Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.3.5
17.3.5 Alleen tegen impasses?
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366088:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie de noot van Maeijer bij Hof Amsterdam (OK) 11 januari 1990, NJ 1991, 548 (Friesendorp), Van Wijk 1996, p. 342, Asser/Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme 2-II*, nr. 808, Compendium 2013, p. 1791, Te Winkel en Van de Graaff, par. 2 en Josephus Jitta 2016, par. 8.3.
Dit werd herhaald in Kamerstukken II 2010/11, 32887, nr. 3 (MvT), p. 39 en nr. 6 (NnahV), p. 6.
Kamerstukken TK 18905, nr. 3 (MvT), p. 28.
Hof Amsterdam (OK) 13 december 2007, ARO 2008/1 (e-Traction), r.o. 3.1 en 3.2 en Hof Amsterdam (OK) 14 december 2007, ARO 2008/2 (e-Traction), r.o. 3.6.
Hof Amsterdam (OK) 17 december 2007, JOR 2008/35 (De Hasker), r.o. 3.15.
Hof Amsterdam (OK) 6 juli 2006, LJN AY0520 (TCA), r.o. 3.29 en 3.35.
Hof Amsterdam (OK) 25 juni 2015, ARO 2015/163 (Vikariën). Vgl. art. 710 Rv vgl. tevens EHRM 12 januari 2012, appl.nrs. 12266/07, 40059/07, 36038/09 en 47155/09 (Pekárny).
Hof Amsterdam (OK) 25 juni 2015, ARO 2015/163 (Vikariën).
Hof Amsterdam (OK) 13 juni 2012, ARO 2012/95 (Steltix).
Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2009, ARO 2009, 84 (Triple E).
Hof Amsterdam (OK) 22 april 2016, ARO 2016/90 (Van Huis Uit).
Sommige auteurs1 stellen dat de ratio van art. 2:356 sub e BW zou zijn om een uitweg te bieden uit impasses op aandeelhoudersniveau. Zij beroepen zich op de wetsgeschiedenis waarin die situatie bij wijze van voorbeeld wordt genoemd. Daarin wordt inderdaad gesteld dat art. 2:356 sub e BW “vooral een oplossing zal bieden” in impasse-situaties.2 Voorop staat echter dat de wetgever het toepassingsbereik van deze (onmiddellijke) voorziening niet heeft willen beperken tot die gevallen, maar juist niet verder heeft uitgewerkt wanneer deze kan worden ingezet.3
Ook de ondernemingskamer legt deze bepaling ruimer uit. Zo heeft de ondernemingskamer deze (onmiddellijke) voorziening toegepast naar aanleiding van (a) (een voornemen tot) het nemen van besluiten in de aandeelhoudersvergadering die door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen doorkruisen,4 (b) de dwarse opstelling van een (minderheids)aandeelhouder tijdens aandeelhoudersvergaderingen,5 (c) het bestaan van een toestand van de vennootschap en haar organen die uit een oogpunt van goede corporate governance de toets der kritiek niet kan doorstaan,6 (d) onzekerheden over de verdeling van het aandelenkapitaal en daarmee de zeggenschap in de vennootschap naar aanleiding van geschillen over de rechtsgeldigheid van de overdracht van aandelen en een aandelenemissie,7 (e) het creëren van level playing field ten aanzien van de noodzakelijke besluitvorming over een overname,8 (f) ernstige twijfel aan de integriteit van de betreffende aandeelhouder (tevens indirect bestuurder) en de daarmee verband houdende vertrouwensbreuk met de overige bij de organisatie van de vennootschap betrokkenen,9 (g) het blokkeren van een noodzakelijke aandelenemissie10 en het ontkennen door één bestuurder/certificaathouder dat een andere certificaathouder tevens bestuurder van de STAK is.11
Geconcludeerd kan worden dat de (onmiddellijke) voorziening een oplossing biedt in gevallen waarin wanbeleid kan worden herleid tot gedrag van aandeelhouders. Het is kennelijk de bedoeling dat de tijdelijke beheerder zich als aandeelhouder beter gedraagt en dat daardoor het wanbeleid verdwijnt.