Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.10:IV.A.10. Art. 4:147 BW overgangsrechtelijk
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.10
IV.A.10. Art. 4:147 BW overgangsrechtelijk
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408231:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel ik hierna in een apart onderdeel op het overgangsrecht en meer in het bijzonder op het fenomeen 'boedelberedderaar' zal terugkomen, wil ik thans reeds kort stilstaan bij een vraagstuk dat zich in de praktijk kan en ook veelvuldig zal voordoen in het kader van art. 4:147 BW. Bij executeurbenoemingen die onder oud erfrecht gedaan zijn, heeft men in beginsel nog geen rekening kunnen houden met de mogelijkheid om de executeur te ontheffen van zijn overlegverplichtingen als bedoeld in lid 2 van art. 4:147 BW. Ofhet de bedoeling van erflater geweest is om zulks te doen, zal in beginsel een vraag van uitleg zijn.Via het bepaalde in art. 133 Overgangswet, zal door het eventuele gebruik van de term bezit of een variant daarop al snel geconcludeerd kunnen worden dat er sprake is van een beheersexecuteur in de zin van art. 4:144 BW met de bevoegdheid om goederen te gelde te maken als bedoeld in art. 4:147 BW. Vervolgens zijn dan in beginsel ook de overlegverplichtingen als bedoeld in lid 2 van het betreffende artikel van toepassing, tenzij erflater deze heeft uitgesloten. Deze uitsluiting kan met een overgangsrechtelijke bril op ook impliciet gedaan zijn. Dit laatste is mijns inziens het geval, daar waar erflater bijvoorbeeldheeft aangegeven dat hij de executeur alle bevoegdheden heeft gegeven die de wet hem toestaat aan de executeur te geven of een soortgelijke frase, of daar waar hij woorden gebruikt als alles in de 'ruimste zin des woords'. Ook het gebruik van de term boedelberedderaar kan een aanwijzing zijn, maar over dit fenomeen hierna in Hfdst.VI meer.