De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.3.4:6.3.4 Conclusie
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.3.4
6.3.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232616:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Roelvink, TOP 2007/2, p. 75.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 2:107a BW is ingevoerd in een tijd waarin aandeelhoudersrechten werden versterkt. Het goedkeuringsrecht dat daarin aan de AV is toegekend vormt een meer omvattende beperking van de bestuursautonomie dan voorafgaand aan invoering daarvan werd aangenomen. De onderwerpen die aan goedkeuring onderhevig zijn hebben veelal raakvlakken met de strategie en het beleid van de beurs-NV. Dit betekent dat de bestuursbevoegdheid tot het bepalen van strategie en het beleid niet onbeperkt is. Bij ingrijpende wijzigingen is goedkeuring van de AV nodig. Die goedkeuring is eerder vereist wanneer een bepaald besluit niet past binnen de tot dan toe gevolgde strategie van de onderneming, aangezien aandeelhouders daarmee aandelen gaan houden in een ander soort onderneming.
Artikel 2:107a lid 1 sub c BW zou wat mij betreft moeten worden aangepast. Die aanpassing zou moeten zien op de maatstaven voor het berekenen van de waarde van de beursvennootschap en die van de deelneming, in die zin dat relevant dienen te zijn (1) de (ver)koopprijs van de te verkrijgen of af te stoten deelneming, in verhouding tot (2) de marktkapitalisatie van de beursvennootschap (en niet de boekwaarde van de activa) zoals bepaald door de beurskoers op het moment van aankondiging van de transactie.1 Dit leidt tot meer praktisch nut en zekerheid. Het artikel zou niet moeten gelden voor niet-beursgenoteerde vennootschappen. Daarvoor is het artikel oorspronkelijk ook niet primair bedoeld en is het veelal niet nodig. Het gehele artikel 2:107a BW zou wel moeten gelden voor beursgenoteerde BV’s.
Bevoegdheden die betrekking hebben op de structuur van de vennootschap of een wezenlijk deel van haar onderneming zullen primair binnen de bestuursbevoegdheid vallen. Zoveel is in ieder geval duidelijk na invoering van artikel 2:107a BW, hoewel die bevoegdheid niet exclusief is. Het bestuur heeft een initiatiefrecht en de AV ‘slechts’ een vorm van negatieve controle. Voor zover andere wettelijke of statutaire bepalingen ontbreken, behoren ook besluiten die ingrijpen op de vennootschappelijke structuur tot de bevoegdheid van het bestuur en daarmee onder de strategie en het beleid van de vennootschap. Aandeelhouders kunnen dergelijk besluiten dan ook niet op eigen initiatief agenderen als stempunt.