Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/15.4.2:15.4.2 Afzonderlijke wetsartikelen
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/15.4.2
15.4.2 Afzonderlijke wetsartikelen
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481175:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In titel 5.4 van het Burgerlijk Wetboek komen openbare zaken aan de orde in de volgende artikelen:
art. 5:42:
Het is, in afwijking van de hoofdregel, aan de eigenaar van een erf toegestaan om binnen een afstand van twee meter van de grenslijn respectievelijk vijftig centimeter van de grenslijn bomen dan wel heesters en heggen te hebben indien het naburige erfeen openbare weg is.
Deze regel kan genuanceerd worden indien de openbare bestemming zich niet laat verenigen met de aanwezigheid van dergelijke objecten.1
art. 5:48:
De eigenaar van een erf mag dit erf afsluiten. Het zal duidelijk zijn dat deze bevoegdheid zich niet verdraagt met de openbaarheid van wegen. De wet kent deze uitzondering evenwel niet. Hier moeten wij teruggrijpen op de hoofdregel als onder 15.3 geformuleerd. Openbare wegen2 mogen niet worden afgesloten indien en zolang de openbare bestemming zich daartegen verzet. Het oordeel hierover zal in eerste instantie moeten berusten – niet bij de eigenaar maar – bij de beheerder. Hij is immers degene die de publiekrechtelijke bestemming moet bewaken en handhaven.3
art. 5:49:
Indien één van de erven een openbare weg is, is het vorderen van afsluiting door middel van een muur niet toegestaan. Hennekens wenst een nog verdergaande beperking van de bevoegdheid als in dit artikel omschreven. Ook de eigenaar van een erf dat naast een openbaar plantsoen is gelegen heeft niet het recht om plaatsing van een muur te vorderen van de eigenaar van het plantsoen. De eigenaar van het plantsoen dient de openbaarheid te ontzien. De beheerder draagt zorg voor instandhouding, bruikbaarheid, vrijheid en veiligheid van het openbare plantsoen. De vraag is dan of van de beheerder wel medewerking aan de plaatsing van een muur gevorderd kan worden. Hennekens lijkt deze vraag ontkennend te beantwoorden. Hij merkt op:
‘Bovendien zou het vreemd zijn dat openbare wegen (…) niet onder de toepassing van deze bepaling (lid 2) vallen, doch openbare plantsoenen wel.’4
art. 5:50:
Het is aan de eigenaar van een erf – zulks in afwijking van de hoofdregel – toegestaan om binnen twee meter van de grenslijn vensters of andere muuropeningen dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben indien het naburige erf een openbare weg is, dan wel indien zich tussen de erven een openbare weg bevindt. De eigenaar van een openbare weg mag zich derhalve niet verzetten tegen de aanwezigheid van vensters, andere muuropeningen of balkons als hiervoor bedoeld.5
art. 5:52:
Afwatering op een openbare weg is geoorloofd, tenzij bij de wet of verordening verboden.