Einde inhoudsopgave
RvdW 2017/1003
Het proces-verbaal had als schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, nu namens de verdachte de wens te kennen was gegeven om deze persoon te (doen) ondervragen.
HR 19-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2407
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 september 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
16/02162
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2407, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑09‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:921, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑07‑2017
Essentie
Het proces-verbaal had als schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, nu namens de verdachte de wens te kennen was gegeven om deze persoon te (doen) ondervragen.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 april 2016, nummer 23/003651-15, in de strafzaak tegen: [verdachte], adv.: P.H.L.M. Souren, te Amsterdam.
Conclusie
Conclusie A-G mr. P.C. Vegter:
1.
De verdachte is bij arrest van 5 april 2016 door het hof Amsterdam wegens “overtreding van het bij artikel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.