Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/I.3.2
I.3.2 Interne en externe rechtsvergelijking
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382187:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 334-342 W. Venn. voor de BVBA en art. 635-644 W. Venn voor de NV die geen publiek beroep op het spaarwezen doet of heeft gedaan. Zie voor een bespreking van de invoering van de Belgische regeling: Nelissen Grade (1995).
De BES-eilanden zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij zijn openbare lichamen binnen Nederland. Curaçao en Sint Maarten zijn vanaf 10 oktober 2010 aparte landen. Aruba kent geen uittredingsprocedure.
Zie section 994 (1) en 996 (1) en (2) Companies Act 2006. Voor een uitgebreide bespreking van de unfair prejudice remedy verwijs ik naar De Vries (2010), p. 81-137.
Zie over de Austritt: De Vries (2010), p. 157-185. In het rapport van de Commissie Vennootschapsrecht uit 1975 waarin een eerste ontwerp van de geschillenregeling was opgenomen, werd nog aandacht besteed aan de ontbinding pour justes motits in het Franse en Belgische recht. Dit bracht echter de ontbinding van de totale vennootschap mee, en niet enkel de uittreding of uitstoting. Ook besprak de Commissie Vennootschapsrecht een Duitse ontwerpregeling voor de Ausschluss en Austritt. Tot een wet kwam het bij onze oosterburen niet. Zie Rapport Cie Vennootschapsrecht (1975), p. 6-9.
De interne rechtsvergelijking is meerzijdig. Ten eerste vertoont de geschillen-regeling verwantschap met andere ondernemingsrechtelijke procedures, zoals de uitkoop (art. 2:92a/201a BW). De uitkoop is eveneens een procedure tussen aandeelhouders. Het resultaat bestaat bij een toewijzend vonnis ook uit een gedwongen aandelenoverdracht. Ik put daarom inspiratie uit deze procedure voor een oplossing van de gesignaleerde knelpunten in de geschillenregeling. De vergelijking heeft tot voordeel dat zij kan leiden tot meer homogeniteit in het ondernemingsrecht. Naast de procedures bieden andere terreinen van het ondernemingsrecht eveneens aanknopingspunten. De norm voor het uiteengaan van de vennoten in een personenvennootschap dient bijvoorbeeld als vergelijkingsmateriaal voor een soortgelijke situatie bij de kapitaalvennootschappen waarvoor de wettelijke geschillenregeling geldt.
De geschillenregeling maakt door haar plaats in boek 2 BW deel uit van het civiele recht. De begrippen en normen die aan het burgerlijk recht ten grondslag liggen, vormen een alternatieve inspiratiebron voor de bespreking van de oplossingen die nodig zijn bij de uitstoting en de uittreding. Ik bezie of met toepassing van een algemeen procesrechtelijk voorschrift de procesrechtelijke imperfecties en onduidelijkheden van de geschillenregeling verduidelijkt en aangepast kunnen worden.
Voor de externe rechtsvergelijking is gekozen voor twee rechtsstelsels die eveneens een wettelijke geschillenregeling hebben: België en de Caribische delen van het Koninkrijk. Ik vergelijk deze stelsels op geïntegreerde wijze, ofwel per te bespreken onderwerp. Indien voor de oplossing van een knelpunt in de Nederlandse regeling uitkomst kan worden gevonden, besteed ik aandacht aan de in België of de in de Caribische delen van het Koninkrijk gekozen weg. Een afzonderlijke bespreking van de respectieve wettelijke regelingen in het buitenland bevat dit boek derhalve niet.
De Belgische regeling is destijds geïnspireerd op onze uitstoting en uittreding, waarbij de uitstoting wettelijk is verbasterd tot `uitsluiting'.1 In Nederland heerst de gedachte dat de geschillenregeling in België goed functioneert. Dit is slechts deels het geval. Het is zo dat in België beduidend meer geschillenregelingprocedures dan in Nederland worden gevoerd. Uit door mij gevoerde gesprekken met medewerkers van het Jan Ronse Instituut van de Katholieke Universiteit Leuven en enkele advocaten blijkt dat in België de indruk bestaat dat de geschillenregeling redelijk eenvoudig kan worden 'misbruikt', omdat de rechter de vordering tamelijk eenvoudig toewijst. Indien een aandeelhouder enigszins dwarsligt, kan zijn medeaandeelhouder dreigen met 'het opbouwen van een dossier' en het vervolgens instellen van een uitstotings- of uittredingsprocedure. Voor de procedurele aspecten geldt dat de Belgische regeling niet de — wellicht verwachte — inspiratie zal bieden voor oplossing van de knelpunten in de Nederlandse regeling.
De geschillenregelingvariant van de oude Nederlandse Antillen kent enkel de uittreding. Ook voor deze procedure is geput uit art. 2:343 BW. Per 10 oktober 2010 is de regeling van art. 2:251-2:256 BWNA overigens ongewijzigd overgeheveld naar de respectieve wetboeken voor Curaçao, Sint Maarten en de zogenoemde BES-eilanden2 Om een opsomming in drievoud te voorkomen, verwijs ik in dit boek naar de bepalingen uit het (oude) BWNA.
Enkele andere rechtsstelsels kennen eveneens de gedwongen aandelenoverdracht. In Engeland is er de unfair prejudice remedy. Op grond van deze regeling kan een member van alle soorten vennootschappen de rechter vragen iedere voorziening te treffen die hij nodig acht. Een van die voorzieningen is de uittreding. De procedure tot overdracht van de aandelen is verder niet uitputtend geregeld.3 In Duitsland heeft een aandeelhouder van een GmbH een recht op Austrift indien zich een wichtiger Grund voordoet. Dit recht is jurisprudentieel vormgegeven, een wettelijke basis ontbreekt.4
Een op dezelfde leest als de Nederlandse geschillenregeling geschoeide procedure zijn de unfair prejudice remedy of de Austritt echter niet. Dit bemoeilijkt een vergelijking van de regelingen, met name van de procesrechtelijke aspecten. Met de keuze voor rechtsstelsels die een wettelijke geschillenregeling kennen, is de externe rechtsvergelijking in het onderzoek functioneel. Voor de oplossing van de knelpunten in de Nederlandse regeling bieden de bepalingen in de Belgische en Antilliaanse regeling, waar nodig, inspiratie. Het feit dat de uitstoting en uittreding in deze landen eveneens een wettelijke basis kennen, verhoogt dus deze vergelijkbaarheid. De aard van de regelingen is identiek.
Tot slot speelt voor de keuze van België en de Antillen mee dat — anders dan bijvoorbeeld bij de Duitse en Engelse regeling — minder rechtsvergelijkend onderzoek naar deze geschillenregelingen voorhanden is.