Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.4.2.3
2.4.2.3 Vennotenwissels
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585706:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie 2.3.7.
Zie 2.4.3 en 2.4.4.
Vg1. over de VOF: Mohr 1998, p. 213, met verwijzing naar Hof Den Haag 17 november 1949 en 29 juni 1950, beide NJ 1951/124.
Art. 3:182 en 3:186 BW; Asser/Perrick 3-V 2015/167.
Van der Ploeg 1984.
Art. 1129 oud-BW. Dat het Ontwerp-Van der Grinten, art. 7.13.115 lid 4 deze oude regel bij uittreding uit een stille vennootschap handhaafde, deed aan de toepasselijkheid van art. 3:186 BW bij uittreding uit een personenvennootschap vanaf 1992 niet af. Perrick 1991, p. 169/170; Wammes 1993, p. 147.
Art. 7:663 BW.
De rechtsfiguur van het toetreden tot een overeenkomst wordt, naast de figuur van de contractsoverneming, ook genoemd in Hof Amsterdam 21 juni 2016, JOR 2016/266(Amlex).
TM, Parl. Gesch. Boek 6, p. 483 (bij afdeling 10, algemeen).
Aldus ook Wibier 2009, nr. 54 en 74.
Vgl. Assink | Slagter 2013, § 99.5, p. 2010-2014 die wat betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van een uitgetreden vennoot voor verplichtingen onder een doorlopende overeenkomst voorbij gaat aan diens mogelijke impliciete uittreden uit de desbetreffende overeenkomst.
Vennotenwissels kwamen in de context van de maatschapsovereenkomst al aan de orde.1 Hier wil ik bespreken wie na een vennotenwissel partij zijn bij ten name van de maatschap staande rechtsposities. Ik onderscheid dit van het vraagstuk van de vennotenaansprakelijkheid bij vennotenwissels, dat verderop wordt behandeld.2 Iemand kan immers aansprakelijk zijn voor uit een (rechts)handeling voortvloeiende schulden zonder zelf bij die (rechts)handeling partij te zijn.
Ervan uitgaande dat een maatschap geen rechtssubject is, brengt een vennotenwissel op zichzelf geen verandering in wie partij zijn bij ten name van de maatschap staande rechtsposities. Het toetreden van C tot de maatschap A/B en het uittreden van A laten op zichzelf onverlet dat A en B partij blijven bij de rechtsposities die oorspronkelijk door hen zijn verkregen. Om hierin wijziging te brengen dienen de regels van het commune recht te worden gevolgd.3 Dit geldt voor het zijn van rechthebbende op goederen, het zijn van schuldenaar, het zijn van partij bij rechtsverhoudingen en andere rechtsposities. De vaststelling welke personen partij zijn bij de ten name van de maatschap verkregen rechtsposities, is onder meer relevant voor de vraag wie bevoegd is om de aan de rechtspositie verbonden rechten uit te oefenen. Denk bijvoorbeeld aan de huurdersrechten, als ten name van de maatschap praktijkruimte is gehuurd. Het gebrek aan een categorische, automatische overgang van bedoelde rechtsposities bij een vennotenwissel kan complicaties meebrengen, maar deze moeten niet worden overdreven.
Ik geef een kort overzicht van de wijzen waarop ten name van de maatschap verkregen rechtsposities bij een vennotenwissel kunnen overgaan van de oude groep vennoten op de nieuwe, met gebruikmaking van het commune recht.
Goederen kunnen bij uittreden worden verdeeld en dan kunnen zij worden geleverd door de oude groep vennoten aan de nieuwe.4 Van der Ploeg sprak van verkrijging van wat men reeds heeft,5 omdat het gehele goed wordt geleverd, dus ook het aandeel dat de verkrijger daarin al heeft. Beperkingen van de overdraagbaarheid blijven daarbij buiten beschouwing, want het betreft geen overdracht.6 Tot de inwerkingtreding van het NBW in 1992 was levering niet nodig, want toen werd aan een verdeling declaratieve werking toegekend.7
Bij toetreden of opvolgen kunnen goederen door de oude aan de nieuwe groep vennoten worden overgedragen. In plaats van levering of overdracht van gemeenschappelijke goederen als geheel kunnen aandelen in die goederen worden geleverd of overgedragen. In de praktijk komt dit vooral bij opvolging wel voor: de uittredende vennoot kan zijn aandeel in de gemeenschappelijke goederen dan overdragen aan zijn opvolger. In beide gevallen zullen voor de betrokken goederen geldende beperkingen van de overdraagbaarheid in acht genomen moeten worden. Ook beperkingen van de beschikkingsbevoegdheid van vennoten ten aanzien van (hun aandelen in) de gemeenschappelijke goederen zullen gerespecteerd moeten worden.
Bij of na een vennotenwissel kunnen ook in naam van de maatschap verkregen schulden en rechtsverhoudingen van de oude op de nieuwe groep vennoten overgaan, bijvoorbeeld door schuld- of contractsoverneming.8 Het vereiste van toestemming van de schuldeiser of medewerking van de wederpartij zal gerespecteerd moeten worden. Toestemming of medewerking kan zowel impliciet als expliciet, en in generieke zin vooraf dan wel voor het specifieke geval verleend worden. Wordt in de maatschap een onderneming uitgeoefend, dan gaan arbeidsovereenkomsten met werknemers van rechtswege over.9
Naast al deze mogelijkheden kunnen vorderingsrechten, schulden en rechtsverhoudingen ook door toe- en uittreden overgaan. Ik doel hier niet op uittreden uit en toetreden tot de maatschap, maar op uittreden uit en toetreden tot rechtsposities die tot het maatschapsvermogen behoren. Zo kan een nieuwe vennoot toetreden tot de huurovereenkomst terzake van het kantoor van de maatschap.10 Behalve bij uittreden uit een vorderingsrecht zal voor dit toe- en uittreden steeds de medewerking van de wederpartij vereist zijn, die expliciet of impliciet kan worden verleend. Het voor levering van rechten op naam en contractsoverneming geldende aktevereiste is niet van toepassing. Op deze wijze kunnen ook andere dan contractuele rechtsposities overgaan. Denk aan vergunningen en internet-adressen, die met medewerking van de instantie die het recht heeft afgegeven, kunnen overgaan.
Kan een dergelijk vormvrij toetreden tot en uittreden uit ten name van de maatschap staande rechtsposities gepaard gaan met behoud van de identiteit van de betrokken vordering, schuld of rechtsverhouding? Tegen behoud van identiteit pleit de opmerking in de parlementaire geschiedenis dat bij wisseling van een schuldeiser of schuldenaar met behoud van de identiteit van de verbintenis altijd sprake is van hetzij cessie dan wel schuldoverneming.11 Gezien het beginsel van de contractsvrijheid is dit standpunt te star,12 zeker waar aan de actiefzijde van een verbintenis meerdere personen gezamenlijk staan, zoals bij een maatschap het geval kan zijn. Treedt in de context van een vennotenwissel een nieuwe vennoot tot een ten name van de maatschap staande vordering toe, zonder inachtneming van het voor cessie geldende aktevereiste,13 dan valt niet in te zien waarom dat noodzakelijkerwijze tot het ontstaan van een nieuwe vordering zou moeten leiden.
Voor zover voor de overgang toestemming of medewerking van de wederpartij vereist is, kan deze reeds tevoren zijn verleend, expliciet of impliciet, generiek of voor het specifieke geval. Een daartoe strekkend beding kan bijvoorbeeld in een huurovereenkomst worden opgenomen. Hierbij kan een rechtsverhouding worden onderscheiden van de schulden die daaruit ontstaan. Stel, de verhuurder werkt (al dan niet bij voorbaat) mee aan een overgang van de huurovereenkomst van de oude op de nieuwe groep vennoten. Dat betekent dan nog niet dat de uitgetreden vennoot ook is bevrijd van zijn persoonlijke aansprakelijkheid voor ten tijde van de vennotenwissel reeds verschuldigde huurtermijnen. Wel zal de uitgetreden vennoot niet meer persoonlijk aansprakelijk worden voor huurtermijnen die pas na de huurderswissel ontstaan.14
Het aannemen van impliciete medewerking zal in het algemeen gemakkelijker zijn bij een grote openbare maatschap, dan bij een ‘halfstille’ beroepsmaatschap waarbij de persoonlijke identiteit van de zittende vennoten extern meer op de voorgrond staat. Bij een standaard telefoonabonnement of een huur van bedrijfsruimte kan sneller een impliciete overgang worden bewerkstelligd dan bij een uitzonderlijke overeenkomst die specifiek met het oog op de dan zittende vennoten wordt aangegaan. Of van impliciete medewerking sprake is, kan van geval tot geval bekeken worden. Daarbij zal op alle omstandigheden van het geval gelet moeten worden. Het gaat immers om de uitleg van rechtshandelingen. Afzonderlijk kan worden nagegaan of de wederpartij van de maatschap zijn medewerking heeft verleend, en of de oude en nieuwe vennoten hun medewerking hebben verleend.