NJB 2019/426:Inzet door politie van een lokfiets met het oog op bestrijding van diefstal: hoewel het gebruik van een dergelijk lokmiddel niet steunt op een specifieke wettelijke regeling, is het in het algemeen niet onrechtmatig indien daardoor (a) de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht, en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. In casu – waarin de fiets met de sleutel duidelijk erop enigszins opvallend was geplaatst en waarin verdachte onder meer niet opvallend rondkeek – concludeert het hof ten onrechte dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachtes opzet reeds was gericht op het stelen van een fiets. Mogelijk heeft het aantreffen van de lokfiets de verdachte op het idee gebracht de fiets te stelen