NJB 2026/368
Overdrachtsbelasting. Uitleg consolidatieregels artikel 4-lichamen.
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:202
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/01387
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:HR:2026:202, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1146, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
- Wetingang
(art. 4 Wet belastingen van rechtsverkeer)
Essentie
Overdrachtsbelasting. Uitleg consolidatieregels artikel 4-lichamen.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Consolidatieregeling
3.2.1
Het middel faalt. De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het voor de toepassing van artikel 4, lid 4, letter a, van de Wet BRV niet mogelijk is het belang van de zonen in de werkmaatschappijen mee te tellen bij de beoordeling van de belangen van de drie BV’s in die werkmaatschappijen, omdat daarvoor is vereist dat de zonen ook een belang hebben in deze BV’s.
3.2.2
Het middel doet tevergeefs een beroep op een taalkundige uitleg van de woorden ‘al dan niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.