofdstuk 12 vat ik de belangrijkste conclusies van dit onderzoek samen en geef ik antwoord op de hoofdvraag.
10 Political questions en de trias11 De maatschappelijke zorvuldigheidsnorm, political questions en Urgenda12 Conclusies en slotbeschouwingen