Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/3.1.1.3
3.1.1.3 Bieden van schadevergoedingen
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480893:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Huver e.a. 2007; Akkermans e.a. 2008; Desmet, De Cremer & Van Dijk 2010; Desmet 2011; Desmet, De Cremer & Van Dijk 2011.
Kasperson, Golding & Tuler 1992; Fiske & Tetlock 1997; Tyler e.a. 1997; Bottom e.a. 2002; Fehr, Fischbacher & Gächter 2002; Camerer 2003; Tyler & Thorisdottir 2003; Henrich e.a. 2004; Van den Bos e.a. 2006; Van den Bos 2009, p. 89-114; Desmet 2011; Desmet 2012, p. 590-591; Brosnan & De Waal 2014; Van de Bunt 2016, p. 227.
Bottom e.a. 2002; Relis 2007; Desmet 2011.
Marseille & Harryvan 2012.
Ammerlaan 2009; Van de Bunt 2016.
Mulder 2009; Mulder, NJB 2010/229; Mulder 2013.
Zie over ‘smartengeld’ ook Lindenbergh 1998.
Het is niet verwonderlijk dat gedupeerden als derde onderdeel van erkenning tevens behoefte hebben aan vergoeding van hun schade. Financiële compensatie kan een verbroken relatie en vertrouwen herstellen als de schadeveroorzaker oprecht en begripvol overkomt.1 De omvang van de vergoeding is van belang. Gedupeerden willen – zeker in vergelijking met andere gedupeerden – niet te weinig maar ook niet te veel vergoeding ontvangen. Zij willen begrijpen waarom zij een bepaald compensatiebedrag ontvangen.2 Tegelijkertijd is het bieden van schadevergoeding niet genoeg om erkenning te bieden: geld is zelden voldoende om aan immateriële behoeften van gedupeerden te voldoen.3
Zeker bij schadeclaims jegens de overheid gaat het verhaal achter de claim – datgene waar de burger echt mee zit – zelden over financiële vergoedingen: de burger wil gezien en erkend worden.4 Evenwel ervaren sommige gedupeerden een financiële vergoeding van overheidswege als teken van erkenning vanuit de samenleving.5 Geld kan zelfs, bijvoorbeeld via een gestandaardiseerde vergoeding, erkenning bieden voor geleden immateriële schade, of materiële schade die moeilijk te kwantificeren is.6 Tegelijkertijd geldt ook hier dat omvang en uitleg van belang zijn voor het ervaren van erkenning: men moet niet het gevoel krijgen afgekocht te worden of juist slechts een ‘fooi’ te ontvangen.
Het bieden van compensatie ligt ingewikkeld. Enerzijds lijkt het bij gefaciliteerde schade waarschijnlijk dat gedupeerden meer van hun overheid verlangen dan een financiële vergoeding. Anderzijds kan een vrijwillige (eventueel gestandaardiseerde) schadevergoeding van overheidswege gedupeerden een gevoel van erkenning bieden, ook voor geleden immateriële schade.7 Dit lijkt extra pregnant gezien de verantwoordelijkheid die gedupeerden de overheid als (tweedelijns) schadeveroorzaker lijken toe te rekenen, en de terughoudendheid van de overheid om die erkenning te bieden via excuses. Als de overheid besluit om gedupeerden te compenseren zal zij, om aan immateriële behoeften tegemoet te komen, aandacht moeten besteden aan de inrichting van het proces van schadeafhandeling.