NJB 2025/2763
Het ‘uitvoeren’ van valse Britse muntstukken van één pond, art. 209 Sr luidt: onder ‘uitvoeren’ als bedoeld in deze bepaling valt het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in die bepaling bedoelde muntspeciën en munt- en bankbiljetten. Dat kan zich ook voordoen bij gedragingen die zijn gericht op ‘bewegingen landuitwaarts’. Van ‘uitvoeren’ als bedoeld in art. 209 Sr kan dus ook sprake zijn als de muntspeciën of munt- of bankbiljetten het grondgebied van Nederland nog niet hebben verlaten.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1769
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/02686
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1769, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:817, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
- Wetingang
(art. 209 Sr)
Essentie
Het ‘uitvoeren’ van valse Britse muntstukken van één pond, art. 209 Sr luidt: onder ‘uitvoeren’ als bedoeld in deze bepaling valt het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in die bepaling bedoelde muntspeciën en munt- en bankbiljetten. Dat kan zich ook voordoen bij gedragingen die zijn gericht op ‘bewegingen landuitwaarts’. Van ‘uitvoeren’ als bedoeld in art. 209 Sr kan dus ook sprake zijn als de muntspeciën of munt- of bankbiljetten het grondgebied van Nederland nog niet hebben verlaten.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘in Nederland, tezamen en in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.