Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.2:6.3.2 Rechtsonzekerheid
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.2
6.3.2 Rechtsonzekerheid
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS620226:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontbreken van een (voldoende) uitgewerkt stelsel van procedurevoorschriften heeft ertoe geleid dat de rechtspraak in een aantal opzichten onwenselijk sterk uiteenloopt, waardoor de rechtszekerheid onnodig in het gedrang komt en rechtsongelijkheid op de loer ligt. Vast is komen te staan dat bij de ene rechtbank de schuldeiser wel wordt opgeroepen om te worden gehoord op het 287 lid 4-verzoek en bij de andere niet. Voorts verschilt de duur van de op grond van art. 287 lid 4 gegeven voorzieningen aanzienlijk. In de beslissingen over proceskosten is bovendien geen lijn te ontdekken. Dit geldt voor alle drie de procedures.
Veel is nog steeds onduidelijk. Tot wanneer en hoe kan een 287 lid 4-verzoek gewijzigd worden? Wat kan een schuldeiser doen als een gegeven voorlopige voorziening (art. 287 lid 4 of 287b) moet worden beëindigd of gewijzigd? Wat is bij 287a-verzoeken de positie van een schuldeiser die de vordering van een andere schuldeiser betwist of wil betwisten?
Daarnaast komt de rechter tot beslissingen zonder dat daarvoor een wettelijke basis aanwezig is. Zo worden vonnissen waarin de rechter 287a-verzoeken toewijst veelal uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zonder dat daarvoor een grondslag in 287a of in de Faillissementswet is te vinden. Dit alles pleit voor uitwerking van de procedurevoorschriften van de drie onderzochte wetsartikelen.