Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/4.1:4.1 Inleiding
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS304208:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de traditionele interpretatie van de driefasenleer volgde dat er zich tijdens de onderhandelingen een fase kan voordoen waarin het partijen weliswaar nog vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig af te breken, maar dat die vrijheid alleen bestaat wanneer — kort gezegd — de kosten van de wederpartij die deze in het kader van de onderhandelingen heeft gemaakt, worden vergoed. Zulks bij wijze van een quasi rechtmatigedaadsconstructie.1 Op de juridische kwalificatie van deze constructie kom ik in het hiernavolgende nog uitvoerig terug. In hfdst. 3 gaf ik, als één van mijn bezwaren tegen de driefasenleer, al aan dat het geenszins in alle gevallen zo behoeft te zijn dat een "fase" waarin kosten dienen te worden vergoed, noodzakelijkerwijs voorafgaat aan het stadium waarin het eenzijdig afbreken van onderhandelingen niet meer vrij staat.2 In tegendeel: naar ik meen (en zoals ik hierna nader zal toelichten) zal een dergelijke situatie eerder uitzondering zijn dan regel. In dit hoofdstuk zal nader worden ingegaan op het leerstuk van de vergoeding van onderhandelingskosten in de precontractuele fase. Daartoe zal ik allereerst teruggrijpen op de formulering in het arrest Plas/Valburg. Vervolgens zal ik aan de hand van enige literatuur en jurisprudentie onderzoeken hoe het leerstuk er thans voor staat na het arrest JPO/CBB, hoe het zich naar mijn mening zou dienen te ontwikkelen en wat de mogelijke grondslagen voor vergoeding van onderhandelingskosten zouden kunnen zijn.