Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.5.2:17.5.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/17.5.2
17.5.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS450444:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De grondwetgever geeft in het kader van het openbare onderwijs geen definitie van de wettelijk term ‘godsdienst en levensovertuiging’. Zoals gezegd lopen de kwalificatiewijzen in de jurisprudentie naar aanleiding van de neutraliteitseis en naar aanleiding van het verbod op discriminatie uiteen. De CGB past standaard een subjectiverende kwalificatiewijze toe. Dit legitimeert zij vanuit het leerstuk van interpretatieve terughoudendheid en vanuit de erkenning van het belang van de zelfdefinitie van het rechtssubject. Deze benadering past in een accommodationistisch perspectief waarbij het rechtssubject de vrijheid wordt gelaten om zelf zijn identiteit te formuleren. In de rechtspraak van het EHRM wordt deze zelfdefinitie soms niet erkend. Het EHRM kwalificeert in een aantal zaken uitingen en gedragingen objectiverend. We kunnen deze wisselende wijze van kwalificeren niet politiek-filosofisch duiden.