Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.4.0
3.4.0 Introductie
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197748:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie toelichtingen bij het Handvest, PbEU 2007, C 303/17, p. 23. Het belangrijkste verschil tussen beide rechtsbronnen is dat de Europese Unie (nog) geen partij is bij het EVRM. De meeste rechtspraak en literatuur op dit punt ziet echter (nog) op art. 1 EP EVRM. Zie uitgebreid over de verhouding tussen het EVRM en het Handvest; Barkhuysen & Bos 2011.
Toelichting bij het richtlijnvoorstel betreffende preventieve herstructureringsstelsels (november 2016), p. 22 (in de overwegingen of bepalingen van de definitieve Richtlijn wordt hier niets over vermeld). Zie ook Commission Staff Working Document, Impact assessment, SWD (2016) 357 final, p. 165: “This impact on the right to property is considered to be proportionate to the objective of rescuing businesses and saving jobs, not the least since it has been shown that the median recovery rate for creditors may be significantly higher in case of restructuring as compared to liquidation.”
Commission Staff Working Document, Impact assessment, SWD (2016) 357 final, p. 70.
MvT wetsvoorstel continuïteit ondernemingen II (2014), p. 66-67.
Teneinde overlap te voorkomen, is gekozen dit grondrecht te behandelen na de Richtlijn.
De vraag rijst hoe het wijzigen van aandeelhoudersrechten, waaronder de mogelijkheid dat aandeelhouders hun gehele aandelenbelang kwijtraken, zich verhoudt tot het recht op ongestoord genot van eigendom. Ik bekijk deze vraag tegen de achtergrond van artikel 1 EP EVRM en laat het gelijkluidende artikel 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie buiten beschouwing.1 De toelichting bij het richtlijnvoorstel betreffende preventieve herstructureringsstelsels uit november 2016 ziet geen problemen met dit grondrecht:
“hoewel bepaalde delen van de procedure een invloed kunnen hebben op deze rechten, zijn ze noodzakelijk en evenredig voor een snelle tenuitvoerlegging van herstructureringsplannen die de debiteuren weer levensvatbaar kunnen maken. Er zijn passende waarborgen opgenomen om de rechtmatige belangen van de partijen te beschermen tegen misbruik.”2
De Impact Assessment bij het richtlijnvoorstel noemde als passende waarborgen onder meer de APR en de best interest test.3 Ook in de memorie van toelichting bij het allereerste wetsvoorstel van de WHOA, het wetsvoorstel continuïteit ondernemingen II, werd summierlijk aangegeven dat de procedure geen schending van artikel 1 EP EVRM oplevert.4
In deze paragraaf onderzoek ik of het herstructureringsstelsel uit de Richtlijn inderdaad een geoorloofde inbreuk maakt op het recht op ongestoord genot van eigendom van aandeelhouders.5 Tevens bekijk ik of dit ook geldt voor de Nederlandse WHOA.6 De Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures komen waar relevant aan bod. Allereerst geef ik aan waarom, ondanks het feit dat aandeelhouders bij een preventieve herstructureringsprocedure doorgaans out of the money zijn en zij eigenaar zijn van aandelen die niets meer waard zijn, sprake is van een inmenging in het recht op ongestoord genot van eigendom. Vervolgens bespreek ik of de drie cumulatieve vereisten waaronder een inbreuk op het eigendomsrecht van aandeelhouders is toegestaan, van toepassing zijn bij een preventieve herstructureringsprocedure.