Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.4.8
6.5.4.8 Rechtsbescherming in geval van een schending van de beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid bij de verdeling van Europese subsidies
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394890:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.5.
Drahmann 2011C, p. 682.
Drahmann 2011C, p. 682-683.
Zie Drahmann 2011C, p. 683.
Drahmann 2011C, p. 683.
Volgens vaste jurisprudentie is het mogelijk om als concurrent tegen een besluit tot subsidieverlening op te komen. Zie bijvoorbeeld ABRvS 4 mei 2011, AB 2011, 317, m.nt. W. den Ouden (Tilapiakwekerij). Zie ook Drahmann 2011C, p. 683; Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 203.
Drahmann pleit wel hiervoor. Zie Drahmann 2011C, p. 683.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 december 2001, JB 2002/46 en ABRvS 28 november 2008, AB 2008, 73 m.nt. K.F. Bolt. Zie hieromtrent Drahmann 2011C, p. 683.
Zo ook Drahmann 2011C, p. 684.
Op Europees niveau bestaan — anders dan in het aanbestedingsrecht — geen regels wat betreft de eisen aan de rechtsbescherming bij de nationale rechter, wanneer een aanvrager wiens aanvraag voor een Europese subsidie door een nationaal uitvoeringsorgaan is afgewezen van mening is dat de beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid bij de verdelingsprocedure zijn geschonden.1 Dit betekent dat in beginsel het nationale (subsidie)recht van toepassing is, ingekaderd door de beginselen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en effectieve rechtsbescherming.
In de Nederlandse situatie kan degene wiens subsidieaanvraag is afgewezen tegen deze afwijzing in bezwaar en beroep. In artikel 4:25, derde lid, van de Awb is een speciale regeling neergelegd voor gevallen waarin een bezwaar of beroep tegen een afwijzingsbesluit gegrond wordt verklaard. In dat geval kan ingevolge deze bepaling een aanvraag slechts worden afgewezen, voor zover deze mogelijkheid ook had bestaan op het tijdstip waarop de oorspronkelijke (rechtmatige) beslissing had moeten worden genomen.2 In de praktijk zorgen nationale bestuursorganen voor een reservering, zodat voldoende financiële middelen aanwezig zijn om na heroverweging alsnog subsidie toe te kunnen kennen.3
Artikel 4:25, derde lid, van de Awb zorgt ervoor dat een aanvrager wiens aanvraag is afgewezen op zichzelf geen rechtsmiddelen hoeft aan te wenden tegen de verleende subsidies.4 De bepaling voorziet immers erin dat in geval van een gegrond bezwaar- of beroepschrift alsnog financiële middelen kunnen worden toegekend. Artikel 4:25, derde lid, van de Awb biedt echter geen daadwerkelijk rechtsherstel. In de eerste plaats worden wellicht ten onrechte verleende subsidies niet ingetrokken.5 Indien degene wiens aanvraag is afgewezen alleen bezwaar en beroep aantekent tegen deze afwijzing en nalaat bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de verleende Europese subsidies, bestaat in de tweede plaats het risico dat een herbeoordeling van de eigen aanvraag weliswaar leidt tot een hogere rangschikking, maar toch tot afwijzing van de aanvraag omdat het subsidieplafond ook in dat geval is bereikt.6 In de praktijk is het derhalve toch nodig om op te komen tegen andere, wel gehonoreerde, aanvragen. In het Nederlandse subsidierecht worden immers individuele besluiten tot af- en toewijzing van de Europese subsidie genomen. Er bestaat derhalve niet één besluit waarbinnen alle toe- en afwijzingen zijn geïntegreerd.7 Degene wiens aanvraag is afgewezen kan doorgaans opkomen tegen de subsidieverlening aan concurrerende aanvragers.8 Indien komt vast te staan dat de subsidieverlening aan concurrerende aanvragers onrechtmatig was, hetgeen dientengevolge tot een lagere rangschikking leidt, is wel daadwerkelijk rechtsherstel mogelijk.
Het voorgaande betekent dat de regeling die is neergelegd in artikel 4:25, derde lid, van de Awb in combinatie met het gegeven dat het naar Nederlands recht mogelijk is om op te komen tegen een subsidieverlening van concurrerende aanvragers in overeenstemming is met het doeltreffendheidsbeginsel.9 Om te voorkomen dat een afgewezen aanvrager vergeet om bezwaar en beroep in te stellen tegen een subsidieverlening aan concurrerende aanvragers, zou het echter de voorkeur verdienen dat één besluit wordt genomen waarin alle toe- en afwijzingen zijn geïntegreerd.