NJB 2025/1900:Prejudiciële procedure. Buy now, pay later. Achteraf betalen bij een online aankoop. Naar aanleiding van prejudiciële vragen van de kantonrechter aan de Hoge Raad, heeft deze in HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006 prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Het HvJ EU heeft die vragen beantwoord in HvJ EU 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:895. Nu beantwoordt de Hoge Raad de overgebleven vragen van de kantonrechter. Hoge Raad: 1. Wettelijke rente en incassokosten. Bij beantwoording van de vraag of sprake is van een krediet ‘zonder kosten’ (of ‘met onbetekenende kosten’) mogen vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten niet in aanmerking worden genomen, behalve in het geval dat de kredietgever er met het oog op economisch voordeel op anticipeert dat de consument zijn betalingsverplichting niet zal nakomen. 2. Geruime tijd. De enkele omstandigheid dat de consument vrijwel onmiddellijk de koop op krediet sluit, dwingt niet tot het oordeel dat de precontractuele informatie niet ‘geruime tijd’ voordien is verstrekt. 3. Kredietwaardigheidstoets. De rechter is niet verplicht om ambtshalve te toetsen of de kredietgever het krediet niet had mogen aangaan op grond van art. 113 lid 1 BGfo (een nationale bepaling inzake overkreditering). De rechter moet wel ambtshalve toetsen of de kredietgever de kredietwaardigheid van de consument heeft beoordeeld.