Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.1:II.4.1 Inleiding
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.1
II.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS589518:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beantwoording van de vraag, wie rechtens relevante aanspraken kan ontlenen aan een rechterlijke toetsingsuitspraak, zijn – naast de hiervóór besproken wijzen van toetsing1 – voornamelijk de procesrechtelijke gevolgen van zo’n beslissing bepalend. In dit hoofdstuk worden zij verdeeld in twee categorieën: de rechtsgevolgen die het gemene procesrecht aan toetsingsuitspraken verbindt en de rechtsgevolgen die uit het eventuele bestaan van een precedentenstelsel voortvloeien.
Beide ‘bronnen’ van rechtsgevolgen normeren andere relaties. Het gemene procesrecht normeert de relatie tussen justitiabelen. Vaak regelt het de rechtsverhouding tussen (voormalige) procespartijen. Een precedentenstelsel normeert daarentegen de relatie tussen rechters. Het bepaalt, dat rechters gebonden zijn aan beslissingen van hogere rechters.2 Als van zo’n gebondenheid sprake is, heeft dat formeel geen gevolgen voor justitiabelen. Materieel ligt dat anders. Als de rechter gehouden is een toetsingsuitspraak van een ‘hogere’ rechter te volgen, heeft die uitspraak ook gevolgen voor andere partijen in een voor de ‘lagere’ rechter aanhangig geschil.
Beantwoording van de vraag of in een land een precedentenstelsel bestaat, blijft achterwege als uit het gemene procesrecht reeds volgt, dat toetsingsuitspraken erga omnes werken. In zo’n geval voegt een precedentenstelsel immers niets meer toe aan de beantwoording van de vraag, wie aan een toetsingsuitspraak rechten kan ontlenen. Bij de bespreking van de de rechtsgevolgen van toetsingsuitspraken van het Bundesverfassungsgericht wordt daarom geen aandacht besteed aan de vraag of in Duitsland een precedentenstelsel bestaat.