Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/3.3
3.3 Het beginsel van nationale behandeling in het land van oorsprong: genesis van het huidige <geenverwijzing>art. 5 lid 3geenverwijzing>
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466481:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Röthlisberger 1906, p. 31-32.
In Berlijn werd de tekst van het Berner beginsel van nationale behandeling op het punt van het land van oorsprong aangescherpt. In de conventie van 1886 werd gesproken over 'les autres pays', hetgeen voor meerdere uitleg vatbaar bleek te zijn (zie daarover Röthlisberger 1906, p. 126-128). Teneinde elk misverstand uit te weg te ruimen, kozen de Berlijnse verdragsopstellers voor 'les pays autres que le pays d'origine de l'ceuvre', zie Actes BC 1908, p. 236-237 (Rapport de la Commission).
Actes BC 1908, p. 241-243 (Rapport de la Commission).
Actes BC 1908, p. 241 (Rapport de la Commission).
Zie noot 176 van hoofdstuk 2 over deze terminologie.
Actes BC 1908, p. 242 (Rapport de la Commission); Wauwermans 1910, p. 80.
De officiële Nederlandse vertaling in Stb. 1912, 323 luidt als volgt: Art. 5. De onderdanen van een der Verbondslanden, die in een ander land van het Verbond voor het eerst hunne werken openbaar maken, hebben in dat laatste land dezelfde rechten als de auteurs die nationalen van dat land zijn. Art. 6. De auteurs die, niet tot een der Verbondslanden behoorende, voor het eerst hunne werken openbaar maken in een land van het Verbond, genieten in dat land dezelfde rechten als de nationale auteurs en in de andere Verbondslanden de rechten door dit verdrag verleend.' Vgl. voorts art. 3 van de conventie van 1896. Zie ook Wauwermans 1910, p. 78 e.v.
Voor de Nederlandse vertaling, zie alinea 17 hiervoor.
Actes BC 1967, p. 1140, nr. 54 (Report Main Committee I), over art. 5 lid 3: 'This last-mentioned new paragraph contains a rule, implicit but not expressly mentioned in the Brussels text, that protection, in the country of origin, of a work of which the author is a national of that country is governed solely by national legislation. Protection is therefore entirely outside the Convention. Other authors, of whose works that country is the country of origin, are entitled under the Convention to benefit from national treatment. This rule is applicable either in case where the author is a national of another country of the Union (as stipulated in Article 5 of the Brussels text) or in cases where he is not (as stipulated in Article 6(1) of the Brussels text).' Zie ook Ricketson & Ginsburg 2006, p. 310.
Zie ook Kamerstukken 111980/81, 16 739, nr. 3, p. 7. Zie ook Ulmer 1980, p. 91-92. Ulmer was voorzitter van Main Committee I van de Stockholmse conferentie, welke commissie zich boog over onder meer art. 5 lid 3.
Ondertussen is die bedoeling niet helemaal nauwkeurig in de toelichting in de travaux préparatoires verwoord (zie noot 107 van dit hoofdstuk 3). De toelichting op de eerste volzin heeft namelijk enkel betrekking op werken van eigen onderdanen van het land van oorsprong ('(...) protection, in the country of origin, of a work of which the author is a national of that country is governed solely by national legislation. Protection is therefore entirely outside the Convention.' (cursivering toegevoegd)). Mag men hieruit dan concluderen dat de non-toepasselijkheid van de conventie in het land van oorsprong alleen betrekking heeft op de bescherming van werken van eigen onderdanen en dat de conventie a contrario wél van toepassing is op de bescherming van werken van vreemde auteurs, zodat in het land van oorsprong de vreemde auteurs wel de traitement unioniste (en daarmee in de gehele Unie) genieten, terwijl de eigen onderdanen van dat land daarvan verstoken blijven? Art. 3 lid 2 zou een dergelijke redenering slechts ten dele ondervangen, namelijk alleen voor wat betreft auteurs uit niet-Unielanden, die in het land van oorsprong wonen. Een dergelijke enigszins geforceerde interpretatie van de toelichting zou echter ingaan tegen de bedoeling van de verdragsopstellers en de tekst van de bepaling zelf, die immers in de eerste volzin zonder aanziens des persoon over de bescherming in het land van oorsprong spreekt en in de tweede volzin een tegenstelling aangeeft met de eerste volzin ('lorsque').
De stelling dat de conventie in het land van oorsprong niet van toepassing is (zo bijvoorbeeld Koumantos 1979, p. 637) doet derhalve tekort aan de door de conventie voorgeschreven toepasselijkheid van het beginsel van nationale behandeling in dat land. Zo ook Boytha 1988, p. 409.
Zo ook Drexl 1990, p. 39 en Siehr 1992, p. 31. Anders Koumantos 1988, p. 424, die in de eerste volzin een eenzijdige conflictregel leest, die hij tot fundament van zijn theorie maakt door haar tot een algemene lex originis-conflictregel om te vormen (zie daarover par. 5.1.1 onder (b)(iii)).
Zie ook Boytha 1988, p. 409.
294. Land van oorsprong. De Berlijnse conferentie vervolmaakte het beginsel van nationale behandeling, zo hebben wij zojuist gezien, door het onafhankelijkheidsbeginsel in te voeren. Daarnaast vervolmaakte zij het beginsel van nationale behandeling ook nog in een ander opzicht, namelijk in geografisch opzicht. In geografisch opzicht was er immers nog een blinde vlek: het land van oorsprong. Het beginsel van nationale behandeling gold immers in alle Unielanden, behalve in het land van oorsprong.
295. Nationale aangelegenheid. De conventie van 1886 liet de bescherming in dit land van oorsprong volledig ongemoeid. Men zag dit als een interne, nationale aangelegenheid, waar de conventie buiten diende te blijven.1 Dit was ook de visie van de Berlijnse conferentie.2
296. Invoering nationale behandeling. Niettemin hadden de Duitse gastheren van de conferentie zorgen over de positie van vreemde auteurs in het land van oorsprong. Zij hadden het geval voor ogen dat een auteur zijn werk voor het eerst in een ander Unieland publiceert. Kon de wetgever van dat Unieland — het land van oorsprong — nu zijn vrijheid misbruiken tegen deze vreemde auteur? Kon bijvoorbeeld auteursrechtelijke bescherming worden ontzegd? Dit was natuurlijk niet de bedoeling. 3 Ook al betrof het een tamelijk theoretisch probleem — want welk land zou vreemde auteurs nu zo willen afschrikken? —, niettemin besloot de Berlijnse conferentie deze lacune voor de zekerheid te dichten.4 Van de twee beschermingscomponenten waaruit de `traitement unioniste lato sensu' was opgebouwd, te weten het beginsel van nationale behandeling (traitement national) en het ius conventionis (traitement unioniste sensu stricto), werd daarom de eerstgenoemde óók van toepassing verklaard in het land van oorsprong.5 Aldus werd het beginsel van nationale behandeling doorgetrokken naar het land van oorsprong. Daarmee was in vreemdelingenrechtelijk opzicht non-discriminatie óók in dit land verzekerd, en werd in conflictenrechtelijk opzicht de conventionele conflictregel toepasselijkheid van de formeel-territoriaal en materieel-territoriaal toepasselijke wet — consequent doorgevoerd. Dit werd in twee bepalingen geregeld. Voor vreemde auteurs uit Unielanden werd het geregeld in het Berlijnse artikel 5. Voor vreemde auteurs uit landen buiten de Unie werd het geregeld in het Berlijnse artikel 6. Een samenvoeging in één bepaling liet men in Berlijn omwille van de duidelijkheid bewust achterwege.6 Deze Berlijnse bepalingen luidden als volgt:
"Les ressortissants de l'un des pays de l'Union, qui publient pour la première fois leurs oeuvres dans un autre pays de l'Union, ont, dans le dernier pays, les mêmes droits que les auteurs nationaux."
"Les auteurs ne ressortissant pas à l'un des pays de l'Union, qui publient pour la première fois leurs ceuvres dans l'un de ces pays, jouissent, dans ce pays, des mêmes droits que les auteurs nationaux, et dans les autres pays de l'Union, des droits accordés par la présente Convention." 7
297. Daarmee was het beginsel van nationale behandeling in geografisch opzicht vervolmaakt: het gold nu in alle landen van de Berner Unie, óók in het land van oorsprong.
298. Herstructurering in Stockholm. De Berlijnse bepalingen bleven vervolgens bijna 60 jaar ongewijzigd, tot de conferentie in Stockhom in 1967. Tijdens deze conferentie werden diverse bepalingen van de conventie geherstructureerd, en in het kader van die herstructurering wilde men de situatie in het land van oorsprong in één bepaling vangen. Daartoe werd de volgende bepaling geconstrueerd, het huidige artikel 5 lid 3:
"La protection dans le pays d'origine est réglée par la législation nationale. Toutefois, lorsque l'auteur ne ressortit pas au pays d'origine de l'ceuvre pour laquelle il est protégé par la présente Convention, il aura, dans ce pays, les mêmes droits que les auteurs nationaux." 8
299. Bedoeling. De achtergrond van deze bepaling wordt in de travaux préparatoires duidelijk gemaakt.9 Daaruit blijkt dat de Stockholmse conferentie met de eerste volzin wilde expliciteren dat de conventie niet van toepassing is op de bescherming in het land van oorsprong. Deze regel lag, zo zagen wij, reeds in eerdere versies van de conventie besloten, maar in Stockholm wilde men haar toch uitdrukkelijk vastleggen.10 Uitgangspunt is derhalve dat in dit land noch het ius conventionis noch het beginsel van nationale behandeling geldt.11 De tweede volzin maakt daar echter een uitzondering op: zij schrijft nationale behandeling van vreemde auteurs in het land van oorsprong voor, en gaat daarmee terug tot de artikelen 5 en 6 van de Berlijnse versie.12
300. Eerste volzin. De betekenis van artikel 5 lid 3 is dus de volgende: de eerste volzin geeft aan dat de conventie niet van toepassing is op de bescherming in het land van oorsprong, zijnde een internrechtelijke, nationale kwestie. Zij doet derhalve een uitspraak over het toepassingsbereik van de conventie; zij is geen conflictregel.13
301. Tweede volzin. Wél conflictenrechtelijke betekenis heeft de tweede volzin van artikel 5 lid 3, die als opvolger van de Berlijnse artikelen 5 en 6 toepassing van het beginsel van nationale behandeling — en daarmee van de in dat beginsel besloten liggende conflictregel — in het land van oorsprong afdwingt. De conflictregel in artikel 5 lid 3, tweede volzin, ligt derhalve in het logische verlengde van die in artikel 5 lid 1.14
302. Huidige art 5 lid 3. Daarmee hebben wij ten slotte, in deze par. 3.3, ook de genesis van het huidige artikel 5 lid 3 verklaard.