Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.5.1:18.3.1.5.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.5.1
18.3.1.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS499679:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. A-G Wattel, conclusie bij HR 27 juni 2001,BNB 2002/28 (m.nt. Feteris); FED 2002/89 (m.nt. Aardema), pt. 3.2.
Hetzelfde geldt voor het doen van belastingaangifte. Vgl. Wattel 1992, pt. 3.
Zie buiten het belastingrecht onder meer HR 9 oktober 1984, NJ 1985, 176 en HR 8 januari 1985, NJ 1985, 381.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van een strafrechtelijk verhoor is zoals gezegd alleen sprake wanneer een onderzoek plaatsvindt in de sfeer van het strafrecht.1 art. 29 Sv heeft dus geen betrekking op procedures waarin geen sprake is van strafvordering, zoals een belastingprocedure.2 Een regulier verzoek om inlichtingen ex art. 47, lid 1, onder a AWR levert geen verhoor in strafrechtelijke zin op.3 Een beroep op art. 29 Sv tegenover de inspecteur en de voor hem werkzame controleambtenaren is evenmin aan de orde wanneer bestuurlijke boeteoplegging dreigt.4 Hieraan doet niet af dat het opleggen van een bestuurlijke boete kan worden aangemerkt als een criminal charge in de zin van art. 6, lid 1 EVRM. Deze kwalificatie brengt immers niet met zich mee dat op de boeteprocedure de regels en/of beginselen van het nationale strafrecht van toepassing zijn.5
De omstandigheid dat fiscaal controleambtenaren nog nauwelijks over opsporingsbevoegdheden beschikken, sluit niet uit dat zij tijdens een controleonderzoek inlichtingen ex art. 47, lid 1, onder a AWR voor strafvorderlijke doeleinden vorderen. Ook zonder dit oogmerk kunnen zij verklaringen verkrijgen, die de verdachte kunnen belasten in een (komende) strafprocedure. Hierna maak ik een onderscheid tussen inlichtingen die uitsluitend een strafvorderlijk belang hebben (zie § 18.3.1.5.2) en inlichtingen die een gemengd heffings- en strafvorderlijk belang hebben (§ 18.3.1.5.3). Ik merk nu al op dat de betekenis van art. 29 Sv voor de fiscale toezichtssfeer gering is.