25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.3:22.3 Vervolg
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.3
22.3 Vervolg
Documentgegevens:
mr. dr. L.M. Koenraad, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L.M. Koenraad
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Men leze in dit verband overigens R.J.N. Schlössels, ‘Inleiding’, in: R.J.N. Schlössels e.a. (red.), In beginsel. Over aard, inhoud en samenhang van rechtsbeginselen in het bestuursrecht, Deventer: Kluwer 2004, p. 13-45. Aan het eind van dit artikel (p. 37-38) roept hij op tot het betrachten van terughoudendheid bij het codificeren van rechtsbeginselen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
We hebben gezien dat bestuursorganen en burgers over en weer rechten en plichten hebben, alsook dat die rechten en verplichtingen met elkaar corresponderen. Daarom is het niet gewaagd om te stellen dat de relaties tussen bestuursorganen en ‘hun’ burgers niet alleen wordt beheerst door geschreven regels en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, maar ook door algemene beginselen van behoorlijk burgerschap.
Sommige beginselen van behoorlijk burgerschap hebben bij beoefenaren van het Nederlands bestuursrecht al ingang gevonden, zoals de informatieplicht (paragraaf 2.1) en de stelplicht (paragraaf 2.5). Die plichten zijn – zij het niet heel uitdrukkelijk – gecodificeerd; zie respectievelijk artikel 4:2 lid 2 Awb en artikel 6:5 lid 1 sub d Awb.
Andere algemene beginselen van behoorlijk burgerschap worden nog niet in brede kring herkend, zoals de beginselen die ik – wellicht niet heel trefzeker – heb omschreven als de integriteitsplicht (paragraaf 2.2), de terughoudendheidsplicht (paragraaf 2.3), de duidingsplicht (paragraaf 2.4) en de ageerplicht (paragraaf 2.6).
Wat mij betreft verdienen die beginselen om twee redenen codificatie.1 Ten eerste: bestuursrechters kunnen aan het niet naleven van beginselen van behoorlijk burgerschap serieuze consequenties verbinden, wat een wettelijke verankering rechtvaardigt, zeker als het recht op procederen als zodanig onder druk staat (zoals bij misbruik van procesrecht). Ten tweede: het uitdrukkelijk benoemen van beginselen kan bijdragen aan belangrijke rechtsvorming (zoals de ontwikkeling van het bestuursrechtelijk bewijsrecht, naar aanleiding van artikel 3:2 Awb en artikel 4:2 lid 2 Awb).