Hof Den Haag, 29-09-2020, nr. 200.250.888/01
ECLI:NL:GHDHA:2020:1802, Hoger beroep: (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
29-09-2020
- Zaaknummer
200.250.888/01
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2020:1802, Uitspraak, Hof Den Haag, 29‑09‑2020; (Hoger beroep)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2020:728
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2018:7791, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
ECLI:NL:GHDHA:2020:728, Uitspraak, Hof Den Haag, 31‑03‑2020; (Hoger beroep)
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2020:1802
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2018:7791
- Vindplaatsen
AR-Updates.nl 2020-1172
VAAN-AR-Updates.nl 2020-1172
AR-Updates.nl 2020-0395
VAAN-AR-Updates.nl 2020-0395
Uitspraak 29‑09‑2020
Inhoudsindicatie
Schoonmaker in vleesverwerkend bedrijf verricht in hoofdzaak natte schoonmaak werkzaamheden en moet beschermende kleding dragen. Indeling in schoonmaak cao functie 'medewerker schoonmaakonderhoud industrueel II' waardoor recht op 5% toeslag.
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.250.888/01
Zaaknummer rechtbank : 6204559 / CV EXPL 17-26809
arrest van 29 september 2020
inzake
[werknemer] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [werknemer] ,
advocaat: mr. J.W. Dijke te Rotterdam,
tegen
Nancy Schoonmaakbedrijf B.V.,
gevestigd te Schiedam ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Nancy Schoonmaakbedrijf,
advocaat: mr. J.I.T. Sopacua te Rotterdam.
Het geding
Bij arrest van 31 maart 2020 heeft het hof een comparitie gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 25 juni 2020 ten overstaan van de drie raadsheren die het onderhavige arrest wijzen. Voorafgaand aan de comparitie heeft mr. Dijke zijdens [werknemer] nog een Akte antwoord vragen gerechtshof toegezonden met de producties 1 tot en met 10. Mr. Sopacua heeft zijdens Nancy Schoonmaakbedrijf twee nadere aktes ingediend met daaraan gehecht de conclusie na comparitie van 14 maart 2018 en bijbehorende productie 6.
Van de comparitie is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt en dat voorafgaand aan het wijzen van dit arrest aan partijen is gezonden.
In verband met schikkingsonderhandelingen hebben partijen verzocht om een aanhouding. Nadien hebben zij het hof bericht dat geen schikking is bereikt en hebben zij om arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
5% functietoeslag
1. Voor de beoordeling of [werknemer] ingedeeld moet worden in de cao-functie medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I of medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II (met een functietoeslag van 5%) hanteert het hof het NOK-schema van de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (de cao) zoals weergegeven onder 2.6 van het arrest van 31 maart 2020. Uit de gedetailleerde beschrijving van de werkzaamheden van [werknemer] in de Akte antwoord vragen gerechtshof - welke beschrijving door Nancy Schoonmaakbedrijf onvoldoende gemotiveerd is weersproken - en de bijbehorende overgelegde foto’s van onder andere de werkruimte, de schoonmaakmiddelen en schoonmaakmaterialen en in het bijzonder de beschermende (grotendeels plastic) werkkleding (broek, jas, laarzen, helm, veiligheidsbril en mondkapje) die [werknemer] tijdens zijn werkzaamheden draagt is genoegzaam gebleken dat bij de werkzaamheden van [werknemer] de nadruk niet ligt op de uitvoering van droge schoonmaakwerkzaamheden. Er is juist in overwegende mate (ook voor wat betreft de tijdsduur) sprake van natte schoonmaakwerkzaamheden, in het bijzonder van de opstallen, de verschillende werkruimtes, en de machines/installaties. Dit ligt overigens ook voor de hand, gelet op de aard van het bedrijf, te weten vleesverwerking. Bij de schoonmaakwerkzaamheden worden verschillende werkmethoden gehanteerd: het verwijderen van vleesresten en dergelijke, het schoonspuiten met warm water, het inzepen, het inspuiten met een desinfectiemiddel met warm water (op 70˚c) en het gebruik van een hogedrukreiniger voor het afspoelen en ten slotte het droogmaken van tafels, machines, vloeren en wanden. Afhankelijk van de werkplek/werkruimte vinden verschillende werkzaamheden plaats maar alle werkplekken vereisen in overwegende mate natte schoonmaakwerkzaamheden waarvoor het noodzakelijk is gebruik te maken van beschermende kleding en bijzondere reinigings- en desinfectiemiddelen. Het hof is van oordeel dat er daarom sprake is van werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden. Ook is voldoende gebleken dat [werknemer] zijn werkzaamheden zelfstandig – dat wil zeggen zonder toezicht - verricht hoewel niet direct gebleken is dat hij daarbij moet inspelen op situaties die een aanpassing van de reguliere werkvolgorde vragen. Weliswaar beschikt [werknemer] niet over een bijzonder certificaat maar dat acht het hof niet doorslaggevend gelet op de aard van de werkzaamheden die [werknemer] onder overwegend bezwarende omstandigheden moet verrichten. Het hof is dan ook van oordeel dat bij afweging van alle omstandigheden en met in achtneming van het NOK-schema [werknemer] behoort te worden ingedeeld in de cao functie ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’ met de daarbij behorende indeling in loongroep 1 met een functietoeslag van 5%. Grief 1 slaagt.
Aantal gewerkte uren per week
2. In de Akte antwoord vragen gerechtshof heeft [werknemer] zijn primaire vordering - gebaseerd op betaling van (achterstallig) salaris uitgaande van een 40-urige werkweek - ingetrokken. Het hof dient daarom de vraag te beantwoorden of [werknemer] recht heeft op loon over 38 uur per week, dit in afwijking van de 36 uur per week zoals overeengekomen in zijn arbeidsovereenkomst en of hij op basis daarvan een vordering heeft tot betaling van achterstallig salaris. [werknemer] heeft onder andere gewezen op zijn werktijden van 15:00 uur tot 23:00 uur, het gegeven dat hij net zoveel uren werkt als zijn collega [collega] en dat hij vanaf september 2016 meer uren betaald krijgt dan 156 uur per maand. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft zich verweerd en gewezen op artikel 5 lid 1 onder B van de arbeidsovereenkomst (zie 2.2. arrest van 31 maart 2020) waaruit blijkt dat met [werknemer] een werkweek van 36 uur per week, 156 uur per maand is overeengekomen en dat de uren flexibel gewerkt kunnen worden binnen de vastgestelde werktijd tussen 15:00 uur en 23:00 uur. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft [werknemer] er verschillende keren op gewezen dat hij niet na afloop van zijn werk moet blijven maar dat hij dan naar huis moet gaan. De incidentele betaling gebaseerd op meer uren dan 156 uur per maand is te wijten aan een vergissing of incidenteel overwerk, aldus Nancy Schoonmaakbedrijf. Het hof is van oordeel dat [werknemer] te weinig heeft gesteld ter onderbouwing van zijn stelling dat hij doorgaans 38 uur in plaats van de overeengekomen 36 uur per week werkte. [werknemer] heeft niet betwist dat Nancy Schoonmaakbedrijf met [collega] - anders dan met [werknemer] - een arbeidsovereenkomst voor 38 uur per week is overeengekomen. Verder had van [werknemer] verwacht mogen worden dat hij zelf tenminste over een bepaalde periode zou hebben bijgehouden van wanneer tot wanneer hij zijn werkzaamheden verrichtte en dit overzicht zou hebben ingebracht ter onderbouwing van het aantal door hem gestelde meer-uren. Verder is onvoldoende gesteld dan wel gebleken dat er sprake is van overwerk, laat staan overwerk in opdracht van Nancy Schoonmaakbedrijf als werkgever. Het hof wijst de vordering tot betaling van (achterstallig) salaris c.a. af voor zover gebaseerd op een 38-urige werkweek en zal bij de bespreking van de overige vorderingen uitgaan van een 36-urige werkweek. Grief 2 faalt.
Toeslag bijzondere uren
3. De werkgever is uit hoofde van de cao een toeslag verschuldigd voor de uren die ’s avonds na 21:30 uur gewerkt worden; 30% op maandag t/m donderdag en 50% op vrijdag t/m zondag en op feestdagen. Op basis van een 36-urige werkweek en een werkdag van 7,2 uur (die bij aanvang om 15:00 uur na 7,2 uren zou eindigen om 22:12 uur), te vermeerderen met een pauze van 30 minuten per dag (dus tot 22:42 uur, ongeacht of deze pauze wordt genoten), is er sprake van ten minste 1 toeslaguur per dag, en dus 5 toeslaguren per week die worden gewerkt in het tijdvak tussen 21:30 uur en 23:00 uur. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft ter zitting in hoger beroep bevestigd dat zij voor de berekening van de toeslaguren van het dagelijkse eindtijdstip van 22:42 uur uitgaat. Nu dit niet het door [werknemer] zelf tot uitgangspunt genomen1 toeslaguur per dag te boven gaat, volgt het hof de berekening van [werknemer] . Dit betekent dat uitgaande van vijf wekelijkse toeslaguren, per week 4 uren tegen 30% worden berekend (maandag t/m donderdag) en 1 uur tegen 50% (vrijdag). De cijfermatige berekening van de toeslag komt hierna onder 5 aan de orde.
Nabetaling/verrekening
4. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft als verweer tegen de vordering van [werknemer] aangevoerd dat zij in september 2016 al een bedrag van € 6.732,00 heeft betaald ter zake van achterstallig salaris en dat dit bedrag daarom op de vordering in mindering moet strekken. Volgens [werknemer] omvat de nabetaling van € 6.732,00 een bedrag van € 1.899,30 ter zake van niet opgenomen, maar uitbetaalde vrije dagen, welk bedrag niet op de vordering ter zake van achterstallig salaris in mindering mag strekken. Het hof is met [werknemer] van oordeel dat een betaling van vakantiedagen niet in mindering mag strekken op de vordering ter zake van achterstallig salaris. Nancy Schoonmaakbedrijf is in het arrest van 31 maart 2020 gevraagd een gedetailleerde specificatie te verschaffen van het bedrag van € 6.732,00. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft dit echter nagelaten. Gelet op de specificatie op de loonstrook “uitkering 5weken vrije dagen”, de berekening afkomstig zijdens Nancy Schoonmaakbedrijf (productie 3 conclusie na comparitie van partijen tevens wijziging van eis d.d. 14 maart 2018) van het bedrag van € 1.899,30 met de vermelding “5 weken vrijedagen” en gelet op het feit dat enige verklaring ontbreekt waarom ter zake van die vrije dagen sprake zou zijn van een ‘misverstand’, gaat het hof er van uit dat het bedrag van € 1.899,30 inderdaad ziet op betaling van vakantiedagen. Dit betekent dat van de nabetaling slechts een bedrag van € 6.732,00 -/- € 1.899,30 = € 4.832,70 met de onderhavige vordering van [werknemer] kan worden verrekend dan wel daarop in mindering kan worden gebracht. Grief 4 slaagt.
Berekening achterstallig salaris
5. [werknemer] vordert in hoger beroep meer, meer subsidiair (gebaseerd op een 36-urige werkweek en een functietoeslag van 5%) ter zake van achterstallig salaris een bedrag van € 15.951,85 bruto inclusief te weinig ontvangen toeslagen (de toeslag bijzondere uren en 8% vakantietoeslag). Dit bedrag bestaat uit € 16.482,39 te laag bruto uurloon + € 4.302,16 toeslag bijzondere uren = € 20.784,55 (productie 9 conclusie na comparitie tevens wijziging van eis). Hierop strekt het bedrag van € 4.832,70 in mindering, zodat een totaalbedrag van € 15.951,85 bruto resteert. Nu niet is gesteld of gebleken dat [werknemer] van onjuiste uurlonen is uitgegaan, het verschil met het door Nancy Schoonmaakbedrijf berekende totaalbedrag betrekkelijk gering is (€ 15.220,68 ingevolge productie 6 conclusie na comparitie) gaat ook het hof uit van een restantbedrag van € 16.482,39 ter zake van te weinig betaald bruto loon. [werknemer] is blijkens haar toelichting op de berekening (onder 15 van de Akte antwoord vragen gerechtshof) uitgegaan van 5 toeslaguren per week bij een 36-urige werkweek en 5% functietoeslag, terwijl in de berekening van voornoemde productie 6 van Nancy Schoonmaakbedrijf is uitgegaan van een onjuist aantal van 3,75 toeslaguren per week (zoals het hof hiervoor onder 3. heeft overwogen). Ook hier zal het hof daarom de berekening van [werknemer] volgen en het achterstallige loon in verband met de toeslag bijzondere uren bepalen op € 4.302,16. Na verrekening van het bedrag van € 4.832,70 (zoals hiervoor onder 4. is overwogen) resteert een bedrag van € 15.951,85 bruto. Dit bedrag zal worden toegewezen als hierna te melden. Grief 3 slaagt derhalve.
Salaris per 1 juli 2016
6. Gelet op de bedragen die partijen aan hun berekening ten grondslag leggen, lijken zij per de datum van 1 juli 2016 uit te gaan van hetzelfde bruto maandsalaris. [werknemer] becijfert het salaris op basis van een 40-urige werkweek met 5% functietoeslag op € 2.066,09 bruto per maand. Nancy Schoonmaakbedrijf becijfert het salaris op basis van een 36-urige werkweek zonder 5% functietoeslag op € 1.770,60 bruto per maand. Dit betekent in beide berekeningen dat het salaris op basis van een 36-urige werkweek met 5% functietoeslag op € 1.859,48 bruto per maand uitkomt. Dit is exclusief vakantietoeslag en andere toeslagen. Het hof zal het salaris per 1 juli 2016 aldus vaststellen. Ook zal het hof Nancy Schoonmaakbedrijf veroordelen tot naleving van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016. Grief 6 en 7 slagen beide.
De wettelijke verhoging
7. De kantonrechter heeft de wettelijke verhoging beperkt tot 10% en daarbij overwogen dat de wettelijke verhoging een prikkel is voor de werkgever om het loon tijdig te betalen, dat Nancy Schoonmaakbedrijf om haar moverende redenen niet tot betaling is overgegaan van het gevorderde hoger loon en [werknemer] vijf jaar zou hebben gewacht met het instellen van zijn vordering. Het hof overweegt dat de niet-tijdige betaling van het juiste loon aan [werknemer] conform de toepasselijke cao toerekenbaar en verwijtbaar aan Nancy Schoonmaakbedrijf is. Van een werkgever mag worden verwacht dat de cao correct wordt nageleefd. Het maximum van de wettelijke verhoging van 50% wordt ingevolge het bepaalde in artikel 7:625 lid 1 BW al na ongeveer een maand bereikt, zodat het later instellen van de vordering tot loon c.a. niet tot een verder nadeel voor Nancy Schoonmaakbedrijf leidt. Nancy Schoonmaakbedrijf heeft verder geen valide redenen aangedragen waarom tot matiging van de verhoging moet worden overgegaan en ook het hof ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging billijkheidshalve te matigen. Het hof zal de wettelijke verhoging daarom op 50% stellen. Ook grief 5 slaagt derhalve.
Overige vorderingen
8. Uitgaande van een 36-urige werkweek heeft [werknemer] geen vordering ter zake additionele vakantieopbouw. Wel heeft hij nog aanspraak op eindejaarsuitkering over de jaren 2012 tot en met 2016 van in totaal € 1.743,30 bruto (inclusief vakantietoeslag), uitgaande van 5% functietoeslag en een werkweek van 36 uur (zoals weergegeven onder 26. bij conclusie na comparitie van partijen, tevens wijziging van eis, en berekend in productie 9 bij die conclusie). De wettelijke rente wordt toegewezen over het achterstallig salaris, de eindejaarsuitkering en de wettelijke verhoging vanaf de dag van dagvaarding, zoals hierna te melden.
Proceskosten
9. Nancy Schoonmaakbedrijf zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Bewijs
10 Nu geen concreet bewijs is aangeboden van feiten die, indien bewezen, kunnen leiden tot een andere beslissing, gaat het hof aan de bewijsaanbiedingen van partijen voorbij.
Dictum
11. Het hof zal voor de duidelijkheid het gehele vonnis van de kantonrechter vernietigen, en het dictum volledig opnieuw formuleren, met inbegrip van de proceskostenveroordeling van de eerste aanleg.
Beslissing
Het hof:
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter Rotterdam van 14 september 2018,
en opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt Nancy Schoonmaakbedrijf tot betaling van:
(a) het achterstallig bruto salaris van € 15.951,85 inclusief te weinig ontvangen toeslag en 8% vakantietoeslag;
(b) de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.743,30 bruto (inclusief vakantietoeslag) over de jaren 2012 tot en met 2016;
(c) de wettelijke verhoging van 50% over de hiervoor genoemde bedragen;
(d) de wettelijke rente over a t/m c vanaf de datum van dagvaarding;
- stelt het bruto maandsalaris van [werknemer] met ingang van 1 juli 2016 vast op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen;
- veroordeelt Nancy Schoonmaakbedrijf tot het toepassen van de algemeen verbindend verklaarde cao Schoonmaak vanaf 1 juli 2016;
- veroordeelt Nancy Schoonmaakbedrijf in de proceskosten van de eerste aanleg, tot aan de dag van de uitspraak in eerste aanleg aan de zijde van [werknemer] vastgesteld op € 78,00 aan verschotten en € 875,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan de gemachtigde moet worden voldaan;
- veroordeelt Nancy Schoonmaakbedrijf in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [werknemer] tot op heden begroot op € 318,00 aan verschotten en € 3.222,00 aan salaris advocaat;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.D. Ruizeveld, C.J. Frikkee en A.J. Swelheim en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2020 in aanwezigheid van de griffier.
Uitspraak 31‑03‑2020
Inhoudsindicatie
Geschil over functieindeling cao schoonmaak. Hof heeft meer informatie nodig over feitelijke werkzaamheden werknemer en gelast een comparitie van partijen.
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.250.888/01
Zaaknummer rechtbank : 6204559 / CV EXPL 17-26809
arrest van 31 maart 2020
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. J.W. Dijke te Rotterdam,
tegen
Nancy Schoonmaakbedrijf B.V.,
gevestigd te Schiedam ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Nancy Schoonmaakbedrijf,
advocaat: mr. J.I.T. Sopacua te Rotterdam.
Het geding
Bij exploot van 6 december 2018 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 14 september 2018. Bij arrest van 22 januari 2019 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 2 april 2019. Partijen zijn in het tussenarrest geïnformeerd over de enkelvoudige zitting ten overstaan van een raadsheer-commissaris en over de mogelijkheid daartegen bezwaar te maken. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt. Van de comparitie is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Het proces-verbaal is voorafgaand aan het wijzen van dit arrest aan partijen gezonden en ter beschikking gesteld aan (de andere leden van) de meervoudige kamer.
Bij memorie van grieven met één productie heeft [appellant] zeven grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft Nancy Schoonmaakbedrijf de grieven bestreden.
Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
De door de kantonrechter in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan.
Het gaat in deze zaak om het volgende:
2.1
[appellant] is sinds [datum] 2012 bij Nancy Schoonmaakbedrijf in dienst en verricht werkzaamheden als schoonmaker bij een vleesverwerkingsbedrijf. Partijen zijn daartoe drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan. De laatste arbeidsovereenkomst is stilzwijgend voortgezet voor onbepaalde tijd.
2.2
Artikel 5 lid 1 onder A van de arbeidsovereenkomsten bepaalt: “De werkduur: deze bedraagt 36 uur per week, 156 uren per maand”.
Artikel 5 lid 1 onder B van de arbeidsovereenkomsten bepaalt: “De werktijden vallen tussen 15.00 uur t/m 23:00 uur per dag op 5 dagen per week, tenzij er geen belemmeringen zijn geweest”.
2.3
In de periode 2 juni 2012 tot en met 28 juni 2013 heeft Nancy Schoonmaakbedrijf [appellant] tewerkgesteld bij Randstad Vleesgroothandel B.V. Vanaf 29 juni 2013 heeft Nancy Schoonmaakbedrijf [appellant] bij [naam 1] & Zn. B.V. tewerkgesteld.
2.4
Op de arbeidsrelatie is de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna ook: de cao) van toepassing.
2.5
Artikel 13 lid 1 van de ‘cao 2012/2015’ luidt als volgt:
“1. De werkgever is verplicht de functie van de werknemer in een loongroep in te delen met inachtneming van de referentiefuncties genoemd in bijlage II.
Als een werknemer het niet eens is met de indeling van zijn functie, kan hij of zij gebruik maken van de beroepsprocedure of kan de RAS worden verzocht om de functie te laten wegen volgens het Orbasysteem op basis van een door werkgever en werknemer geaccordeerde functiebeschrijving”. (…)
In de ‘cao 2014/2018’ is art. 13 lid 1 ongewijzigd gebleven en luidt art. 13 lid 2 als volgt: “2. De referentiefuncties zijn geactualiseerd en opgenomen in bijlage II van de cao. Dit nieuwe materiaal dient uiterlijk 1 januari 2015 te zijn geïmplementeerd door de werkgever. In het jaar 2014 bestaat de mogelijkheid om gebruik te blijven maken van het referentiemateriaal uit de CAO 2012-2013”. (…)
2.6
Voor zover hier relevant vermeldt het toepasselijke NOK-schema (Niveau Onderscheidende Kenmerken) de volgende beschrijving van de functies Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I en II.
Kenmerk | Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I | Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II |
Typering en aard van de werkzaamheden | Werkzaamheden uitvoeren: - nadruk lig op uitvoering van droge schoonmaak werkzaamheden in productielocaties conform vastgesteld programma en duidelijke instructies en onder direct raadpleegbaar toezicht; - door beperkte natte reinigingswerkzaamheden ook minder bezwarende omstandigheden, | Werkzaamheden uitvoeren: - verrichten van dagelijkse reinigingswerkzaamheden aan machines, installaties, opstallen gebruik makend van verschillende werkmethoden, inclusief desinfecteren, hulpmiddelen en apparatuur conform vastgesteld programma en duidelijke instructies/protocollen; - uitvoeren van periodieke reinigingswerkzaamheden aan opstallen en gebruik van materialen voor het werken op hoogte volgens duidelijke instructies en onder toezicht; - realiseren van normen t.a.v. kwaliteit en tijd |
Zelfstandigheid | - werkprogramma’s en werkmethoden duidelijk gedefinieerd; - inspelen op beperkte verzoeken van productiepersoneel. | - inspelen op situaties die een aanpassing van de reguliere werkvolgorde vragen (afronding productiewerkzaamheden) |
Communicatieve vaardigheden | - informatieve afstemming operationele werkzaamheden met productiepersoneel - afstemming operationele werkzaamheden en bijzonderheden met leidinggevenden en collega’s | - conform medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I |
Opleiding en/of certificaten | Beschikking over een door de branche erkend certificaat dat aansluit op de door de branche vastgestelde eind-termen net betrekking tot de toegewezen werkzaamheden, zoals: - (basis) vakopleiding schoonmaker/-maakster, of een vergelijkbaar certificaat. | Beschikking over een door de branche erkend certificaat dat aansluit op de door de branche vastgestelde eind-termen net betrekking tot de toegewezen werkzaamheden, zoals: - (basis) vakopleiding industrieel/foodreiniging; - aanvullende basiscursus veiligheid (VCA); afhankelijk van klantlocatie; of een vergelijkbaar certificaat. |
Ingevolge bijlage II van de cao 2014/2018 valt de functie Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I in loongroep 1 en de functie Medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II in loongroep 1 plus 5% functietoeslag.
2.7
De eerste twaalf maanden van het dienstverband vormen de inleerperiode in de zin van artikel 14 lid 7 cao, waarbij het basisuurloon 85% van het hoogste uurloon in de loongroep bedraagt.
2.8
Bij de uitbetaling van het salaris over de maand september 2016 heeft Nancy Schoonmaakbedrijf een nabetaling gedaan van € 6.732,- met als omschrijving “2012/2016 uren, toeslag, uitkering 5 weken vrije dagen”.
De procedure in eerste aanleg
3.1
Tegen de achtergrond van voormelde feiten heeft [appellant] in eerste aanleg – na wijziging van eis - primair gevorderd – kort gezegd – veroordeling van Nancy Schoonmaakbedrijf tot:
(I) betaling van het achterstallig bruto salaris van € 29.348,76, inclusief te weinig ontvangen toeslagen, vermeerderd met 8% vakantietoeslag,
(II) betaling van de eindejaarsuitkering van in totaal € 1.936,97 over de jaren 2012 tot en met 2016,
(III) betaling van de wettelijke verhoging over I en II,
(IV) betaling van de wettelijke rente over I tot en met III,
(V) verhoging van de aanspraak op vakantie met 94,12 uur,
(VI) het bruto salaris per maand met ingang van 1 juli 2016 vast te stellen op € 2.066,09 exclusief vakantietoeslag en toeslagen,
(VII) toepassing van de algemeen verbindend verklaarde cao vanaf 1 juli 2016,
(VII) betaling van de proceskosten.
3.2
[appellant] heeft zijn primaire vordering gebaseerd op berekeningen die uitgaan van:
( a) inschaling als “Werknemer reiniging industrieel” waarvan het salaris gelijk is aan loongroep 1 plus een toeslag van 5%,
( b) een 40-urige werkweek,
( c) recht op een toeslag bijzondere uren voor uren gewerkte tussen 21:30 uur en 23:00 uur (1,5 uur) van 30% (maandag tot en met donderdag) respectievelijk 50% (vrijdag),
( d) recht op een eindejaarsuitkering.
3.3
[appellant] vordert verder - kort gezegd -:
subsidiair: achterstallig salaris c.a. gebaseerd op een toeslag van 5% en een 38-urige werkweek;
- meer subsidiair: achterstallig salaris c.a gebaseerd op alleen een 38-urige werkweek;
- meer meer subsidiair: achterstallig salaris c.a gebaseerd op een toeslag van 5% en een 36-urige werkweek; en
- meest subsidiair: achterstallig salaris c.a gebaseerd op alleen een 36-urige werkweek.
3.4
Bij vonnis van 14 september 2018 heeft de kantonrechter – kort samengevat – alleen de meest subsidiaire vordering (gedeeltelijk) toegewezen en Nancy Schoonmaakbedrijf veroordeeld tot betaling van € 9.406,27 bruto ter zake van achterstallig salaris, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, te vermeerderen met wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van Nancy Schoonmaakbedrijf in de proceskosten. Daarbij heeft de kantonrechter overwogen dat [appellant] geen aanspraak kan maken op de 5% functietoeslag, voor hem een werkweek van 36 uur geldt en hij aanspraak heeft op een toeslag voor bijzondere uren van 3,5 uur per week. Op het toegewezen bedrag is de nabetaling van € 6.732,- bruto (zie hierboven onder 2.8) al in mindering gebracht.
De procedure in hoger beroep
4.1
[appellant] kan zich met het vonnis van de kantonrechter niet verenigen en vordert in hoger beroep alsnog toewijzing van zijn (primaire, meer, of meer meer subsidiaire) vorderingen met veroordeling van Nancy Schoonmaakbedrijf in de kosten van de procedure in beide instanties. Hij heeft daartoe zeven grieven aangevoerd.
5% functietoeslag
5.1
[appellant] betoogt met grief 1 dat hij sinds 2 juli 2012 als schoonmaker van industriële machines in een vleesverwerkingsbedrijf werkzaam is en daarom had moeten worden ingedeeld, gelet op de cao 2012/2015, als ‘werknemer reiniging industrieel’ in functiegroep 13.01, met een indeling in loongroep 1 plus een functietoeslag van 5%. In de latere cao’s komen zijn werkzaamheden overeen met de functie ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’, eveneens met een indeling in loongroep 1 plus een functietoeslag van 5%. Aangezien de aard van de werkzaamheden doorslaggevend is, is een certificaat niet vereist.
5.2
Nancy Schoonmaakbedrijf heeft aangevoerd dat alleen in de cao 2012-2013 een onderscheid wordt gemaakt tussen de functie ‘werknemer reiniging industrieel’(functie 13.01) en ‘allround werknemer reiniging industrieel’(functie 13.02). In de latere cao’s wordt (blijkens het NOK-schema) onderscheid gemaakt tussen de medewerkers schoonmaakonderhoud industrieel I en II. De functie ‘werknemer reiniging industrieel’(functie 13.01) heeft vanaf 1 januari 2015 de omschrijving ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’ gekregen. [appellant] moest niet worden ingedeeld in de functie ‘werknemer reiniging industrieel’(functie 13.01) of later in de functie ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’, omdat hij niet beschikt over een door de branche erkend certificaat. Hij is dus ‘allround werknemer reiniging industrieel’(functie 13.02), en valt onder loongroep 1, zonder de 5% functietoeslag. Subsidiair geldt dat zelfs al zou een certificaat niet vereist zijn, dan nog moet hij als ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I’ worden beschouwd (voorheen werknemer reiniging droge/schone foodindustrie (functie 13.05)) omdat zijn werkzaamheden, het schoonmaken van transporttafels (en niet van machines zoals hij stelt), voornamelijk droge schoonmaakwerkzaamheden betreffen conform een vastgesteld programma en duidelijke instructies, onder direct raadpleegbaar toezicht, en de werkprogramma’s en werkmethodes duidelijk gedefinieerd zijn.
5.3
Bij akte overleggen productie 2 met toelichting heeft [appellant] een certificaat Instructie Schoonmaken (Microvezel & Traditioneel) overgelegd en toegelicht dat zijn werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van bloed en vet op tafels, wanden en vloer door middel van een hogedruk reiniger met warm water en schoonmaakmiddel. Met de hogedruk reiniger wordt alles afgespoeld en vervolgens worden met een andere machine de wanden, tafels en vloeren gedesinfecteerd. Dit rechtvaardigt zijn indeling in loongroep 1 met een functietoeslag van 5%, aldus [appellant] .
5.4
Nancy Schoonmaakbedrijf heeft bij antwoord-akte betoogd dat het overgelegde certificaat slechts ziet op algemene en niet op gespecialiseerde schoonmaakwerkzaamheden. [appellant] werkt niet in een slachterij maar in een vleesverwerkingsbedrijf. De werkzaamheden zijn dan ook niet (zo) bloederig als [appellant] suggereert. Er worden geen speciale reinigers gebruikt in verband waarmee men gecertificeerd moet zijn, en er is ook geen speciale kleding nodig. De werkzaamheden omvatten voornamelijk droge schoonmaakwerkzaamheden. De functie van [appellant] is hooguit ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I’, zonder 5% functietoeslag, aldus Nancy Schoonmaakbedrijf.
5.5
Ter comparitie heeft de raadsheer-commissaris partijen de suggestie gedaan om zich tot de commissie RAS te wenden, die ingevolge art. 13 cao een oordeel kan geven over de functie-indeling van [appellant] . Partijen hebben dit niet gedaan, zo maakt het hof uit de memoriewisseling op. Tussen partijen is nog steeds in geschil of de functie-indeling correct heeft plaatsgevonden. Partijen hebben geen door hen (beiden) geaccordeerde functiebeschrijving overgelegd en zijn het klaarblijkelijk niet eens over de beschrijving van de functie van [appellant] . Het hof beschikt over onvoldoende informatie om een oordeel te geven over de functie-indeling van [appellant] en wil over de volgende informatie beschikken.
Van [appellant]:
- een beschrijving van de referentiefunctie in het functiehandboek van ‘werknemer reiniging industrieel’ (functie 13.01), ‘allround werknemer reiniging industrieel’(functie 13.02), en ‘werknemer reiniging droge/schone foodindustrie’ (functie 13.05) op basis van de cao 2012/2015 (zo nodig op te vragen bij RAS, zie Bijlage II cao);
- een beschrijving van de referentiefunctie in het functiehandboek van ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I en II’ op basis van de cao 2014/2018 en op basis van de cao 2016/2018 (zo nodig op te vragen bij RAS, zie Bijlage II cao);
- een nauwkeurig opgave van de werkzaamheden van [appellant] , alsmede van de hulpmiddelen en kleding die hij gebruikt(e), zowel bij Randstad Vleesgroothandel B.V. als bij [naam 1] & Zn. B.V.
Van Nancy Schoonmaakbedrijf:
- een nauwkeurig opgave van de werkzaamheden van [appellant] , alsmede van de hulpmiddelen en kleding die hij gebruikt(e), zowel bij Randstad Vleesgroothandel B.V. als bij [naam 1] & Zn. B.V.
- een opgave welk certificaat zou ontbreken voor de indeling in de functie van ‘medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II’.
Aantal gewerkte uren per week
5.6
Ten aanzien van het aantal gewerkte uren heeft [appellant] gesteld dat hij 40 dan wel 38 uur per week werkt, dit in afwijking van de 36 uur per week zoals overeengekomen in zijn arbeidsovereenkomst. [appellant] heeft onder andere gewezen op zijn werktijden van 15:00 uur tot 23:00 uur en de beslissing van de kantonrechter in de zaak van zijn collega [naam 2] - met wie hij samenwerkt - dat [naam 2] 38 uur per week werkt. Het is het hof ambtshalve bekend dat [naam 2] zijn vordering tot uitbetaling van meer dan 38 uren inmiddels in de procedure in hoger beroep aanhangig bij dit hof onder nummer 200.265.938/01, heeft ingetrokken. Het hof wil weten of dit dan ook voor [appellant] tot aanpassing van zijn vorderingen ten aanzien van het gevorderde aantal uren leidt en in het verlengde daarvan ook ten aanzien van de gevorderde toeslag bijzondere uren, de gevorderde vakantie-uren en de gevorderde verklaring voor recht van het bruto salaris per 1 juli 2016 tot een aanpassing leidt.
Toeslag bijzondere uren
5.7
[appellant] heeft gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat de door hem genoemde bedragen ter zake van de bijzondere toeslag onnavolgbaar zijn (productie 10 en productie 7 conclusie na comparitie van partijen tevens wijziging van eis) en daarom wordt uitgegaan van de berekening van Nancy Schoonmaakbedrijf (productie 6 conclusie na comparitie). Het hof wil van [appellant] een schriftelijke toelichting op zijn berekeningen. Verder is de door de kantonrechter bedoelde productie 6 in het dossier van het hof slecht leesbaar. Het hof verzoekt Nancy Schoonmaakbedrijf een goed leesbaar exemplaar over te leggen.
Nabetaling
5.8
Volgens [appellant] omvat de nabetaling van € 6.732,00 een bedrag van € 1.899,30 ter zake van vrije niet betaalde dagen. Nancy Schoonmaakbedrijf ontkent dit. Het hof verzoekt Nancy Schoonmaakbedrijf een gedetailleerde specificatie te verschaffen van het bedrag van € 6.732,00 bruto.
Comparitie
5.9
Het hof zal een comparitie van partijen gelasten ten overstaan van drie raadsheren en deze comparitie benutten om de gevraagde (schriftelijke) informatie, die voorafgaand aan de comparitie van partijen per akte dient te worden overgelegd, met partijen te bespreken. Partijen dienen er rekening mee te houden dat ook andere geschilpunten tijdens de comparitie aan de orde kunnen komen. Ook zal ter comparitie worden bezien of een minnelijke regeling tot de mogelijkheden behoort.
5.10
Met het oog op het voorgaande acht het hof het gewenst dat [appellant] in persoon ter zitting zal verschijnen en dat namens Nancy Schoonmaakbedrijf in elk geval de heer [X] ter zitting aanwezig zal zijn.
5.11
Indien de zittingen van het hof nog niet zijn hervat op de geplande datum van de comparitie, zal tijdig en na overleg met partijen, een nieuwe datum worden bepaald.
5.12
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Beslissing
Het hof:
- beveelt partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling, voor het hof te verschijnen in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag, en wel op donderdag 25 juni 2020 om 13:30 uur;
- bepaalt dat uitstel van deze comparitie eenmalig zal worden verleend, indien daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen, binnen twee weken na dit arrest schriftelijk wordt verzocht;
- bepaalt dat partijen de gevraagde bescheiden en eventuele andere bescheiden waarop zij een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze bij akte (met toelichting) uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.D. Ruizeveld, C.J. Frikkee en A.J. Swelheim en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.