Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/6.1
6.1 Inleiding
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten1
- JCDI
JCDI:ADS288422:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jaap van Slooten is als advocaat betrokken bij sommige in dit artikel genoemde platforms en heeft zich om die reden afzijdig gehouden van de passages die op die platforms betrekking hebben.
Zie hierover bijvoorbeeld ook Devolder 2019, part III.
Soms lijkt men de opvatting tegen te komen dat een platform om deze reden dezelfde positie zou innemen als een zogenoemde Internet Service Provider, die ingevolge art. 6:196c BW niet snel aansprakelijk is voor informatie op zijn website. Hierover ook kritisch Schaub 2020/13.
Zoals in het geval van Uber, vgl. HvJ 20 december 2017, C-434/15, ECLI:EU:C:2017:981 (Uber Spain), r.o. 39.
Althans, partijen hebben niet expliciet een arbeidsovereenkomst beoogd; het is mogelijk dat de rechter de rechtsverhouding toch als arbeidsovereenkomst kwalificeert.
Schaub 2020 behandelt alle soorten platforms en besteedt vooral veel aandacht aan platforms waar zaken worden verkocht.
ECLI:NL:RBAMS:2019:4546 (Helpling).
Wij willen ons hier niet erover uitlaten of zo’n voorbeeld exact voldoet aan de omschrijving, mede nu platforms regelmatig hun werkwijze aanpassen.
De positie van werkenden en afnemers bij een platform wordt meestal benaderd vanuit het arbeidsrecht.2 In deze bijdrage kiezen wij een andere invalshoek, teneinde te analyseren in hoeverre de gewone privaatrechtelijke regelingen een vorm van sociale bescherming bieden.
Vooraf introduceren we enkele termen. Met ‘platform’ bedoelen we hier een onderneming die functioneert als tussenpersoon om aanbiedersin contact te brengen met afnemers (meestal consumenten, maar dat is niet per se nodig), met behulp van een app en/of een website.3 De bedoeling is dat er een overeenkomst tot stand komt met de afnemer: deze kan strekken tot dienstverlening, huur, aflevering van producten, bruikleen en dergelijke. De totstandkoming kan op verschillende manieren plaatsvinden: vaak kan de overeenkomst alleen met tussenkomst van het platform worden gesloten,4 maar soms is het platform louter faciliterend en kunnen partijen vervolgens zelfstandig de overeenkomst sluiten (zoals bij Werkspot of Marktplaats).
Wij beperken ons in deze bijdrage tot gevallen waar een afnemer vraagt om het verrichten van een dienst, en via een platform in contact komt met een natuurlijk persoon die deze dienst verricht (wij noemen deze ‘platformwerker’), terwijl deze persoon geen arbeidsovereenkomst5 met het platform heeft. Het gaat dus niet om gevallen als verkoop van zaken (zoals op Marktplaats of eBay) of verhuur (zoals bij Airbnb). Wel kan de analyse die hierna volgt ook voor dergelijke verhoudingen relevant zijn.6
Het is zinvol te onderscheiden tussen drie typen platforms die in de praktijk veel voorkomen.
Het platform als facilitator. Het platform is tamelijk passief en faciliteert slechts dat de platformwerker met de afnemer in contact komt. Een mogelijk voorbeeld is Werkspot, waar particulieren klussen kunnen uitzetten en waar vaklieden op eigen initiatief kunnen offreren.
Het platform als bemiddelaar. Afnemers benaderen het platform, dat uit een bestaand bestand van dienstverleners mogelijke kandidaten selecteert. Deze vorm kan worden gezien als bemiddeling7 en houdt het midden tussen variant a) en c). Een mogelijk voorbeeld8 is Helpling, waar particulieren kunnen vragen om schoonmaakhulp, waarna Helpling het mogelijk maakt om in aanmerking komende kandidaten te selecteren, en een geselecteerde kandidaat vervolgens kan accepteren.
Het platform als dienstenaanbieder. Het platform bepaalt grotendeels de vorm en inhoud van de dienst. Als voorbeeld kan dienen Uber.
Zulke platforms zijn moeilijk te passen in de bestaande regels. Toch zullen wij hiertoe een poging ondernemen. In paragraaf 6.2 behandelen wij allereerst de positie van het platform volgens de regels van het verbintenissenrecht. In paragraaf 6.3 onderzoeken we de positie van de platformwerker voor zover hij aanspraak kan maken op regels ter bescherming van quasiwerknemers. Wij sluiten in paragraaf 6.4 af met een korte conclusie.