Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/10.6.5:10.6.5 Verschil in fiscale behandeling van rsl in de heffingswetten en rechtvaardiging
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/10.6.5
10.6.5 Verschil in fiscale behandeling van rsl in de heffingswetten en rechtvaardiging
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633607:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de inkomstenbelasting, de onroerende-zaakbelasting en de energiebelasting doet zich een verschil in fiscale behandeling voor op een van de drie genoemde niveaus. Het gaat echter niet om significante verschillen.
In de inkomstenbelasting zijn giften aan voorgangers van rsli’s wel aftrekbaar, maar giften aan natuurlijke personen bij andere anbi’s niet.
De onroerende-zaakbelasting kent wel een uitzondering voor openbaar toegankelijke onroerende zaken bestemd voor gebruik door rsli’s, maar geen uitzondering voor openbaar toegankelijke onroerende zaken in gebruik bij andere anbi’s. In de praktijk kan het ook voorkomen dat (spirituele) instellingen die niet kwalificeren als geestelijk genootschap met een daaraan ten grondslag liggende levensopvatting geen geslaagd beroep op de eredienstuitzondering kunnen doen. Voor zover het een rsli betreft met een daaraan ten grondslag liggende levensovertuiging die niet voldoet aan de EHRM-vereisten (een bepaalde mate van overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang), is er voor mijn onderzoek geen sprake van gelijke gevallen en dus ook niet van een onderscheid in fiscale behandeling.
De teruggaafregeling in de energiebelasting geldt weliswaar voor onroerende zaken in gebruik bij zowel rsli’s als andere anbi’s, maar voor de andere anbi’s geldt een extra voorwaarde.
Voor het verschil in aftrek van giften aan natuurlijke personen is er geen rechtvaardiging voor zover sprake is van vereenzelviging van een natuurlijke persoon met de desbetreffende anbi. Voor de overige hiervoor geconstateerde verschillen in fiscale behandeling bestaat op grond van mijn toetsingskader geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond.