RFR 2026/3
Partneralimentatie. Moet bij het bepalen van hetgeen een directeur-grootaandeelhouder in redelijkheid aan zichzelf kan uitkeren worden uitgegaan van hetzelfde inkomen als is gehanteerd bij de waardering van de aandelen ter afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap?
HR 12-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1268
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 september 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03109
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD37527:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1268, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:387, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Draagkrachtberekening bij partneralimentatie.
Moet bij het bepalen van hetgeen een directeur-grootaandeelhouder in redelijkheid aan zichzelf kan uitkeren worden uitgegaan van hetzelfde inkomen als is gehanteerd bij de waardering van de aandelen ter afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap?
Samenvatting
Partijen zijn 25 jaar gehuwd geweest. De man is DGA van een onderneming. De aandelen behoorden tot de huwelijksgoederengemeenschap en zijn in het kader van de afwikkeling aan de man toegedeeld, waarbij de helft van de waarde aan de vrouw toekwam (hierna: het afkoopbedrag, te weten € 161.777,50). De aandelen zijn gewaardeerd op basis van de Discounted Cash Flow ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.