Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/8.2.2:8.2.2 Overige beginselen
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/8.2.2
8.2.2 Overige beginselen
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675671:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deel II van het onderzoek gaat over de openbaarmaking van informatie door de curator. Hierbij ga ik in op de informatieverstrekking aan het publiek door middel van het openbare faillissementsverslag; aan betrokkenen in de vorm van een privacyverklaring en de uitoefening van hun rechten; en aan partijen die geïnteresseerd zijn in een overname van (delen van) de onderneming tijdens de biedingsprocedure. Bij de bespreking van deze informatieverstrekkingen staan steeds de beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens centraal, met name rechtmatigheid, transparantie, dataminimalisatie en doelbinding. Ik behandel de invloed van deze beginselen op de faillissementspraktijk. De beginselen verbieden de curator niet om persoonsgegevens te verwerken. Wel vereisen zij dat een aantal zaken voorafgaand aan de verwerking geregeld zijn. Ik bespreek hier de relevante beginselen naast rechtmatigheid.
Zo moet een verwerking van persoonsgegevens transparant zijn in de zin van de AVG. De verplichtingen die hieronder vallen, zijn op te delen in drie onderdelen.1 De curator moet informatie verstrekken aan betrokkenen, de uitoefening van rechten hun faciliteren en reageren op eventuele verzoeken van betrokkenen. Daarbij bestaan enkele mogelijkheden om die verzoeken efficiënter te behandelen door ze te groeperen, uitbesteden of beperken. Ik concludeer dat het voor de curator, als hij veel verzoeken krijgt, efficiënter kan zijn om de afhandeling van die verzoeken uit te besteden aan een derde die daarin gespecialiseerd is. Ik ga in op de opties om verzoeken te beperken in en bespreek de mogelijkheden en haalbaarheid van enkele opties.2 In bijzondere gevallen kan de curator verzoeken van betrokkenen beperken, maar hiervan zal niet snel sprake zijn. Als de curator veel verzoeken ontvangt kan hij wel enige ademruimte nemen door de reactietermijn met twee maanden te verlengen. Er zijn geen opties om tijdens faillissement de rechten van betrokkenen geheel uit te sluiten of hen een vergoeding te vragen voor het uitoefenen van rechten. Ik concludeer dat er wel ruimte is om de rechten van rectificatie, verwijdering, beperking van de verwerking en bezwaar tijdens faillissementssituaties te beperken wanneer de curator op geen enkele manier persoonsgegevens gebruikt tijdens faillissement, en om de curator standaard een langere reactietermijn te geven. Hoewel dit de curator enigszins helpt, is mijn conclusie dat het beginsel van transparantie een behoorlijke impact op het handelen van de curator heeft en een kostbare bezigheid kan zijn.
Daarnaast moet iedere verwerking voldoen aan de beginselen van dataminimalisatie en doelbinding. Het moet duidelijk zijn waarom persoonsgegevens worden verwerkt en daarmee wat het doel van de verwerking is. Alleen die persoonsgegevens mogen worden verwerkt zonder welke dat doel niet kan worden bereikt. Dit vereist een omslag in het denken tijdens de faillissementsprocedure. In mijn onderzoek komt naar voren dat het algemene doel van de taak van de curator niet eenvoudig te formuleren is. Dit komt omdat niet duidelijk is wat precies valt onder beheren en vereffenen. Zo is niet zonder meer duidelijk hoe het doel van het faillissementsverslag moet worden vastgesteld.3 Dit doel is echter voor het gegevensbeschermingsrecht erg belangrijk: de curator mag alleen die persoonsgegevens verwerken die minimaal noodzakelijk zijn om het doel te bereiken. Hetzelfde geldt voor de biedingsprocedure.4 Het is niet eenvoudig om vast te stellen waarom een curator precies informatie deelt in een biedingsprocedure en zo te bepalen wat de noodzakelijke gegevensverwerkingen zijn. Een algemene aanbeveling van mijn onderzoek is dan ook om opnieuw na te denken over de taken van de curator. Welke handelingen zijn noodzakelijk voor beheren en vereffenen, en vallen daarmee onder de taak van algemeen belang in de zin van artikel 6 lid 1 sub e AVG? En wat zijn de voor die handelingen noodzakelijke persoonsgegevensverwerkingen?
Het is voor de curator van belang om de AVG na te leven in faillissement omdat hij bij zijn werkzaamheden alle op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving moet naleven. Een effectief handhavingsregime van de AVG kan een stok achter de deur zijn om een goede naleving van de AVG in faillissement te garanderen. In deel III ga ik in op manieren om de AVG te handhaven en de gevolgen daarvan voor de boedel en de curator. Ik maak een onderscheidt tussen overtredingen van de AVG door de curator, overtredingen die voortduren na faillissement en overtredingen die beëindigd zijn voor faillissement.5 Ik concludeer dat de status van geldschulden die voortvloeien uit private (door betrokkenen) en bestuursrechtelijke (door de AP) handhaving in faillissement per situatie anders is.
Als de curator zelf tijdens de afwikkeling van het faillissement de AVG overtreedt, kan jegens hem worden gehandhaafd. Geldschulden die voortvloeien uit handhaving door de AP zijn concurrente boedelschulden, geldschulden die voortvloeien uit schadevergoedingsvorderingen zijn te verhalen op de curator in hoedanigheid en onder omstandigheden ook op hem persoonlijk. Bij overtredingen die zijn beëindigd voor faillissement, dienen zowel de AP als private partijen zich te wenden tot de failliet. Eventuele bestaande vorderingen kunnen als concurrente faillissementsvorderingen ter verificatie worden ingediend.
Bij voortdurende overtredingen die begonnen voor de faillietverklaring maar na faillissement nog voortduren, constateer ik dat tot op zekere hoogte wel bij de curator kan worden gehandhaafd.6 De AP kan in dit geval handhaven bij de curator in hoedanigheid voor de gehele overtreding van de AVG. Daaruit voortvloeiende geldschulden zijn concurrente boedelschulden. Voor schadevergoedingsvorderingen is in principe nog steeds sprake van een verdeling in een deel van de schade dat is ontstaan voor de faillietverklaring, waarvoor de failliet verantwoordelijk is en een deel na faillissement, waarvoor de curator in hoedanigheid of pro se aansprakelijk is. Er kan echter sprake zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid als de curator verder gaat met verwerkingen die de failliet voor faillissement uitvoerde en er lastig een onderscheid kan worden gemaakt tussen de schade die voor of na de faillietverklaring is ontstaan. In dat geval is de gehele verplichting tot het betalen van schadevergoeding een concurrente boedelschuld.