Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.2
II.3.2 Effectiviteit en efficiëntie in het algemeen
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS455580:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
B.P.A. van Mil, A.E. Dijkzeul & M. Noordink, ‘Beoordeling effectiviteit “Nieuwe Stijl”’, Tijdschrift voor Toezicht, 2012, 2, p. 82.
P.M. Wright & G.C. McMahan, ‘Theoretical Perspectives for Strategic Human Resource Management’, JOM 1992, 2, p. 295-320, p. 306 en I. Proeller, ‘Outcome-orientation in performance contracts : empirical evidence from Swiss local governments’, IRAS 2007, 1, p. 95-111, p. 97 en C. Pollit & G. Bouckaert, Public Management Reform: A ComparativeAnalysis, Oxford: Oxford University Press 2011, p. 16 en M.D. Taverne, J.F. Nijboer, M.F. Abdoel & S. Farooq, DNA in de databank: de moeite waard?, Den Haag: WODC 2012, p. 50 en B.P.A. van Mil, A.E. Dijkzeul & M. Noordink, ‘Beoordeling effectiviteit “Nieuwe Stijl”’, Tijdschrift voor Toezicht, 2012, 2, p. 82 en K. van Beek & M. Kommer, ‘De staat van veiligheid en rechtvaardigheid’, NJB 2015, 16, p. 1058.
M.D. Taverne, J.F. Nijboer, M.F. Abdoel & S. Farooq, DNA in de databank: de moeite waard?, Den Haag: WODC 2012, p. 51. Overigens blijft de impact van de GKT in het vervolg buiten beschouwing omdat nauwelijks is vast te stellen wat de invloed van de GKT op het veiligheidsgevoel, het vertrouwen in de strafrechtspleging en de generale preventie is. Daarnaast gaat de impact van de GKT het bestek van dit onderzoek te buiten.
De begrippen effectiviteit en efficiëntie gaan over de doeltreffendheid en doelmatigheid van een opsporingsmethode. Wordt het doel dat de methode beoogt te bereiken daadwerkelijk bereikt? Zo ja, hoeveel en welke middelen zijn nodig om het doel te bereiken? In deze paragraaf worden elementen besproken waarmee de vormgeving van de beoordeling plaatsvindt in welke mate een opsporingsmethode effectief en efficiënt is. Hiervoor wordt voornamelijk geput uit een klassiek model uit de organisatiekunde.1 Om te beoordelen of een proces in een organisatie effectief en efficiënt is, dient te worden bekeken wat de input, throughput, output, outcome (en impact) is.2
De efficiëntie van een bevoegdheid hangt af van de hoeveelheid middelen (input), taken, processen en activiteiten die worden uitgevoerd (throughput) die noodzakelijk zijn om de resultaten van de methode (output) te verkrijgen. Een voorbeeld: om te beoordelen of een DNA-profiel matcht met de profielen in de database zijn als input personeel (arts en opsporingsambtenaren) en goederen (onder andere een naald of een wattenstaafje) noodzakelijk. Daarnaast is – als throughput – apparatuur en personeel nodig om het lichaamsmateriaal te vervoeren en de analyse te verrichten. Als output komt uit de inzet van de DNA-vergelijking een rapport waarin staat of en in welke mate het onderzochte profiel overeenkomt met een profiel dat is opgenomen in de database. Als de input, throughput en output bekend zijn, kan de efficiëntie van een opsporingsmethode worden berekend.
De berekening van de effectiviteit van het proces begint bij het resultaat (output). De effectiviteit van een proces (in dit geval het inzetten van de DNA-vergelijking als opsporingsmethode) hangt af van de vraag of het doel (waarheidsvinding) wordt bereikt. Als het resultaat van de methode een bijdrage levert aan het doel, dan is de methode (in bepaalde mate) effectief. Dit is de outcome van de bevoegdheid. De impact van de methode ziet op neveneffecten die worden bereikt door de methode te gebruiken. Zo kan worden gedacht aan het toenemen van het veiligheidsgevoel onder burgers of het toenemen van het vertrouwen in de strafrechtspleging als een nieuwe opsporingsmethode wordt gecreëerd of een generaal preventieve werking doordat de samenleving weet dat beter kan worden opgespoord.3
Voordat een opsporingsmethode in de praktijk kan worden gebruikt, dient te worden vastgesteld hoe effectief de methode is. Het is namelijk verspilling om kosten te maken bij de inzet van een methode, terwijl die methode het beoogde doel niet bereikt noch kan bereiken. De vraag naar de effectiviteit van een opsporingsbevoegdheid gaat over de invloed van de methode op de doelen van de strafrechtspleging. Een opsporingsmethode is doeltreffend als de toepassing ervan een bijdrage levert aan de waarheidsvinding. Om te voorkomen dat fouten worden gemaakt – het onjuist uitsluiten van daderschap (een vals-negatieve fout) of onjuist aannemen van daderschap (een vals-positieve fout) – dient de informatie die door opsporingsbevoegdheden wordt verkregen betrouwbaar en conform de werkelijkheid te zijn. Een opsporingsmethode is derhalve effectiever naar mate de bevoegdheid met een grotere mate van zekerheid bijdraagt aan de waarheidsvinding.
Binnen het onderdeel ‘uitkomst’ zijn mijns inziens de validiteit en betrouwbaarheid van de methode essentiële aandachtspunten om een opsporingsbevoegdheid op zijn effectiviteit te toetsen. Betrouwbare resultaten van een valide methode bepalen namelijk mede de waarde van de verkregen informatie. Validiteit houdt in dat de methode meet wat hij behoort te meten, dat met de methode accurate resultaten worden verkregen. Hiervoor moeten structurele, systematische meetfouten afwezig zijn. Bij structurele fouten, zoals een weegschaal die altijd vijf kilo te veel aangeeft, wordt niet gemeten wat wordt beoogd, namelijk het accurate gewicht (terwijl de metingen wel consistent zijn, namelijk telkens precies vijf kilo te veel). Betrouwbaarheid gaat over de consistentie en herhaalbaarheid van de resultaten. Betrouwbare resultaten zijn resultaten die consistent zijn, bij herhaalde afname onder gelijke omstandigheden een gelijke uitkomst opleveren. Hiervoor moet de afname vrij van incidentele, toevallige meetfouten zijn. Als een weegschaal afhankelijk van de ondergrond waarop hij staat en of hij waterpas staat een afwijkend gewicht aangeeft, levert hij geen betrouwbare resultaten op. (Overigens is betrouwbaarheid een voorwaarde voor validiteit zodat de weegschaal in het tweede voorbeeld ook niet valide is.) Alleen als een opsporingsbevoegdheid in voldoende mate betrouwbaar en valide is, wordt met een bepaalde mate van zekerheid de waarheid vastgesteld. Anders zijn de kansen te groot dat vals-negatieve of -positieve informatie de beslissingen van de officier van justitie of de rechter beïnvloeden. Dus hoe hoger de validiteit en betrouwbaarheid van een methode, hoe belangrijker de bijdrage aan de waarheidsvinding en hoe effectiever die is.
In de volgende paragraaf (3) wordt van (neuro)geheugendetectie een overzicht gegeven van punten die een rol spelen bij de beoordeling van de validiteit en de betrouwbaarheid van de methode. Voor deze test geldt dat de betrouwbaarheid van de test voor een groot gedeelte onafhankelijk van andere informatie is te onderzoeken. Gebaseerd op algemeen aanvaarde principes uit de cognitieve neuropsychologie en door gebruik te maken van erkende meetmethoden (zoals de EEG) kan over de GKT, mede op basis van de resultaten van de wetenschappelijke literatuur, worden geoordeeld met betrekking tot de validiteit en betrouwbaarheid van de test.
In de daarop volgende paragraaf (4) worden de input, throughput en output bekeken om de efficiëntie te beoordelen en de output en outcome om de effectiviteit te evalueren. Eerst bekijk ik het resultaat en uitkomst van de GKT om daarmee de effectiviteit vast te kunnen stellen omdat eerstens duidelijk moet zijn of, en zo ja in welke mate, een bevoegdheid zijn doel bereikt. Pas als dat het geval is, heeft de vraag nog relevantie of het doel op een efficiënte manier wordt bereikt. Vervolgens wordt pas bekeken of (neuro)geheugendetectie een efficiëntie methode is.