Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.5.2.2
2.5.2.2 Europees niveau
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633510:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Grabenwarter 2014, p. 236.
Eweida and others v. United Kingdom, 15 januari 2013, par. 81; Bayatyan v. Armenia, 7 juli 2011, par. 110; Campbell and Cosans v. the United Kingdom, 25 februari 1982, par. 36.
Campbell and Cosans v. the United Kingdom, 25 februari 1982, par. 36.
Grabenwarter 2014, p. 240; Malcolm Evans 1997, p. 293; Vleugel 2018, p. 444.
ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715, r.o. 9 en 9.4.
Zie de toelichtingen op artikel 6 van de Grondwet, Kamerstukken II 1975/76, 13872, nr. 3, p. 29 en Kamerstukken II 1976/77, 13872, nr. 7, p. 24-25.
Hoewel de term ‘belief’ in artikel 9 EVRM een ruime interpretatie kent en elke ideologische overtuiging omvat, geniet niet elke persoonlijke mening of idee de bescherming van deze bepaling.1 De opvatting moet volgens het EHRM wel aan bepaalde vereisten voldoen om als ‘belief’ te worden aangemerkt. Net als voor religie hanteert het Hof ook hier de maatstaf dat ‘beliefs’ dan wel ‘convictions’ (respectievelijk Engelse en Franse versie van de bepaling) verwijzen naar opvattingen die ‘attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’.2 De term ‘belief’ is volgens het Hof dus niet synoniem met ‘opinions’ of ‘ideas’ in artikel 10 EVRM.3 Het moet gaan om een samenhangende kijk op fundamentele vraagstukken of een wereldbeeld.4
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze EHRM-criteria toegepast op het pastafarisme en kwam tot de conclusie dat het pastafarisme hier niet aan voldeed en dus ook niet als een levensovertuiging in de zin van artikel 9 EVRM kan worden aangemerkt5 en evenmin als de in artikel 6 GW gewaarborgde vrijheid van levensovertuiging, die evenzo aan de aan godsdienst gestelde criteria moet voldoen.6
Ik verwijs verder naar wat ik hiervoor in paragraaf 2.3.2.2 heb opgemerkt over religie, omdat dat eveneens van toepassing is op levensbeschouwing.