Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.2.2
14.5.2.2 Aanmelding vermoedens van een strafbaar feit
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492311:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Luchtman 2007, onderdeel 8.
Protocol van 16 juni 2015 (Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen), Stcrt. 2015, 17271; V-N 2015/34.3. Het protocol is de opvolger van de (ingetrokken) kennisgeving van 24 juni 2011 (Richtlijnen AAFD),BNB 2011/228.
Onderdeel 2.1 Protocol AAFD.
Onderdeel 2.2 Protocol AAFD.
Onderdeel 5 Protocol AAFD.
Zie onder meer HR 28 januari 1986, FED 1988/34 en HR 26 april 1988,BNB 1989/229; FED 1988/716 (m.aant. Wattel). Wanneer een onderzoek van de inspecteur de overtreding van een niet-fiscaal voorschrift blootlegt, dan staat de fiscale geheimhoudingsplicht in art. 67 AWR als hoofdregel wel in de weg aan informatieverstrekking aan het OM andere instanties.
De scheiding in belastingzaken tussen controle en opsporing is relatief, omdat de ambtenaren van de Belastingdienst en het OM op dit gebied voortdurend met elkaar in overleg staan en soms zeer intensief informatie met elkaar uitwisselen.1 Het Protocol AAFD2 beschrijft hoe de Belastingdienst de aanmeldingen van mogelijke delicten die voor strafrechtelijke afhandeling in aanmerking komen, selecteert voor de rechtsgebieden belastingen, toeslagen en douane. Daarbij spelen naast de aanmeldingscriteria ook de aanvullende wegingscriteria een rol.
Of een zaak in aanmerking komt voor strafrechtelijke afhandeling is onder meer afhankelijk van de aanwezigheid van vermoedelijk opzettelijk handelen in relatie tot het nadeelbedrag (minder dan € 125.000 danwel € 125.000 of meer).3 Dit zijn de aanmeldingscriteria. Als aanvullende wegingscriteria voor aanmelding gelden onder meer de mate van impact op de maatschappij en evenwichtige rechtshandhaving, de status van de verdachte/voorbeeldfunctie en of er sprake is van recidive.4
Als sprake is van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld situaties die vragen om een snelle, strafrechtelijke interventie ter voorkoming van groter maatschappelijk leed of grotere maatschappelijke schade, kan van het protocol worden afgeweken. Dit dient gemotiveerd te geschieden, waarbij in een afstemmingsoverleg moet worden aangegeven waarom snel ingrijpen noodzakelijk is.5
Melden fiscale delicten aan OM raakt niet aan fiscale geheimhoudingsplicht
Ik merk op dat de verstrekking van informatie over (vermoedelijke) fiscale delicten aan het OM niet aan de fiscale geheimhoudingsplicht ex art. 67 AWR raakt. De fiscale opsporing, vervolging en de berechting van delicten betreffen volgens de HR steeds de uitvoering van de belastingwet.6 De geheimhoudingsplicht is in beginsel wel in het geding bij het aanmelden van niet-fiscale delicten. Ik wijs in dit verband op art. 43c, lid 1, onder l, ten vierde Uitv.reg. AWR. Dat maakt de verstrekking aan de OvJ mogelijk van gegevens over strafbare feiten waarvoor een ieder op grond van art. 161 Sv bevoegd is aangifte te doen.7