Hof Amsterdam, 23-02-2021, nr. 200.169.898/01
ECLI:NL:GHAMS:2021:516, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
23-02-2021
- Zaaknummer
200.169.898/01
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2021:516, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑02‑2021; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:1444, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
ECLI:NL:GHAMS:2017:3124, Uitspraak, Hof Amsterdam, 01‑08‑2017; (Hoger beroep)
- Vindplaatsen
INS-Updates.nl 2021-0096
OR-Updates.nl 2021-0124
JOR 2021/144 met annotatie van Plas, C.G. van der
Uitspraak 23‑02‑2021
Inhoudsindicatie
Promneftstroy heeft onrechtmatig jegens Yukos International gehandeld door naleving af te dwingen van het in het proces bedoelde bevel van de voorzieningenrechter. Verwijzing naar de schadestaatprocedure. Onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de bestuurder van Promneftstroy onrechtmatig heeft gehandeld. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:3124.
Partij(en)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.169.898/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/5119899 / HA ZA 12-744
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 februari 2021
inzake
YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie
OOO PROMNEFTSTROY,
gevestigd te Moskou, Russische Federatie,
2. [geïntimeerde],
wonend te [woonplaats] , [locatie] ,
geïntimeerden,
tevens incidenteel appellanten,
advocaat: mr. R.S. Meijer te Amsterdam.
Partijen worden hierna Yukos International, Promneftstroy en [geïntimeerde] genoemd.
1. De zaak in het kort
In 2008 heeft (onder meer) Promneftstroy een kort geding aangespannen tegen (onder meer) Yukos International. In dat kort geding stelde Promneftstroy dat zij door koop op een veiling rechthebbende was geworden op de aandelen in Yukos Finance; dat zij daardoor gerechtigde was geworden tot de vermogensbestanddelen van Yukos Finance, waaronder verkoopopbrengsten van een oliemaatschappij en een deelneming; en dat die vermogensbestanddelen waren ondergebracht in Yukos International. In dat kort geding heeft de voorzieningenrechter Yukos International bevolen om de bedoelde verkoopopbrengsten en de deelneming op een afzonderlijke bankrekening te storten en te houden. Yukos International heeft dat bevel nageleefd. In 2011 heeft de Hoge Raad het bevel van de voorzieningenrechter vernietigd en de gevraagde voorziening alsnog geweigerd. Jaren later, in 2019, heeft de Hoge Raad in een bodemzaak een arrest van dit hof bekrachtigd, waarin het hof voor recht heeft verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende is geworden op de aandelen in Yukos Finance. [geïntimeerde] is statutair bestuurder (geweest) van Promneftstroy.
In dit geding is de vraag aan de orde of Promneftstroy onrechtmatig jegens Yukos International heeft gehandeld door naleving af te dwingen van het bevel van de voorzieningenrechter. Ook is aan de orde of [geïntimeerde] onrechtmatig jegens Yukos International heeft gehandeld. Zo ja, dan moet beoordeeld worden
(i) of Yukos International schade heeft geleden door de onrechtmatige gedragingen van Promneftstroy en [geïntimeerde] ,
(ii) hoe die schade dan moet worden begroot, en
(iii) of de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd wegens eigen schuld van Yukos International.
2. Verder verloop van het geding in hoger beroep
Bij arrest van 1 augustus 2017 (hierna: het tussenarrest) heeft het hof de zaak naar de rol verwezen. Yukos International heeft op de rol van 5 februari 2019 een akte ingediend, met een productie. Daarna is weer arrest gevraagd.
Twee raadsheren zijn vervangen. Partijen hebben desgevraagd te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan een nadere mondeling behandeling.
3. Verdere beoordeling
Promneftstroy heeft onrechtmatig gehandeld
3.1
Bij het tussenarrest heeft het hof overwogen dat de zaak wordt aangehouden totdat in rechte onherroepelijk is komen vast te staan dat Promneftstroy al dan niet rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.
3.2
Daarna heeft Yukos International het arrest van de Hoge Raad van 18 januari 2019, zaaknr. 17/03826, ECLI:NL:HR:2019:54 in het geding gebracht. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het principale cassatieberoep verworpen tegen arresten van dit hof van 21 juni 2016 en 9 mei 2017, gewezen in de bodemzaak die genoemd is in het tussenarrest (hierna: de bodemzaak).
3.3
Bij het aldus in cassatie in stand gebleven arrest van 9 mei 2017 heeft het hof voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden. Het arrest is in kracht van gewijsde gegaan. Tussen de procespartijen in de bodemzaak staat dat dus onherroepelijk vast. In de bodemzaak was Promneftstroy procespartij. [geïntimeerde] was erbij betrokken doordat Yukos Finance, zoals voorheen vertegenwoordigd door onder meer [geïntimeerde] , procespartij was. Yukos International was echter geen procespartij in de bodemzaak en [geïntimeerde] was dat zelf ook niet.
3.4
In dit geding heeft Yukos International (primair) betoogd dat reeds uit het arrest van de Hoge Raad van 7 januari 2011 volgt dat Promneftstroy onrechtmatig heeft gehandeld door Yukos International te houden aan het bevel dat de voorzieningenrechter op 6 maart 2008 heeft gegeven (hierna: de freezing order). Dat betoog heeft het hof verworpen in het tussenarrest.
In de stellingname van Yukos International ligt voldoende kenbaar als haar subsidiaire standpunt besloten dat de gestelde onrechtmatige daad van Promeftstroy volgt uit de onherroepelijk geworden eindbeslissing in de bodemzaak, inhoudende dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden, en als haar meer subsidiaire standpunt dat de gestelde onrechtmatige daad van Promeftstroy volgt uit het in deze zaak door de rechter te geven oordeel dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.
3.5
In de stellingen van Yukos International in deze zaak ligt voldoende kenbaar als haar stelling besloten dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden. Promneftstroy en [geïntimeerde] hebben dat onvoldoende gemotiveerd betwist, althans nadat het arrest van de Hoge Raad in de bodemzaak in dit geding is gebracht, hebben zij hun betwisting onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd in het licht van de oordelen van het hof en de Hoge Raad in de bodemzaak. Het hof stelt in dit geding vast dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden. Dat brengt mee dat indien Promneftstroy naleving van de freezing order heeft afgedwongen, zij onrechtmatig jegens Yukos International heeft gehandeld.
3.6
Promneftstroy heeft de freezing order op 13 maart 2008 aan Yukos International laten betekenen en daarbij aangezegd dat als Yukos International het bevel niet zou naleven, Promneftstroy dwangsommen zou opeisen. Weliswaar heeft Promneftstroy in oktober 2008 aan Yukos International te kennen gegeven dat het wenselijk zou zijn dat de in de freezing order bedoelde verkoopopbrengst en deelneming (hierna: de gelden) zouden worden weggehaald van de bankrekening van Fortis Bank en elders zouden worden ondergebracht, maar daarmee heeft Promneftstroy niet haar standpunt verlaten dat Yukos International de freezing order diende na te leven en dat, indien Yukos International dat niet zou doen, Promneftstroy dwangsommen zou opeisen.
3.7
Promneftstroy heeft dus naleving van de freezing order afgedwongen. Daardoor heeft zij onrechtmatig jegens Yukos Finance gehandeld, aangezien zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de freezing order getroffen gelden.
Niet kan worden aangenomen dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld
3.8
Bij memorie van grieven heeft Yukos International het volgende aan [geïntimeerde] verweten: [geïntimeerde] heeft het Promneftstroy-consortium bijeengebracht in de wetenschap dat Promneftstroy voor US$ 310 miljoen de aandelen in Yukos Finance zou kunnen verkrijgen door manipulatie van de veiling, met als doel dat [geïntimeerde] en zijn mede-investeerders een enorme winst zouden behalen. Hij heeft een deal bekokstoofd met Rosneft en [Z] . Hij wist dat de wijze waarop Promneftstroy de aandelen in Yukos Finance in handen kreeg, in strijd was met de Nederlandse openbare orde. Hij heeft Promnefstroy ingezet om een kort geding tegen Yukos Finance aanhangig te maken en de freezing order te verkrijgen. Hij heeft de voorzieningenrechter en later ook de rechtbank in deze zaak bewust op het verkeerde been gezet door zich in strijd met de waarheid te presenteren als koper te goeder trouw van de aandelen in Yukos Finance.
3.9
Verder heeft Yukos International aangevoerd dat Promneftstroy als special purpose vehicle is opgericht om de aandelen in Yukos Finance te verwerven en dat Promneftstroy geen activa heeft. [geïntimeerde] heeft doelbewust de lege vennootschap Promneftstroy gebruikt. Hij wist dat Promneftstroy geen zekerheid en geen verhaal zou kunnen bieden voor de schade die is veroorzaakt door het afdwingen van naleving van de freezing order.
3.10
Blijkens het petitum in de memorie van grieven zijn de vorderingen van Yukos International in deze zaak, voor zover tegen [geïntimeerde] gericht, uitsluitend gebaseerd op de stelling dat (ook) [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld door de freezing order af te dwingen. Daarom zijn de aan [geïntimeerde] gemaakte verwijten uitsluitend van belang, voor zover zij steun bieden aan de stelling dat [geïntimeerde] de freezing order heeft afgedwongen en aan het standpunt van Yukos International dat [geïntimeerde] door die handelwijze onrechtmatig heeft gehandeld.
3.11
De vraag of [geïntimeerde] door die gestelde handelwijze onrechtmatig heeft gehandeld, moet beoordeeld worden naar Nederlands recht. Een vordering uit onrechtmatige daad van een bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een corporatie, ingesteld door een niet bij die corporatie betrokken derde (een vordering uit externe bestuurdersaansprakelijkheid dus) dient voor de toepassing van het Nederlandse conflictenrecht in beginsel te worden beschouwd als een vordering die in de verwijzingscategorie van de onrechtmatige daad valt. Mogelijk kan een dergelijke vordering onder omstandigheden in de verwijzingscategorie van het incorporatierecht vallen, maar [geïntimeerde] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zich in dit geval omstandigheden voordoen die dat meebrengen. Art. 10:119 sub e BW en art. 3 sub e Wet conflictenrecht corporaties (oud) zijn dus niet van toepassing.
De gestelde onrechtmatige daad (het afdwingen van de freezing order) is in Nederland gepleegd. De freezing order met aanzegging is in Nederland betekend. De freezing order is in Nederland uitgevoerd doordat de gelden op een bankrekening in Nederland zijn gestort en gehouden. Yukos International, die in Nederland is gevestigd, heeft de gestelde schade ook in Nederland geleden. Daarom is Nederlands recht van toepassing. Niet van belang is dat Promneftstroy een rechtspersoon naar Russisch recht is, dat [geïntimeerde] in Rusland woont en dat hij is aangesproken op zijn hoedanigheid van bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een Russische rechtspersoon.
3.12
[geïntimeerde] was geen procespartij bij het kort geding dat tot de freezing order heeft geleid. Hij kon de freezing order daarom niet in eigen naam afdwingen. Indien hij de
de freezing order heeft afgedwongen, heeft hij dat namens Promneftstroy gedaan. Dat heeft hij dan gedaan in zijn hoedanigheid van bestuurder of feitelijke beleidsbepaler van Promneftstroy. Gelet hierop kan aansprakelijkheid van [geïntimeerde] niet worden gebaseerd op HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Spaanse Villa), HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628 (Tulip Air) en HR 18 september 2015, ECLI:HR:2015:2745. Voor een succesvol beroep op die rechtspraak is immers nodig dat de bestuurder (mede) in andere hoedanigheid is opgetreden dan in zijn hoedanigheid van bestuurder of feitelijk beleidsbepaler.
3.13
Naar Nederlands recht kan bestuurdersaansprakelijkheid wegens benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering worden aangenomen indien voldaan is aan de vereisten als omschreven in HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen). Kort gezegd mag in het algemeen alleen dan bestuurdersaansprakelijkheid worden aangenomen, indien de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, of indien de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten (verdere) handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden, of indien zich andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt aan de bestuurder kan worden gemaakt.
In HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7326 (Beverwijk/Maarssens) is een zaak berecht die enige gelijkenis vertoont met deze zaak.
3.14
In dit geval zou voor aansprakelijkheid voor de door Yukos International gestelde gedragingen van [geïntimeerde] het volgende nodig zijn:
a. Ten tijde van het afdwingen van naleving van de freezing order (in 2008-2011) had [geïntimeerde] op grond van de hem als bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van Promnefstroy bekende omstandigheden rekening moeten houden met de mogelijkheid
dat uiteindelijk onherroepelijk in rechte zou komen vast te staan dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was geworden of dat er om een andere reden geen deugdelijke grond was voor de freezing order; en
b. Ten tijde van het afdwingen van naleving van de freezing order wist [geïntimeerde] , of had hij ernstig rekening moeten houden met de mogelijkheid, dat indien het hiervoor onder a bedoelde feit onherroepelijk in rechte zou komen vast te staan, Promneftstroy niet in staat of bereid zou zijn de door de afgedwongen naleving van de freezing order veroorzaakte schade aan Yukos International te vergoeden; en
c. Ten tijde van het afdwingen van naleving van de freezing order wist [geïntimeerde] , of had hij redelijkerwijze behoren te begrijpen, dat indien Promneftstroy verplicht zou zijn de hiervoor onder b bedoelde schade te vergoeden, zij geen verhaal zou bieden voor die schadevordering; en
d. In de gegeven omstandigheden kan aan [geïntimeerde] worden verweten dat hij desondanks
met verwaarlozing van de belangen van Yukos International heeft bewerkstelligd dat Promneftstroy naleving van de freezing order heeft afgedwongen.
3.15
Yukos International heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat aan deze voorwaarden is voldaan. Het stond [geïntimeerde] vrij (i) om te bewerkstelligen of toe te laten dat Promneftstroy in rechte het standpunt verdedigde dat Promneftstroy rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was geworden en (ii) om te proberen de belangen van Promneftstroy veilig te stellen door namens Promneftstroy naleving van de freezing order af te dwingen. In elk geval kan hem van die handelwijze niet een zo ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt dat dit tot zijn aansprakelijkheid als bestuurder of feitelijke beleidsbepaler moet leiden. Hierbij is van belang dat ten tijde van het afdwingen van de naleving van de freezing order een pleitbaar standpunt was dat Promneftstroy rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was geworden, op de grond dat, kort gezegd, in Nederland dit rechtsgevolg verbonden zou moeten worden aan het Russische faillissementsvonnis, ook indien de hiervoor in rov. 3.8 en 3.9 verkort weergegeven stellingen, voor zover feitelijk, juist zijn.
Ook voor het overige heeft Yukos International onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de freezing order af te dwingen.
3.16
De rechtbank heeft het standpunt van Yukos International verworpen dat de gedragingen van Promneftstroy en Rosneft dienen te worden aangemerkt als gedragingen in groepsverband in de zin van art. 6:166 lid 1 BW. Daartegen heeft Yukos International geen grieven gericht. Dat standpunt van Yukos International is in hoger beroep dus niet meer van belang.
3.17
Overigens zou de uitkomst dezelfde zijn, indien de vordering tegen [geïntimeerde] naar Russisch recht zou worden beoordeeld. Ook bij toepassing van het Russische recht over de externe aansprakelijkheid van bestuurders en feitelijke beleidsbepalers is hetgeen Yukos International heeft gesteld, onvoldoende voor aansprakelijkheid.
Het hof merkt hierbij op dat de Russische advocaat Vladimir Gladyshev in zijn opinie van 23 juli 2015 niet met stelligheid heeft verdedigd dat [geïntimeerde] naar Russisch recht aansprakelijk is te achten. In zijn opinie van 25 juli 2016 heeft hij dat wel gedaan, maar daarbij heeft hij, anders dan in zijn eerdere opinie, tot uitgangspunt genomen dat [geïntimeerde] reeds bij het aanvragen van de freezing order wist dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was geworden (onder 18 en 22 van de opinie). Dat uitgangspunt kan niet worden gehanteerd, gelet op hetgeen het hof hiervoor in rov. 3.15 heeft overwogen. De hiervoor in rov. 3.12-3.17 weergegeven overwegingen zijn toegesneden op het Nederlandse recht, maar zij dragen ook de conclusie dat aansprakelijkheid van [geïntimeerde] naar Russisch recht moet worden afgewezen.
Het hof kan de schade thans niet begroten
3.18
Terecht heeft de rechtbank geoordeeld dat de schade van Yukos International niet kan worden begroot op de wettelijke rente, ook niet naar analogie. Art. 6:119 BW strekt ertoe de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een geldsom te fixeren op de wettelijke rente. De uitzonderlijke aard van deze bepaling verzet zich tegen een ruime uitleg. Yukos International heeft gedurende enige tijd niet over de door de freezing order getroffen gelden kunnen beschikken. Deze situatie wijkt te veel af van de in art. 6:119 BW geregelde situatie om te kunnen oordelen dat de aard van de schade meebrengt dat art. 6:119 BW overeenkomstig moet worden toegepast.
3.19
De mogelijkheid van schade is aannemelijk, maar het hof kan de hoogte van de schade thans niet vaststellen. De schadebegroting is ook zo complex dat het gerechtvaardigd is erop aan te sturen dat hierover desgewenst in twee feitelijke instanties zal kunnen worden geprocedeerd.
3.20
De opstelling van Yukos International in haar discussie met Promneftstroy in oktober 2008 over het elders onderbrengen van de door de freezing order getroffen gelden, brengt niet mee dat de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd.
Indien Promneftstroy Yukos International niet aan de freezing order zou hebben gehouden, zou er geen plaats geweest zijn voor die discussie. De schade is veroorzaakt doordat Promneftstroy naleving van de freezing order heeft afgedwongen en niet (mede) door enige aan Yukos International toe te rekenen omstandigheid. Het beroep op eigen schuld moet dus worden verworpen. In zoverre wijkt het oordeel van het hof af van het oordeel van de rechtbank, maar op de door de rechtbank uitgesproken dicta heeft dat geen invloed.
3.21
Zowel het principaal hoger beroep als het incidenteel hoger beroep faalt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Yukos International zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in principaal hoger beroep. Promneftstroy en [geïntimeerde] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep.
4. Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, voor zover gewezen tussen Yukos International enerzijds en Promneftstroy en [geïntimeerde] anderzijds;
veroordeelt Yukos International in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Promneftstroy en [geïntimeerde] begroot op € 5.160,00 aan verschotten en € 11.002,00 voor salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd aan de kostenveroordeling is voldaan;
veroordeelt Promneftstroy en [geïntimeerde] hoofdelijk in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Yukos International begroot op € 11.002,00 voor salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.A.H. Melissen, M.P. van Achterberg en G.C.C. Lewin en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2021.
Uitspraak 01‑08‑2017
Inhoudsindicatie
Promneftsroy en Rosneft hebben tegenover Yukos International bijna drie jaar lang de door Rb Amsterdam en Hof Amsterdam in kort geding gegeven/bekrachtigde freezing order gehandhaafd, totdat deze door de Hoge Raad is vernietigd. Vordering van Yukos International tot vergoeding van de daardoor geleden schade, gericht tegen Promneftsroy en Rosneft alsmede tegen een bestuurder van Promneftsroy. Appel van vonnis waarbij deze vordering tegen Promneftsroy en Rosneft naar de schadestaatprocedure is verwezen en de vordering tegen de bestuurder is afgewezen. Hof: handhaving van de freezing order zal niet onrechtmatig kunnen worden geoordeeld indien in het bodemgeschil onherroepelijk zou worden beslist dat het Russische faillissementsvonnis in Nederland toch moet worden erkend en dat Promneftsroy toch rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden. Dat geeft aanleiding iedere verdere beslissing aan te houden totdat onherroepelijk vast staat dat dit laatste al dan niet het geval is. zie ECLI:NL:GHAMS:2021:516.
Partij(en)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.169.898/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/5119899 / HA ZA 12-744
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 augustus 2017
inzake
YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,
advocaat: mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie
OOO PROMNEFTSTROY,
gevestigd te Moskou, Russische Federatie,
2 [geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] , [locatie] ,
geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,
advocaat: mr. R.S. Meijer te Amsterdam.
1. Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Yukos International, Promneftstroy en [geïntimeerde] genoemd.
Yukos is bij dagvaarding van 1 mei 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2015, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Yukos als eiseres en (onder anderen) Promneftstroy en [geïntimeerde] als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.
Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 9 september 2016 doen bepleiten, Yukos door mr. Meerdink voornoemd en mr. M.V.E.E. de Monchy, advocaat te Amsterdam en Promneftstroy en [geïntimeerde] door mr. Meijer voornoemd en mr. T. Smulders, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Beide partijen hebben daarbij nog producties in het geding gebracht.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Yukos heeft in principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - Promneftstroy en [geïntimeerde] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van primair € 50.097.062,92, subsidiair € 44.673.080,56, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, en meer subsidiair tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat, met steeds hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy en [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instantie, met rente. Promneftstroy en [geïntimeerde] hebben in principaal appel geconcludeerd dat het hof het vonnis zal bekrachtigen en in incidenteel appel dat het hof het vonnis zal vernietigen, behoudens voor zover het de afwijzing van de vordering tegen [geïntimeerde] betreft en, zo begrijpt het hof, de vordering tegen Promneftstroy alsnog zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Yukos in de proceskosten van beide instanties. Promneftstroy en [geïntimeerde] hebben in incidenteel appel geconcludeerd dat het hof - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - de grieven zal verwerpen dan wel de zaak zal aanhouden totdat de bodemprocedure door middel van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak ten einde is gekomen, met hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy en [geïntimeerde] in de kosten van het incidenteel appel, met, zo begrijpt het hof, wettelijke rente.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2. Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.17, de feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn als zodanig in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. De vaststaande feiten worden hierna in rov. 3.1.1-3.1.15 weergegeven, waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan.
3. Beoordeling
3.1
Het gaat in deze zaak om het volgende
Partijen en overige betrokkenen
3.1.1
Tot april 2005 werden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Yukos Finance B.V. (hierna: Yukos Finance). Vanaf april 2005 worden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Stichting Administratiekantoor Yukos International (hierna: StAK Yukos International) en worden de certificaten van die aandelen gehouden door Yukos Finance.
Statutair bestuurders van Yukos Finance en Yukos International waren destijds [X] (hierna: [X] ) en [Y] (hierna: [Y] ).
3.1.2
De aandelen in het kapitaal van Yukos Finance werden destijds gehouden door de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie OAO Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil), gevestigd te Moskou (Russische Federatie).
3.1.3
Volgens twee in eerste aanleg in het geding gebrachte Engelse vertalingen van de desbetreffende beslissingen heeft The Moscow Arbitrazh Court in maart 2006 een supervision procedure op Yukos Oil van toepassing verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court Yukos Oil in augustus 2006 bankrupt verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court als temporary receiver respectievelijk receiver aangesteld [Z] (hierna: [Z] ).
3.1.4
[Z] heeft de door Yukos Oil gehouden aandelen in Yukos Finance in augustus respectievelijk september 2007 verkocht aan Promneftstroy. [Z] heeft tevens de door het toepasselijke recht voorgeschreven leveringshandelingen verricht.
3.1.5
De bankruptcy van Yukos Oil is in november 2007 geëindigd.
3.1.6
[geïntimeerde] is op 7 september 2010 benoemd tot statutair bestuurder van Promneftstroy.
Bodemzaak
3.1.7
Bij vonnis van 31 oktober 2007 (ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6782), gewezen in de zaak van [X] , [Y] en Yukos Finance als eisers tegen [Z] , [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) als gedaagden, heeft Rechtbank Amsterdam, voor zover hier van belang, als volgt overwogen en beslist:
3.3
De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [Z] de hem naar Russisch faillissementsrecht toekomende vertegenwoordigingsbevoegdheid ook in Nederland kan uitoefenen ter zake van het aan Yukos Oil toekomende stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. Daarbij geldt dat, nu [Z] ’s vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn grondslag vindt in het vonnis waarbij Yukos Oil in de Russische Federatie in staat van faillissement is verklaard, [Z] die bevoegdheid slechts in Nederland zal kunnen uitoefenen, indien en voor zover het Russische faillissementsvonnis in Nederland kan worden erkend. Tussen de Russische Federatie en Nederland bestaat geen verdrag met betrekking tot de erkenning van faillissementsprocedures, zodat de rechtbank zelfstandig zal moeten beoordelen of en in hoeverre het Russische faillissementsvonnis en de daarop gebaseerde bevoegdheid van [Z] Yukos Oil te vertegenwoordigen, in Nederland voor erkenning in aanmerking komen.
3.4.
Buitenlandse rechterlijke uitspraken komen bij gebreke van een desbetreffend verdrag slechts voor erkenning in Nederland in aanmerking indien:(i) de rechtsmacht van de buitenlandse rechter is gebaseerd op een naar internationale maatstaven aanvaardbare rechtsmachtgrond;(ii) de buitenlandse procedure is gevoerd met inachtneming van de beginselen van een behoorlijke procesorde;(iii) de buitenlandse uitspraak niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.De stellingen van [X] strekken onder meer ertoe te betogen dat niet aan de onder (ii) en (iii) genoemde voorwaarden voor erkenning van het faillissementsvonnis is voldaan.
(…)
3.21.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het Russische faillissementsvonnis waarbij [Z] tot curator in het faillissement van Yukos Oil is benoemd tot stand is gekomen op een wijze die niet in overeenstemming is met de Nederlandse beginselen van een behoorlijke procesorde en aldus strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Het faillissementsvonnis kan om die reden niet worden erkend en de daaruit naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van de curator kunnen door [Z] in Nederland niet worden uitgeoefend. Dit brengt mee dat [Z] niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen ter zake van de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. De door [Z] namens Yukos Oil genomen aandeelhoudersbesluiten, waaronder het besluit tot ontslag van [X] en [Y] van 11 augustus 2006 en de besluiten tot benoeming van [B] en [A] als bestuurders van Yukos Finance, zijn dan ook niet genomen door het daartoe door de wet aangewezen orgaan van de vennootschap en derhalve nietig.Dit brengt voorts mee dat [B] en [A] nooit tot bestuurders van Yukos Finance zijn benoemd, zodat ook alle door hen in die hoedanigheid genomen besluiten nietig zijn.
De beslissing
De rechtbank:
- verklaart voor recht dat alle aandeelhoudersbesluiten met betrekking tot Yukos Finance, voor zover genomen door [Z] in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil, daaronder begrepen doch niet beperkt tot het besluit tot ontslag van [X] en [Y] als bestuurder van Yukos Finance B.V. d.d. 11 augustus 2006 alsmede de beweerdelijke besluiten tot benoeming van [B] en [A] als bestuurder van Yukos Finance, nietig zijn;
- verklaart voor recht dat alle besluiten genomen door [B] en/of [A] in hun vermeende hoedanigheid van bestuurder van Yukos Finance B.V. nietig zijn (…).
3.1.8
Bij deelarrest van 19 oktober 2010 (ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1035), gewezen in de gevoegde zaken van (i) [Z] als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] (hierna: [C] ), beiden door [Z] benoemd als statutair bestuurder van Yukos Finance) als tussenkomende partijen tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als geïntimeerden en (ii) [B] als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als tussenkomende partijen tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als geïntimeerden heeft het gerechtshof te Amsterdam de vorderingen van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als tussenkomende partijen afgewezen en voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden.
3.1.9
Bij arrest van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ5668), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als eiseressen tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep, tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als verweerders in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep, heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 19 oktober 2010 vernietigd en het geding verwezen naar dat gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.
Bij arrest van 9 mei 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1695 heeft het gerechtshof uitspraak gedaan en (onder meer) voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.
Kort geding
3.1.10
Bij Order van 26 mei 2006 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York) op verzoek van [Z] (onder anderen) Yukos International bevolen de opbrengst van de verkoop van haar belang in AB Mazeikiu Nafta te storten op “a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International” en bepaald dat de verkoopopbrengst “shall not be used for any purpose, nor distributed from the Bank Account, absent an agreement of the Parties or an order of the Dutch court”.
3.1.11
Bij Order van 4 januari 2008 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York), voor zover hier van belang, overwogen en beslist:
The obligation under the May 26 Order to maintain the proceeds from the sale of the interest of Yukos International in AB Mazeikiu Nafta in a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International, and the prohibition on use or distribution from the Bank Account (collectively, the “Injunctive Relief”), shall terminate (…) on January 21, 2007 (2008; rechtbank) (the “Termination Date”), (…) unless Mr. [Z] , Promneftstroy, or any other party that may have standing under Dutch law shall have properly commenced, prior to the Termination Date, a proceeding in accordance with Dutch law before a Dutch court of competent jurisdiction seeking to impose Injunctive Relief or similar relief as may be available in accordance with Dutch law (…), in which case (x) the Dutch court shall have exclusive authority to determine whether to grant or deny such relief and (y) (…) the Injunctive Relief issued by this Court in the May 26 Order shall continue until the Dutch Court renders a decision on such request, subject to further or other direction of the Dutch Court.
3.1.12
Bij vonnis in kort geding van 6 maart 2008 (ECLI:NL:RBAMS:2008:BC6191), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Rosneft als eiseressen en Yukos International, [X] en [Y] als gedaagden, heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:
5.21.
Blijft over de vraag of er grond bestaat om het na voldoening van de vordering van Moravel resterende tegoed verder te bevriezen en om Yukos International te verbieden verdere vermogensbestanddelen te verkopen.
5.22. (…)
Het door Rosneft en Promneftstroy gevraagde verbod tot verkoop van de deelneming in Transpetrol wordt (…) afgewezen. Wel wordt in de omstandigheid dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder is van Yukos Finance en daarmee (…) eigenaar van Yukos International, aanleiding gevonden om Yukos International te bevelen de opbrengst van eventueel te verkopen activa te storten op de Fortisrekening en dit samen met het restant tegoed na betaling van Moravel, op die rekening te laten staan, totdat is beslist wie als aandeelhouder van Yukos Finance moet worden aangemerkt en deze aandeelhouder kan beslissen wat met de tegoeden moet gebeuren, dan wel in een bodemprocedure hierover een beslissing wordt gegeven. Het door Rosneft en Promneftstroy gevorderde bevel wordt in zoverre toegewezen evenals de door Rosneft en Promneftstroy in verband met het bevel gevorderde dwangsom, een en ander als na te melden.
(…)
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
(…)
6.1.
beveelt Yukos International, [X] en [Y] de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (…) totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist;
6.2.
bepaalt dat Yukos International, [X] en [Y] voor iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 6.1 bepaalde, aan Rosneft en Promneftstroy een dwangsom verbeuren van EUR 10.000.000,-;
(…)
6.4.
verklaart het vonnis in deze procedure uitvoerbaar bij voorraad (…).
3.1.13
Bij exploot van 13 maart 2008 (i) heeft Promneftstroy het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 aan Yukos International betekend, (ii) heeft Promneftstroy Yukos International bevel gedaan om onmiddellijk de opbrengsten van de verkoop van Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel), totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist, op verbeurte van een dwangsom van € 10 miljoen aan Promneftstroy en Rosneft voor iedere keer dat Yukos International in strijd met dat bevel handelt en (iii) heeft Promneftstroy Yukos International aangezegd dat bij niet tijdige voldoening aan dat bevel zal worden overgegaan tot de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter door alle wegen en middelen rechtens, waaronder opeising van verbeurde dwangsommen.
3.1.14
Bij arrest van 24 februari 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4330), gewezen in de zaak van Yukos International, [X] en [Y] als appellanten in het principaal hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, tegen Promneftstroy en Rosneft als geïntimeerden in het principaal hoger beroep (en Promneftstroy als appellante in het incidenteel hoger beroep) heeft het gerechtshof te Amsterdam, voor zover hier van belang, beslist:
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep (…) en doet in zoverre opnieuw recht;
wijst de vordering van Rosneft af;
(…)
beveelt Yukos International, [X] en [Y] ten behoeve van Promneftstroy
- de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta op de in (…) het vonnis bedoelde Fortisrekening ten name van Yukos International, bij partijen bekend, te houden en daarover niet te beschikken, en
- de opbrengsten van de verkoop van de 49% deelneming in Transpetrol (…) op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en (…) daarover niet te beschikken,
met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel tot een bedrag van maximaal USD 875.000.000,-,
een en ander totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist (…);
bepaalt dat Yukos International, [X] en [Y] voor iedere keer dat zij in strijd met dit bevel handelen aan Promneftstroy een dwangsom verbeuren van € 10.000.000,-;
(…)
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
3.1.15
Bij arrest van 7 januari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP0015), gewezen in de zaak van Yukos International, [X] en [Y] als eisers tot cassatie tegen Promneftstroy en Rosneft als verweersters in cassatie, heeft de Hoge Raad ten aanzien van het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009, voor zover hier van belang, als volgt overwogen en beslist:
3.4.2
De rechter die in kort geding moet beslissen op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, hetgeen het geval zal kunnen zijn indien het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook indien sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
3.4.3
Deze afstemmingsregel geldt ook in het zich hier voordoende geval dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat een in het buitenland uitgesproken faillissement hier te lande niet kan worden erkend omdat het tot stand gekomen is op een wijze die strijdig is met de Nederlandse openbare orde, terwijl vervolgens in een kort geding de vraag moet worden beantwoord of de curator in dat faillissement hier te lande rechtsgeldig rechtshandelingen, in dit geval: levering van de aandelen Yukos Finance aan Promneftstroy, heeft kunnen verrichten.
3.4.4
Bij dat uitgangspunt treft zowel de rechtsklacht van onderdeel 2.1 als die van onderdeel 2.2 doel. Ingevolge het vonnis van 31 oktober 2007 mist het Russische faillissementsvonnis hier te lande iedere rechtskracht, zodat het hof – nu uit de stukken van het geding niet blijkt van een omstandigheid die een uitzondering op voormelde regel zou kunnen rechtvaardigen – tot geen ander oordeel had kunnen komen dan dat Promneftstroy geen aandeelhouder in Yukos Finance is geworden.
3.5
Onderdeel 3 is gericht tegen oordelen en beslissingen die berusten op het hiervoor onjuist bevonden oordeel dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat Promneftstroy de aandelen Yukos Finance rechtmatig heeft verworven en treft dus eveneens doel.
3.6
De overige onderdelen behoeven geen behandeling. Het bestreden arrest kan, voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, niet in stand blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door ook het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy te vernietigen en de vorderingen van deze laatste af te wijzen. Yukos International c.s. hebben geen belang bij hun cassatieberoep tegen het arrest voor zover gewezen tussen hen en Rosneft. Dit beroep zal daarom worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009 alsmede het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2008, beide voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, en opnieuw rechtdoende:
weigert de gevraagde voorziening;
(…)
verwerpt het beroep tegen genoemd arrest voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Rosneft (…).
3.2
Yukos International vordert in dit geding de hoofdelijke veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van Promneftstroy, [geïntimeerde] en Rosneft tot betaling van $ 50.097.062,92, althans $ 333.294.677, 05, met wettelijke rente, althans tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat, steeds met hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy, [geïntimeerde] en Rosneft in de proceskosten. Yukos International legt hieraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 januari 2011 het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 en het arrest van 24 februari 2009 van dit hof vernietigd. Daarmee staat vast dat Promneftstroy en Rosneft niet het recht hadden van Yukos International te vergen dat zij zich overeenkomstig die beslissingen gedroeg. Toch hebben Promneftstroy en Rosneft haar daartoe gedwongen. Yukos International heeft daardoor schade geleden, bestaande uit het verschil tussen de op de Fortisrekening ontvangen renten en de vruchten die elders hadden kunnen worden gekweekt. Deze schade wordt gesteld op $ 50.097.062,92, althans $ 333.294.677, 05. Voor deze schade is ook [geïntimeerde] aansprakelijk, zowel pro se als in zijn hoedanigheid van feitelijk respectievelijk statutair bestuurder van Promneftstroy.
De rechtbank heeft overwogen en beslist dat Promneftstroy en Rosneft toerekenbaar onrechtmatig jegens Yukos International hebben gehandeld en aannemelijk geacht dat Yukos International door hun toerekenbaar onrechtmatig handelen mogelijk schade heeft geleden en de vordering tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat jegens hen toegewezen maar de gevorderde hoofdelijke veroordeling afgewezen. De rechtbank heeft de jegens [geïntimeerde] ingestelde vorderingen afgewezen.
Yukos International komt in principaal appel met drie grieven en Promneftstroy en [geïntimeerde] komen in incidenteel appel met drie grieven op tegen de beslissing van de rechtbank en de gronden waarop deze berust.
Handhaven freezing order onrechtmatig?
3.3
Het hof ziet aanleiding eerst grief 1 in incidenteel appel te behandelen. Deze grief is gericht tegen rov. 4.3.4 en – in het verlengde hiervan – ook tegen rov. 4.3.5 van het bestreden vonnis. Volgens Promneftstroy heeft de rechtbank ten onrechte aangenomen dat uit – kort gezegd – de combinatie van enerzijds het kortgedingarrest van 7 januari 2011 van de Hoge Raad waarbij de eerder door rechtbank en hof gegeven freezing order is vernietigd en anderzijds uit rov. 4.3 van het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 (NJ 2008/225) volgt dat de handhaving door Promneftstroy van die freezing order tussen 6 maart 2008 en 7 januari 2011 jegens Yukos International onrechtmatig is geweest. Volgens Promneftstroy is rechtens onjuist het oordeel van de rechtbank in rov. 4.3.3 dat uit rov. 4.3 van het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 zou volgen dat de eerdere handhaving van de freezing order door Promneftstroy onrechtmatig zou zijn geweest jegens Yukos International. Promneftstroy is van mening dat bedoelde overweging van de Hoge Raad dat “… in beginsel dient te worden aangenomen dat degene die door dreiging met executie zijn wederpartij heeft gedwongen zich naar een in kort geding gegeven bevel te gedragen, onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld wanneer hij, naar achteraf in hoger beroep van het kortgedingvonnis of in een bodemgeschil blijkt, niet het recht had van de wederpartij te vergen dat deze zich overeenkomstig dit bevel gedroeg.” aldus moet worden begrepen dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van Promneftstroy, indien in de bodemprocedure komt vast te staan dat Promneftstroy ‘materieel’ gerechtigd was tot de voorlopige maatregel. Van dat laatste is sprake indien in de bodemprocedure onherroepelijk zal zijn beslist dat de faillietverklaring van Yukos Oil in augustus 2006 niet in strijd was met de Nederlandse openbare orde, in welk geval Promneftstroy aandeelhouder in Yukos Finance is geworden.
3.4
De vraag die daarmee voorligt, is of het handhaven van de freezing order in genoemde periode onrechtmatig is, ook als het definitieve eindoordeel in het bodemgeschil over de rechtskracht van het Russische faillissementsvonnis in Nederland anders zou luiden dan het oordeel van de rechtbank in haar vonnis van 31 oktober 2007, oftewel alsnog onherroepelijk zal zijn beslist dat Promneftstroy wel rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Het handhaven van de freezing order gedurende genoemd tijdvak kan pas als onrechtmatig worden bestempeld als de uitkomst van het bodemvonnis van de rechtbank van 31 oktober 2007, waarop de Hoge Raad zijn kortgedingarrest van 7 januari 2011 procedureel heeft afgestemd, onaantastbaar is geworden. De enkele weigering van de freezing order door de voorzieningenrechter, in casu de Hoge Raad, impliceert nog niet dat Promneftstroy jegens Yukos International aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. Daarvan zal geen sprake zijn wanneer in de hoofdzaak, uiteindelijk (alsnog) komt vast te staan dat het Russische faillissementsvonnis in Nederland rechtskracht heeft en bijgevolg de overdracht van de aandelen in Yukos Finance aan Promneftstroy geldig is. Dit een en ander impliceert immers alsdan een bevestiging van het feit dat de freezing order destijds terecht was opgelegd. Het kortgedingarrest van de Hoge Raad van 7 januari 2011 bevat geen oordeel over de materiële rechtsverhouding tussen Promneftstroy en Yukos International. De Hoge Raad heeft zijn arrest enkel afgestemd op het oordeel van de rechtbank in de bodemzaak. De materiële rechtsverhouding ligt uitsluitend in het bodemgeschil ter beoordeling voor. Een ander oordeel zou het ongewenste gevolg hebben dat een voorlopige voorziening in kort geding die achteraf blijkt terecht te zijn toegewezen, toch leidt tot aansprakelijkheid. Yukos International erkent dat, indien uiteindelijk in een bodemprocedure komt vast te staan dat de beslaglegger schuldeiser van de beslagene is, de beslaglegging - die, zo begrijpt het hof, in kort geding is opgeheven - niet onrechtmatig kan zijn geweest (zie pleitnotitie onder 22). Het hof is van oordeel dat een freezing order qua doelstelling en gevolgen op één lijn gesteld kan worden met een conservatoir beslag en dat indien uiteindelijk in de bodemprocedure zou komen vast te staan dat Promneftstroy aandeelhouder van Yukos International is geworden (de executie van) de freezing order niet onrechtmatig kan zijn geweest. Het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 (NJ 2008/225) waarnaar Yukos International herhaaldelijk verwijst, leidt niet tot een ander conclusie, omdat de verwijzing in de hiervoor geciteerde overweging van dat arrest naar het hoger beroep van het kort gedingvonnis aldus moet worden uitgelegd dat het alleen betrekking heeft op het geval dat het kort gedingarrest in kracht van gewijsde is gegaan en partijen ervan afzien het materiële geschil aan de bodemrechter voor te leggen, in welk geval er geen andersluidende bodemuitspraak is. Is er wel een andersluidende bodemuitspraak, dan leidt dat immers tot terzijdestelling van het kort gedingvonnis/-arrest, ook als dat in kracht van gewijsde is gegaan, zo volgt uit art. 257 Rv, of zoals in de onderhavige zaak, op basis van de afstemmingsregel tot vernietiging van het kort gedingarrest van 24 februari 2009. Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 8 oktober 1976 (NJ 1977, 485) waaruit volgt dat het nadien gewezen afwijkende vonnis in de bodemzaak onherroepelijk moet zijn geworden; zie bijvoorbeeld ook Hoge Raad 16 november 1984 (NJ 1985, 547) en Hoge Raad 22 december 1989 (NJ 1990/434). Dat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 april 2008 van die jurisprudentie heeft willen afwijken, kan uit de vrij summiere rov. 4.3 niet worden afgeleid.
Het hof gaat voorbij aan het betoog van Yukos International dat Promneftstroy ook als aandeelhouder van Yukos Finance niet gerechtigd zou zijn geweest om de freezing order op te leggen, omdat niet aan het vereiste van enige (dreigende) onrechtmatige handeling van Yukos International of haar bestuur was voldaan. Het betoog gaat er aan voorbij dat de achtergrond van de freezing order is dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder van Yukos Finance is en daarmee eigenaar van Yukos International. Het door Yukos International gestelde vereiste van enige (dreigende) onrechtmatige handeling van (het bestuur van) Yukos International heeft bij de beslissing in kort geding kennelijk geen doorslaggevende rol gespeeld.
3.5
Gelet op voorgaande overwegingen houdt het hof iedere verdere beslissing aan totdat in rechte onherroepelijk is komen vast te staan dat Promneftstroy al dan niet rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.
3.6
Het hof zal de zaak naar de rol van 3 juli 2018 verwijzen. Zodra er een onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure is verkregen, kan de meest gerede partij verzoeken de zaak eerder op de rol te plaatsen.
4. Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 3 juli 2018;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, A.S. Arnold en M.J. Jurgens en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 1 augustus 2017 door de rolraadsheer.