Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.1.1:8.5.1.1 Wilders’ bezwaren
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.1.1
8.5.1.1 Wilders’ bezwaren
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457695:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Den Haag (vzr.) 1 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7242, r.o. 2.2.
Rb. Den Haag (vzr.) 1 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7242, r.o. 2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de rechter stelde Wilders dat de Staat onrechtmatig jegens hem had gehandeld. Hij voerde een vijftal bezwaren aan tegen het ESM-verdrag.1 Zo stelde hij dat het ESM ten onrechte is onttrokken aan rechterlijke controle. Ook is parlementaire controle volgens hem onvoldoende mogelijk. Daarnaast zou het ESM in strijd zijn met het budgetrecht van artikel 105 Gw. Bovendien gaan de taken en bevoegdheden van de minister van Financiën in zijn rol als gouverneur bij het ESM volgens Wilders niet samen met die van het ministersambt. In dit kader betoogde hij dat de in het ESM-verdrag aan de minister toegekende immuniteit van rechtsvervolging in strijd is met artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR) en met artikel 1 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (hierna: UVRM), waarin het gelijkheidsbeginsel is vastgelegd. Tot slot stelde Wilders dat het ESM-verdrag in strijd is met de no bail outclausule van artikel 125 VWEU. Die bepaling zou eerst gewijzigd moeten worden voordat kan worden ingestemd met het ESM-verdrag.
Deze bezwaren toonden volgens Wilders de onrechtmatigheid van de wetsvoorstellen aan. Door die toch voor te leggen aan het parlement, handelde de Staat onrechtmatig, aldus Wilders.2 De Staat heeft bovendien onrechtmatig gehandeld door de wetsvoorstellen in ongewijzigde vorm aan de Tweede Kamer aan te bieden, nadat de Raad van State en de Algemene Rekenkamer hun bedenkingen hierover hadden geuit. Daarnaast heeft de Staat volgens Wilders onvolledige en gekleurde informatie verstrekt over het ESM-verdrag en de consequenties daarvan. Tevens zou het onrechtmatig handelen van de Staat blijken uit het niet aanhouden van de wetsvoorstellen tot na de geplande verkiezingen, zodat Nederlandse burgers geen kans krijgen om zich uit te laten over deze kwestie. Dit zou in strijd zijn met de in de UVRM en het IVBPR neergelegde uitgangspunten omtrent het kiesrecht.