---.
Rb. Amsterdam, 03-08-2022, nr. 13/053620-22
ECLI:NL:RBAMS:2022:6299
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
03-08-2022
- Zaaknummer
13/053620-22
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2022:6299, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 01‑11‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBAMS:2022:4952, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 03‑08‑2022; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 01‑11‑2022
Inhoudsindicatie
SkyECC. Geen sprake van vormverzuim met betrekking tot toestemming voor het delen van informatie uit het onderzoek Argus in het onderzoek Amirante. Veroordeling voor artikel 9 WWM tot een gevangenisstraf van 3 jaren. Vrijspraak voor witwassen.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/053620-22
Datum uitspraak: 01 november 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1977,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] , thans gedetineerd in de [P.I.]
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.D. Kloosterman, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
Feit 1: de handel als bedoeld in artikel 9 van de Wet Wapens en Munitie in vuurwapens en munitie van categorie II en III, in de periode van 24 november 2019 tot en met 24 juni 2020.
Feit 2: (gewoonte)witwassen van geldbedragen, horloges, auto’s en een scooter, in de periode van 11 augustus 2017 tot en met 1 maart 2022.
De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht.
3. Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Feit 1: wapenhandel
Ten aanzien van feit 1 geldt dat de SkyEcc accounts, hierna: “Sky-ID’s”, [SkyEcc account 1] en [SkyEcc account 2] dezelfde gebruiker hebben gehad. De persoon achter deze Sky-ID’s heeft in verschillende chats gesproken over wapens en prijzen daarvan. Het gaat onder meer om schietpennen, vuurwapens en handgranaten, waarvan meermaals foto’s worden meegestuurd. Ook wordt onderhandeld over de aanschaf van wapens met bijbehorende prijzen.
Dat verdachte de persoon achter de Sky-ID's [SkyEcc account 1] en [SkyEcc account 2] is, blijkt onder meer uit de cell-ID's die zijn gebruikt en de bevindingen van de IMSI-catcher. Daarnaast noemt de gebruiker het adres van de broer van verdachte bij het maken van een afspraak ( [adres] ) en wordt door Sky-ID [SkyEcc account 1] aangegeven in de bouw te werken, terwijl verdachte destijds een klusbedrijf op zijn naam had staan. Dat verdachte over grote hoeveelheden contant geld beschikte, wordt als steunbewijs beschouwd
Feit 2: (gewoonte)witwassen
Ook feit 2 kan worden bewezen, gelet op de grote bedragen waarover verdachte beschikte, het feit van algemene bekendheid dat met illegale wapenhandel grote sommen geld worden verdiend en de omstandigheid dat verdachte met contant geld auto’s en horloges heeft aangeschaft. Deze goederen heeft hij vervolgens doorverkocht tegen (deels) girale betalingen, waardoor de illegale herkomst van geld kan worden verhuld. Verdachte beschikte destijds over een gering legaal inkomen.
Verdachte heeft een verklaring afgelegd over de grote bedragen, maar die is slechts voor een deel verifieerbaar. Van hetgeen wel is geverifieerd, dient verdachte partieel te worden vrijgesproken. Het gaat om de € 39.000,00 die verdachte als lening of schenking van zijn moeder heeft gekregen, de € 1.565,00 in de vaas die als spaargeld voor de kinderen wordt gebruikt en de € 500,00 in de portemonnee van verdachte. Voor het overige is geen verifieerbare verklaring gekomen, mede omdat verdachte geen administratie heeft overhandigd. De pinbonnen die verdachte op de zitting heeft overgelegd, zijn daarvoor onvoldoende. De overige gedachtestreepjes in de tenlastelegging kunnen dan ook bewezen worden. Gezien de lange periode waarin dit feit heeft plaatsgevonden, is sprake van gewoontewitwassen, aldus nog steeds de officier van justitie.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van beide feiten.
Feit 1: wapenhandel
Voor feit 1 geldt in de eerste plaats dat de SkyECC berichten moeten worden uitgesloten van het bewijs. Deze berichten zijn afkomstig uit een ander onderzoek, te weten het onderzoek Argus. Het staat niet vast dat een rechter-commissaris binnen het onderzoek Argus toestemming heeft gegeven om de Sky-ID's [SkyEcc account 2] en [SkyEcc account 1] te onderzoeken. Evenmin blijkt dat vervolgens toestemming is gegeven om de chats van deze Sky-ID’s te mogen gebruiken in het onderzoek Amirante (het onderzoek naar verdachte in deze strafzaak). Het Openbaar Ministerie heeft weliswaar toestemmingsmails van verschillende data overhandigd, maar deze zijn gericht aan de officieren van justitie in het onderzoek Werl, niet aan die van het onderzoek Amirante. Omdat er naast de SkyECC berichten onvoldoende ander bewijs aanwezig is, dient verdachte te worden vrijgesproken.
Wanneer de rechtbank dit standpunt niet volgt, dan is het voorwaardelijk verzoek gedaan om een aantal getuigen te horen
Als de rechtbank het primaire verweer verwerpt, dan wordt subsidiair als verweer aangevoerd dat de koppeling van verdachte aan de Sky-ID’s [SkyEcc account 2] en [SkyEcc account 1] niet mogelijk is. Ten aanzien van Sky-ID [SkyEcc account 2] geldt dat de IMSI-meting geen bijdrage kan leveren aan het bewijs, omdat niet duidelijk is waar en wanneer deze meting heeft plaatsgevonden. Ook het feit dat deze Sky-ID regelmatig een zendmast aanstraalt in de buurt van de woning van de ex-vrouw van verdachte, kan niet worden gebruikt voor het bewijs. Binnen het bereik van deze zendmast wonen vermoedelijk duizenden, zo niet tienduizenden mensen. Ook uit de inhoud van de chats blijkt niet dat verdachte de gebruiker is van de Sky-telefoon. Niet kan worden vastgesteld dat de gebruiker van de Sky-ID’s iets te maken heeft met de [adres] . Dat de gebruiker van Sky-ID [SkyEcc account 1] bericht dat hij in de bouw werkt, is te algemeen om verdachte aan deze Sky-ID te koppelen. Bovendien bevindt de Sky-ID [SkyEcc account 1] zich voornamelijk in Woerden, een plaats waar verdachte niets te zoeken heeft. Dit ontkracht ook de stelling dat beide Sky-ID’s achtereenvolgens door dezelfde persoon zijn gebruikt.
Ook wanneer de rechtbank zou menen dat verdachte wel aan de eerder genoemde Sky-ID’s kan worden gekoppeld, dient vrijspraak te volgen. Het in het dossier aanwezige bewijs is namelijk afkomstig uit één bron (de Sky chats), terwijl er geen ondersteuning voor het bewijs uit deze bron is door andere feiten of omstandigheden. Dat is wel vereist om tot wettig bewijs te komen (zie ECLI:NL:RBZWB:2022:5151) .
Feit 2: (gewoonte)witwassen
Van feit 2 dient verdachte ook te worden vrijgesproken, omdat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld en de goederen die op de tenlastelegging staan vermeld. Al deze goederen en geldbedragen komen van zijn handel in auto’s en horloges. De verklaring van verdachte dat hij in auto’s heeft gehandeld, is door de politie onderzocht. Onder meer de getuige [getuige] bevestigt deze verklaring. Deze handel is hij begonnen met een startkapitaal uit een lening van ABN AMRO-bank. Daarnaast heeft zijn moeder hem in 2019 een bedrag van € 40.000,- geschonken, hetgeen ook door de politie is geverifieerd. Niet kan worden uitgesloten dat de goederen en geldbedragen afkomstig zijn uit een legale bron, aldus steeds de raadsman.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
Het oordeel over het onder feit 1 tenlastegelegde
Toestemming voor het gebruik van de SkyECC data in het strafrechtelijk onderzoek
Op basis van de stukken in het dossier stelt de rechtbank het volgende vast.
In het onderzoek Argus heeft de rechter-commissaris op twee momenten aanvullende toestemming verleend voor nader onderzoek naar Sky-ID’s die in contact stonden met (de contacten van) Sky-ID [Sky-ID 1] . Vervolgens heeft de officier van justitie in het onderzoek Argus op 14 juli 2021 en/of 18 augustus 2021 kennelijk mondeling toestemming verleend om de resultaten uit het onderzoek Argus te delen met de Districtsrecherche Zuid van de Eenheid Amsterdam. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris in Argus van 1 augustus 2022 volgt dat de officier van justitie een zodanige beslissing op voet van artikel 126dd Sv zelfstandig kan nemen. Voor het delen van die informatie is derhalve geen nadere toestemming van de rechter-commissaris vereist. Uit de beslissing van 30 augustus 2022 volgt dat de officier van justitie LAP0883 schriftelijk heeft bekrachtigd dat de gegevens uit Argus mochten worden gebruikt in het onderzoek Amirante.
Een toestemming die pas achteraf door de officier van justitie schriftelijk is verleend, is volgens de wet toegestaan, zo blijkt uit artikel 126dd Sv. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim, waadoor de onderzoeksresultaten met betrekking tot de SkyECC berichten bruikbaar zijn voor het bewijs.
Een nader onderzoek naar de hierboven beschreven gang van zaken acht de rechtbank niet noodzakelijk, zodat het voorwaardelijke verzoek tot aanhouding om getuigen te horen wordt afgewezen.
De aard van de SkyECC berichten
De rechtbank is van oordeel dat de chats die in het dossier zijn opgenomen, zonder twijfel betrekking hebben op de handel in vuurwapens en munitie van de categorieën II en III. Op 14 januari 2020 wordt door het Sky-ID [SkyEcc account 2] onder meer gesproken over 300 stuks pennen van het kaliber .22. Aangezien een kaliber isgenoemd, acht de rechtbank het aannemelijk dat het gaat over zogeheten schietpennen, voorwerpen die gelijkenissen hebben met gewone pennen maar die ook een kogel kunnen afschieten. Hierover wordt gesproken in een groepschat, maar ook met Sky-ID [Sky-ID 2] . Aan diezelfde [Sky-ID 2] wordt op 7 juni 2020 een lijstje gestuurd met onder andere de woorden ‘Glok’ en ‘czp10’. De politie beschrijft dat hiermee glocks en czp10c (beide handvuurwapens) worden bedoeld. De getallen 2250 en 3500 worden ook genoemd, dit lijken prijzen te zijn. Daarnaast staan in het lijstje ook het aantal 30, een emoticon van een appel en 250 euro. De politie is ambtshalve bekend met het feit dat met appels handgranaten worden bedoeld. Hetzelfde lijstje met wapens en prijzen wordt ook gestuurd aan een ander Sky-ID, namelijk [Sky-ID 3] , waarbij over de prijs lijkt te worden onderhandeld. Aan diezelfde [Sky-ID 3] werden al eerder, te weten vanaf 26 maart 2020, berichten gestuurd over Heckler en Koch, Barretta F92 rvs unox uitvoering, Franci G41 en FNc80. Dit zijn handvuurwapens en (semi) automatische vuurwapens
Tussen 13 januari 2020 en 20 januari 2020 is er een groepschat tussen Sky-ID’s [SkyEcc account 1] , [Sky-ID 4] en [Sky-ID 5] . In tegenstelling tot de andere chats, zijn ook de berichten van de andere deelnemers aan het gesprek zichtbaar, in plaats van alleen de berichten van het account dat aan verdachte wordt gelinkt. Ook in dit gesprek gaat het over het leveren van bepaalde vuurwapens, waarbij onder meer over AR’s (assault rifles), Grand Power 9 mm met demper, een P90 (automatisch vuurwapen) en munitie wordt gesproken. Daarnaast wordt onderhandeld over de prijs, de wijze en de locatie van levering. Sky-ID [SkyEcc account 1] geeft meermaals aan dat hij een stash heeft of bij een stash is. De levering van drie aanvalsgeweren zou op 16 januari 2020 plaatsvinden, maar Sky-ID [Sky-ID 5] blaast de deal af omdat hij naar Albanië moet. Er worden diverse foto’s gestuurd van wapens die later worden herkend door een verbalisant die hiervan een proces-verbaal heeft opgemaakt. Het gaat onder meer om foto’s van een Grand Power K100, een Beretta 92 FS Unox, een FN pistool en een FN aanvalsgeweer, een grendelgeweer, een Franchi G41 aanvalsgeweer en een Hera Arms (automatisch vuurwapen).
De rechtbank heeft geen aanleiding om de bevindingen van de politie terzijde te stellen. Zij zal die bevindingen dan ook gebruiken als bewijs.
Uit al het voorgaande blijkt dat de persoon achter de Sky-ID’s [SkyEcc account 1] en [SkyEcc account 2] bereid is wapens te verkopen. Hij biedt de wapens aan, onderhandelt over de prijs en de levering.
Koppeling tussen de Sky-ID’s en verdachte
Dat de persoon achter de Sky-ID’s [SkyEcc account 1] en [SkyEcc account 2] zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 9 van de Wet Wapens en Munitie, staat naar het oordeel van de rechtbank vast. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord: is verdachte de gebruiker van deze Sky-ID’s en daarmee degene die zich aan dit feit schuldig heeft gemaakt?
De rechtbank stelt vast dat het niet anders kan dan dat de Sky-ID’s [SkyEcc account 1] en [SkyEcc account 2] gebruikt worden door dezelfde persoon. De gebruikersnamen lijken sterk op elkaar ( [gebruikersnaam 1] en [gebruikersnaam 2] ), terwijl beide accounts voornamelijk gebruik maken van de zendmasten aan de [straat 1] en de [straat 2] . Ook bestaan veel overeenkomsten tussen de contactenlijsten van beide accounts, waarbij tenminste 19 van de 36 contacten dezelfde zijn. De belangrijkste indicatie hiervoor is echter het gesprek met [Sky-ID 3] van 26 maart 2020, waarin [SkyEcc account 1] op een gegeven moment stuurt: ‘Ik tekst je met nieuwe straks, accepteren’ en het gesprek een minuut later wordt voortgezet via [SkyEcc account 2] .
De rechtbank stelt verder vast dat het IMSI-nummer van [SkyEcc account 2] op enig moment bekend is geworden. Dit blijkt het nummer [nummer 1] te zijn. Op zowel de [straat 3] (de straat waar verdachte destijds stond ingeschreven) als de [straat 4] (de straat waar de ex-vrouw en kinderen van verdachte wonen) is een technische actie uitgevoerd om te kunnen bepalen welke IMSI-nummers daar actief waren. Het enige nummer dat op 24 februari 2020 op beide plaatsen actief was, was het hierboven genoemde nummer dat hoorde bij [SkyEcc account 2] , namelijk om 14.09 uur op de [straat 3] en om 15.03 uur op de [straat 4] . Bij latere observaties is verdachte ook op die adressen waargenomen.
Zoals hierboven al vermeld, is ook onderzoek gedaan naar de zendmasten die de beide Sky-ID’s aanstraalden. De [straat 1] en de [straat 2] bevinden zich beiden in de buurt van de [straat 4] . Hieraan kunnen slechts in beperkte mate conclusies worden verbonden, omdat het niet duidelijk is welke zendmasten er nog meer werden aangestraald. De rechtbank kan echter wel vaststellen dat er geen zendmasten zijn die vaker zijn aangestraald dan die op de [straat 1] en de [straat 2] , waardoor het aannemelijk is dat de persoon die in het bezit was van de telefoon met de Sky-ID’s in de buurt van de [straat 4] verbleef. Dat de telefoon van Sky-ID [SkyEcc account 1] na 26 maart 2020 zich hoofdzakelijk in Woerden lijkt te bevinden, vindt de rechtbank – anders dan de verdediging – geen contra-indicatie voor de betrokkenheid van verdachte. Dat was immers ook het moment waarop het account buiten gebruik werd gesteld en overging in [SkyEcc account 2] .
Daarnaast zijn er in de chatgesprekken enkele uitlatingen gedaan die in de richting van verdachte wijzen. Op 22 juni 2020 vraagt Sky-ID [SkyEcc account 2] aan Sky-ID [Sky-ID 3] om naar de [adres] te komen, en even later noemt hij nummer [nummer 2] . De [adres] is het adres waar sinds 16 juni 2020 van [naam 1] , de broer van verdachte, staat ingeschreven. In een ander gesprek, op 26 maart 2020, zegt [SkyEcc account 1] dat hij in de bouw werkt, terwijl verdachte op dat moment ingeschreven stond in de Kamer van Koophandel met een klusbedrijf, waarvan hij de enige werknemer was.
Wanneer al deze omstandigheden in onderlinge samenhang worden bezien, kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van Sky-ID’s [SkyEcc account 2] en [SkyEcc account 1] , en daarmee ook de gesprekken over de wapens voerde.
Bewijsbronnen
Ten aanzien van het verweer van de raadsman dat het bewijs afkomstig is uit één bron, te weten berichten van SkyECC, overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel de chats van SkyECC het startsein zijn geweest voor het onderzoek, zijn er andere feiten en omstandigheden die deze chats in perspectief plaatsen en relevant zijn voor een bewezenverklaring. Allereerst merkt de rechtbank op dat er niet slechts één chatgesprek met één ander account beschikbaar is, maar gesprekken met een aantal verschillende andere accounts op meerdere data. Bovendien geldt dat er ook een groepsgesprek is waarin niet alleen de berichten van verdachte te lezen zijn, maar ook die van een andere deelnemer aan het gesprek. Er wordt duidelijk over en weer gesproken en onderhandeld over de levering en betaling van wapens. Naast de inhoud van de chats zijn er de al genoemde bevindingen van de politie met betrekking tot de koppeling van verdachte aan de Sky-ID’s. Daarnaast acht de rechtbank het ook van belang dat er in de chats veel foto’s van wapens zijn gestuurd, die vervolgens zijn geanalyseerd door verbalisant T-388 van het Bureau Wapens, Munitie en Explosieven van de dienst regionale Recherche Amsterdam die van een groot aantal wapens het merk en type heeft vastgesteld.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat aan het wettelijk bewijsminimum is voldaan
Vanwege de periode waarin dit feit zich heeft afgespeeld en het aantal gevoerde gesprekken, zal de rechtbank bewezen verklaren dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van deze -kort gezegd- wapenhandel.
4.4.2
Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak geen direct verband kan worden gelegd tussen een bepaald aan te duiden misdrijf en de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen en geldbedragen. De rechtbank zal daarom toepassing geven aan het toetsingskader dat voor dergelijke gevallen in de rechtspraak is ontwikkeld en uitgekristalliseerd. Daarbij staat ter beoordeling of het in de tenlastelegging opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ bewezen kan worden op grond van vast te stellen feiten en omstandigheden waardoor het niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn.
De rechtbank doorloopt bij de toets of sprake is van witwassen de volgende stappen. Als er op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een vermoeden van witwassen, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de goederen dan wel gelden. Deze verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van de verdachte voldoende tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door de verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Uit de resultaten van dat onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.
Vermoeden van witwassen
Verdachte heeft niet betwist dat hij de in de tenlastelegging genoemde auto’s, horloges, scooter en geldbedragen voorhanden heeft gehad. Het inkomen van verdachte uit zijn bedrijf en het persoonsgebonden budget ten behoeve van zijn broer is te laag om het bezit van zulke grote geldbedragen en luxe goederen te verantwoorden. Daar komt bij dat verdachte geen deugdelijke administratie heeft bijgehouden van de handel in auto's en horloges. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen deze omstandigheden een verdenking van witwassen.
Verklaring van de verdachte
Aangezien sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Verdachte heeft verklaard dat hij, naast zijn reguliere inkomsten, handelde in auto’s en horloges en dat het in die handel gebruikelijk is om veelvuldig met contant geld te betalen. Hij heeft verklaard dat hij als startkapitaal een flexibele privélening van € 55.000,00 bij de ABN AMRO heeft afgesloten Daarnaast heeft hij geld van zijn moeder geleend, dit betreft de € 39.000,00 die ook op de tenlastelegging is opgenomen. Het bedrag van € 1.565,- dat in twee vazen is aangetroffen, is spaargeld van de kinderen.
De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring van verdachte concreet, voldoende verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. In dat geval ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om onderzoek te doen naar deze verklaring.
Onderzoek door het Openbaar Ministerie
Uit het dossier volgt dat verdachte in auto’s en horloges heeft gehandeld. Dit blijkt uit verschillende tapgesprekken, afschriften van de verkoop van een horloge aan [bedrijf 1] en de verkoop van een auto aan [bedrijf 2] De eigenaar van dit bedrijf, [naam 2] , is als getuige gehoord en heeft verklaard dat verdachte aan zijn bedrijf een Mercedes-Benz ML350 heeft verkocht voor een bedrag van € 13.300,00. Deze verkoop heeft plaatsgevonden op 19 februari 2022. Bovendien is verdachte in de afgelopen jaren (via het kenteken) de aansprakelijke geweest van in totaal 30 voertuigen, dit gaat om de periode tussen 2017 en 2021. Getuige [naam 3] van [bedrijf 3] heeft bevestigd dat aan de moeder van verdachte een bedrag van € 40.000is uitbetaald als verhuisvergoeding.
De rechtbank constateert dat in elk geval een deel van de verklaring van verdachte geverifieerd is. Gezien hetgeen onder feit 1 bewezen is verklaard, kan de rechtbank niet uitsluiten dat een deel van de goederen en geldbedragen afkomstig is van de opbrengsten uit de handel in vuurwapens en munitie. Dit zou betekenen dat er twee soorten handel zijn waar verdachte mogelijk geld aan heeft verdiend, te weten de handel in auto’s en horloges en de illegale handel in vuurwapens en munitie. Er zijn geen concrete transacties die wijzen op (contante) inkomsten uit de illegale handel in vuurwapens en munitie.
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld wat de inkomsten van de wapenhandel zijn geweest en dat in elk geval een aanzienlijk deel van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen en geldbedragen op legale wijze zijn verworven. Onderzoek naar de geldlening bij ABN AMRO en bijvoorbeeld [bedrijf 1] heeft echter niet plaats gevonden. Verdachte heeft hierover een duidelijke verklaring afgelegd. Het OM heeft echter deze punten niet laten onderzoeken. Nu voor een deel van de beschuldiging een wel geverifieerde verklaring door verdachte is afgelegd, voor een ander deel nader onderzoek ontbreekt, en niet kan worden vastgesteld dat er mogelijk illegale bronnen van inkomsten zijn, dient verdachte te worden vrijgesproken van feit 2. Daaraan kan niet afdoen dat verdachte geen administratie of bonnetjes heeft overgelegd.
5. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage III vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
in de periode van 24 november 2019 tot en met 24 juni 2020 in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, zonder erkenning, heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens en munitie van categorie II en categorie III, van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6. De strafbaarheid van het feit
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8. Motivering van de straffen en maatregelen
8.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor dedoor hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd, maar wel gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Vooropgesteld moet worden dat de rechtbank -anders dan de officier van justitie- het onder feit 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht, maar feit 1 wel. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onderhandelen over de verkoop en levering van (vuur)wapens en munitie. Vuurwapens vormen niet alleen een groot gevaar voor personen tegen wie deze worden gebruikt, maar dragen ook in hoge mate bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Het zijn niet alleen de personen die de wapens gebruiken of bij zich dragen die deze gevoelens veroorzaken, maar ook degenen die kennelijk de beschikking hebben over wapens en als (onder)handelaar optreden. Zij maken het gebruik van (zware) vuurwapens mogelijk.
De rechtbank weegt een aantal omstandigheden in strafverzwarende zin mee. Ten eerste blijkt uit de chatberichten dat verdachte ook heeft gehandeld in zwaardere wapens, namelijk handgranaten en (semi)automatische wapens. Verdachte heeft op geen enkel moment openheid van zaken gegeven over dit feit en de rechtbank krijgt hierdoor geen inzicht in de houding van verdachte ten opzichte van dit soort feiten. Daarnaast heeft het bewezenverklaarde gedurende een lange periode plaatsgevonden, een periode waarin verdachte bovendien in de proeftijd liep van een voorwaardelijke invrijheidstelling naar aanleiding van een veroordeling in 2017 voor overtreding van de Wet Wapens en Munitie en deelneming aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om zich wederom bezig te houden met vuurwapens.
Op basis van alle hierboven genoemde omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Deze zal de rechtbank dan ook opleggen.
9. Beslag
Onder verdachte zijn voorwerpen in beslag genomen, die staan vermeld in de beslaglijst die als bijlage II aan dit vonnis is gehecht.
Omdat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde en er geen voorwerpen met betrekking tot feit 1 op de beslaglijst vermeld staan, zal de rechtbank de teruggave van alle voorwerpen gelasten, behalve de Blackberry telefoon onder nummer 79. Over deze telefoon heeft verdachte verklaard dat deze niet van hem is. De rechtbank zal gelasten dat deze bewaard zal worden ten behoeve van de rechthebbende.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
11. Beslissing
Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van dat in strijd met de wet verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte maken.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaren.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af.
Gelast de teruggave aan verdachte van de goederen, genoemd onder de (alleen op de lijst vermelde) itemnummers 1 tot en met 78 en 80 op de in bijlage II opgenomen beslaglijst.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het goed, genoemd onder itemnummer 79 op de in bijlage II opgenomen beslaglijst.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. B.G.L. van der Aa en B.K.M. Thuijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.D.N. Tool, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 november 2022.
bijlage I
Tenlastelegging
Aan de verdachte [verdachte] is ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 24 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder erkenning een of meerdere (vuur)wapens van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of categorie III, heeft vervaardigd en/of heeft getransformeerd en/of in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld en/of heeft verhuurd en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of heeft hersteld en/of heeft beproefd en/of heeft verhandeld en/of heeft onderhandeld over de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens of munitie en/of de transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens of munitie heeft geregeld en/of de overbrenging van wapens of munitie binnen, naar of vanuit een lidstaat van de Europese Unie heeft georganiseerd, van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
( art 9 lid 1 Wet wapens en munitie )
2hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 augustus 2017 tot en met 1 maart 2022, te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
een of meerdere voorwerp(en) te weten
- een of meerdere geldbedrag(en) met een totale waarde van 45.953,06 euro1., in elk geval een groot geldbedrag, en/of
- een Rolex Yachtmaster2. (ter waarde van 14.000 euro) en/of
- een of meerdere geldbedrag(en) met een totale waarde van 64.246,35 euro3., in elk geval een groot geldbedrag, (goednummer 6156883) en/of
- een (motor)scooter (voorzien van kenteken [kenteken 1] )4.(goednummer 5896307) en/of
- een of meerdere voertuig(en) met een totale waarde van 101.900 euro5. in elk geval een groot geldbedrag, (te weten een ML 350 CDI voorzien van kenteken [kenteken 2] en/of een Mercedes-Benz G350 Bluetec voorzien van kenteken [kenteken 3] en/of een Peugeot voorzien van kenteken [kenteken 4] en/of een Volvo voorzien van kenteken [kenteken 5] en/of een Porsche voorzien van kenteken [kenteken 6] en/of een Ford Transit voorzien van kenteken [kenteken 7] ) en/of
- een of meerdere horloge(s) met een totale waarde van 45.650 euro6., in elk geval een groot geldbedrag, en/of
- een geldbedrag van 39.000 euro7., in elk geval een groot geldbedrag, en/of
- een geldbedrag van 5300 euro8., in elk geval een groot geldbedrag, (goednummer 6157088) en/of
- een geldbedrag van 1565 euro9., in elk geval een groot geldbedrag, (goednummer 6157096) en/of
- een geldbedrag van 500 euro10., in elk geval een groot geldbedrag, (goednummer 6157123) en/of
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet,
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond b jo art. 410bis.1 / art 420ter Wetboek van Strafrecht )
Bijlage II
Beslaglijst
Voorwerpen Waarde Datum Beslissing Beslissing
80 1 STK Vorderingen Deponeren
(Omschrijving: [rekeningnummer] | Saldo op bankrekening EUR 64.246,35, RABOBANK)
1. EUR IBG d.d 01-03-2022 500 Deponeren
(Omschrijving: pl1300-2021111263-g6157123)
2 5300 EUR IBG 1-3-2022 5300 Deponeren
(Omschrijving: pl1300-2021111263-g6157088)
3 1565 EUR IBG 1-3-2022 1565 Deponeren
(Omschrijving: pl1300-2021111263-g6157096)
4 1 STK Motorfiets 117 Sv - Vervreemden
(Omschrijving: PL1300-2021111263-5896307, Piaggio Vespa)
6 1 DS Doos 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6157097, Goldland doos met)
7 23 STK Bankbescheiden 400 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160522, 2,5 gulden biljet)
8 14 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160525, 25 gulden biljet)
9 1 STK Bankbescheiden 50 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160527, 25 gulden biljet)
10 20 STK Bankbescheiden Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160528, 25 gulden biljet)
11 3 STK Bankbescheiden 300 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160532, 25 gulden biljet)
12 2 STK Bankbescheiden 160 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160533, 25 gulden biljet)
13 3 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160535, 25 gulden biljet)
15 5 STK Bankbescheiden 75 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160538, 25 gulden biljet)
16 3 STK Bankbescheiden 90 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160539, 25 gulden biljet)
17 4 STK Bankbescheiden 200 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160542, 25 gulden biljet)
18 3 STK Bankbescheiden 150 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160545, 25 gulden biljet)
19 2 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160546, 25 gulden biljet)
20 3 STK Bankbescheiden 450 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160547, 1000 gulden biljet)
21 14 STK Bankbescheiden 700 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160549, 10 gulden biljet)
22 1 STK Bankbescheiden 75 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160550, 10 gulden biljet)
23 2 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160551, 10 gulden biljet)
25 13 STK Bankbescheiden 350 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160553, 10 gulden biljet)
26 2 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160554, 10 gulden biljet)
27 31 STK Bankbescheiden 450 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160555, 10 gulden biljet)
28 22 STK Bankbescheiden 440 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160558, 10 gulden biljet)
29 2 STK Bankbescheiden 70 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160559, 10 gulden biljet)
30 2 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160560, 10 gulden biljet)
31 1 STK Bankbescheiden 175 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160561, 10 gulden biljet)
32 2 STK Bankbescheiden 1800 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160563, 500 gulden biljet)
33 1 STK Bankbescheiden 130 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160565, 100 gulden biljet)
34 1 STK Bankbescheiden 1500 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160566, 100 gulden biljet)
35 1 STK Bankbescheiden 1000 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160567, 1000 gulden biljet)
36 14 STK Bankbescheiden 1120 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160568, 100 gulden biljet)
37 2 STK Bankbescheiden 180 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160569, 100 gulden biljet)
38 4 STK Bankbescheiden 120 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160570, 100 gulden biljet)
39 1 STK Bankbescheiden 280 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160571, 100 gulden biljet)
40 4 STK Bankbescheiden 320 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160573, 20 gulden biljet)
41 3 STK Bankbescheiden 150 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160575, 50 gulden biljet)
42 6 STK Bankbescheiden 600 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160576, 50 gulden biljet)
43 3 STK Bankbescheiden 300 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160577, 50 gulden biljet)
44 4 STK Bankbescheiden 320 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160578, 20 gulden biljet)
45 14 STK Bankbescheiden 700 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160579, 20 gulden biljet)
46 1 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160580, 20 gulden biljet)
47 2 STK Bankbescheiden 70 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160582, Zilverbonnen fl. 2,5)
48 1 STK Bankbescheiden 60 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160583, 1 gulden biljet)
50 2 STK Bankbescheiden 70 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160585, 2,5 gulden biljet)
51 8 STK Bankbescheiden 800 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160586, 1 gulden biljet)
52 1 STK Bankbescheiden 225 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160587, 2,5 gulden biljet)
54 2 STK Bankbescheiden 160 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160589, 2,5 gulden biljet)
56 1 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160591, zilverbon van fl. 1)
57 2 STK Bankbescheiden 200 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160593, 1 gulden biljet)
58 1 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160594, 2,5 gulden biljet)
59 4 STK Bankbescheiden 200 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160595, 5 gulden biljet)
60 1 STK Bankbescheiden 20 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160596, 0,25 gulden biljet)
61 25 STK Bankbescheiden 750 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160598, 1 gulden biljet)
62 1 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160599, 2,5 gulden biljet)
63 1 STK Bankbescheiden 200 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160601, ., merk: 1 gulden biljet)
64 5 STK Bankbescheiden 75 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160601, zilverbonnen fl. 2,5)
65 1 STK Bankbescheiden 75 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160603, 10 gulden biljet)
66 1 STK Bankbescheiden 65 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160605, 10 gulden biljet)
67 3 STK Bankbescheiden 150 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160606, 2,5 gulden biljet)
68 5 STK Bankbescheiden 440 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160607, 1 gulden biljet)
69 5 STK Bankbescheiden 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6160608, 1 gulden biljet)
70 2 STK Ring 700 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6157125, Goud, merk: Zegelring)
73 21 STK Muntenalbum 100 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6157163)
76 1 STK Schilderij 150 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6157181, met lijst, pot, ui)
78 1 STK Schilderij 150 Deponeren
(Omschrijving: PL1300-2021111263-6157183, met lijst, wijnglas)
79 1 STK GSM 117 Sv - Vervreemden
(Omschrijving: PL1300-2021111263-G6157173, blackberry)
[---]
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---]
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---] | [---] | [---] | [---] |
[---] | [---] | [---] | [---] |
Uitspraak 03‑08‑2022
Inhoudsindicatie
SkyECC zaak. Proces-verbaal ter terechtzitting met beslissingen in het onderzoek Amirante.
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/053620-22
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde rechtbank, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, op 3 augustus 2022.
Tegenwoordig zijn:
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mr. J. Huber en mr. A.C.J. Klaver, rechters en
mr. A.D.N. Tool, griffier
Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.A. van der Vlugt, officier van justitie.
De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte antwoordt op de vragen van de voorzitter, gesteld ten behoeve van het vaststellen van de identiteit van de verdachte, te zijn:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] op [geboortedag] 1977,
wonende op het [adres] ,
thans gedetineerd te: [detentieplaats]
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.
De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op wat hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden is verplicht.
Met instemming van de officier van justitie, de verdachte en de raadsman, wordt het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van de terechtzitting van 18 mei 2022.
De voorzitter maakt melding van hetgeen sinds de vorige terechtzitting is gebeurd. De zaak is verwezen naar de rechter-commissaris om te beslissen op de onderzoekswensen, omdat op de zitting van 18 mei 2022 geen tijd was om deze te kunnen bespreken. Op 7 juni 2022 heeft de verdediging een schriftelijke reactie ingediend. Op 12 juni 2022 heeft het Openbaar Ministerie hierop gereageerd en op 13 juni 2022 heeft de rechter-commissaris beslist en de onderzoekswensen afgewezen. Hierna is er e-mailcorrespondentie ontstaan en heeft de raadsman een bezwaarschrift ingediend tegen de beslissing van de rechter-commissaris. Dit bezwaarschrift heeft hij later weer ingetrokken, omdat het maken van bezwaar op grond van artikel 182 Sv in deze fase van de zaak niet mogelijk was. Vervolgens is bepaald dat de zitting van vandaag een regiezitting zal worden.
Op 12 juli 2022 heeft de raadsman een brief aan de rechtbank geschreven met daarin zijn standpunt over de onderzoekswensen voor de zitting van vandaag. Op 27 juli 2022 heeft de officier van justitie hierop gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 1 augustus 2022 aan de officier van justitie en de raadsman medegedeeld dat zij beiden maximaal een half uur spreektijd krijgen, gezien de hoeveelheid schriftelijke standpunten die inmiddels zijn uitgewisseld. Ook heeft de rechtbank de raadsman gevraagd of hij de beslissing van 17 juni 2022 in de door hem aangehaalde zaak van mr. Reisinger kon verstrekken. De raadsman heeft hierop geantwoord dat hij die beslissing nog niet in zijn bezit had, maar dat de onderzoekswensen in die zaak zijn afgewezen.
Daarnaast is een brief van het Landelijk Parket van 2 juni 2022, die in verschillende zaken waarbij SkyECC een rol speelt is verstrekt, in het dossier gevoegd. Dat geldt ook voor een rapport van het NFI van 22 juni 2022, waarin uitspraken worden gedaan over de volledigheid en correctheid van de verkregen SkyECC data. Op 2 augustus 2022 is nog een aanvulling op het procesdossier verspreid met betrekking tot de witwasverdenking. Tot slot heeft de officier van justitie vanochtend een proces-verbaal verspreid waaruit blijkt dat er is gevorderd om gegevens uit het onderzoek [onderzoek 1] in het onderzoek [onderzoek 2] te mogen gebruiken. Een stuk van de rechter-commissaris waaruit de toestemming hiervoor blijkt, ontbreekt nog. De officier van justitie heeft daarnaast medegedeeld dat ook de toestemming ex artikel 126dd van de zaaksofficier van justitie in het onderzoek [onderzoek 1] later in dit dossier zal worden gevoegd.
De officier van justitie voert het woord als volgt:
Het klopt dat er nog geen stuk van de rechter-commissaris met diens toestemming is. De toestemming is verwoord in het proces-verbaal van de politie dat ik vanochtend heb gestuurd. Dat is de manier waarop ze dat doen, zo heb ik begrepen van collega’s die zich met het onderzoek [onderzoek 1] bezighouden.
De raadsman laat zich uit over de onderzoekswensen en verzoekt om schorsing van de voorlopige hechtenis. Hij voert daartoe het woord overeenkomstig de pleitnota, die hij per e-mail heeft verzonden en die aan dit proces-verbaal is gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
In aanvulling op de pleitnota voert de raadsman het woord als volgt:
De machtiging van de rechter-commissaris in deze zaak willen wij graag hebben. Het OM kan wel zeggen dat zij het normaal gesproken middels een proces-verbaal van politie doen, maar wij moeten gewoon kunnen controleren of het volgens de regelen der kunst gaat.
U, voorzitter, merkt op dat de politie een proces-verbaal van bevindingen heeft gemaakt over het witwassen naar aanleiding van het verhoor van cliënt. Ik heb dat proces-verbaal niet gelezen. Mr. den Riet is degene op mijn kantoor die alles leest. U houdt mij het proces-verbaal voor en u leest voor dat de politie concludeert dat het niet anders kan dan dat het geld uit misdrijf afkomstig kan zijn. Ik vind wel dat het OM moet kunnen aanwijzen waar het geld dan mee verdiend zou zijn. De officier van justitie wilde dat mijn cliënt verhoord zou worden, daarom hebben wij weer antwoord gegeven op de vragen van de politie. Dat waren allemaal concrete vragen en cliënt heeft ook concreet geantwoord. Ze kwamen met specifieke auto’s en daar zijn ook namen bij genoemd, dus hoezo zou het niet concreet zijn? Het is gewoon een proces-verbaal dat ik wel vaker zie. Bij de politie zeggen ze dat ze er niks van snappen. Zij snappen het wel, maar zij hebben een witwasverdenking omhoog te houden en zij moeten cliënt van de officier van justitie horen. Er zijn in elk geval geen ernstige bezwaren. Het OM moet straks aan uw rechtbank gaan uitleggen waar de witwasverdenking vandaan komt. We zijn inmiddels vijf maanden verder en de ernstige bezwaren zijn aangenomen, maar ik wil wel dat u er kritisch naar kijkt. U toetst marginaal, maar de discussie is absoluut niet marginaal. De witwasverdenking is niet meer dragend voor de voorlopige hechtenis.
Als u de onderzoekswensen afwijst, dan vervalt het argument dat er geen zicht is op een inhoudelijke behandeling. Maar zelfs als u geen enkele onderzoekswens honoreert, dan is het alsnog de vraag of de inhoudelijke behandeling wel op 18 oktober 2022 kan plaatsvinden. De discussie over de rechtmatigheid van de SkyECC operatie wordt in verschillende landen op het scherpst van de snede gevoerd. Het zou kunnen dat er in een andere zaak een nieuw feit aan het licht komt. Dat is eerder gebeurd, waarna veel zaken stil kwamen te liggen. We hebben u ook al gewezen op zaken met grotere verdenkingen dan in deze zaak, waarin verdachten wel geschorst zijn.
De voorzitter deelt mee dat de rechtbank zelf nog vragen heeft, maar dat zij die pas wil stellen nadat de officier van justitie heeft gereageerd. De rechtbank wil alvast wel opmerken dat zij concreet gaat kijken wat er in dit onderzoek nog nodig is. De rechtbank heeft gemerkt dat de raadsman steeds – ook vandaag weer – stukken van collega-advocaten in deze zaak als bijlage toevoegt en verzoekt om deze als gevoegd en ingelast te beschouwen. Dat kan de rechtbank niet zomaar doen. De raadsman zal concreet moeten aangeven welke punten in dit onderzoek nog van belang zijn, omdat de rechtbank moet weten waarop zij nog een beslissing moet nemen.
De raadsman voert het woord als volgt:
Er is een groep op WhatsApp met advocaten die zich hiermee bezighouden, daarom wordt het gedeeld. Wat wij aan u toesturen, is ook in deze zaak van belang.
De oudste rechter merkt op dat het document met de pleitnota van de raadsman in totaal 140 pagina’s is, terwijl de pleitnota zelf maar elf pagina’s beslaat. Daarin heeft de raadsman twee punten uit de pleitnota van Reisinger aangehaald. De rechtbank gaat ervan uit dat de raadsman deze punten prangend vindt, maar wil wel graag van hem weten of de rest van de 140 pagina’s alleen de pleitnota van Reisinger met bijlagen is.
De raadsman voert het woord als volgt:
Volgens mij zitten er ook nog stukken over Sky bij. U, oudste rechter, zegt mij dat dat lastig is, omdat ik daar in mijn pleitnota niet naar heb verwezen en u vraagt mij wat er relevant aan is. Ik heb tien tot vijftien minuten nodig om dat voor u op een rij te krijgen. U merkt op dat het mijn eigen stuk is. Dat is waar maar het wordt op mijn kantoor geproduceerd.
De jongste rechter vraagt mij wat voor machtigingen en stukken van de rechter-commissaris ik nog wil hebben. Het gaat alleen om de link tussen [onderzoek 1] en [onderzoek 2] . Dat is de aanvullende toestemming om de gegevens te mogen analyseren.
De officier van justitie voert het woord als volgt:
Ik heb eerder toegezegd dat de raadsman inzage kan hebben in de volledige datasets van de SkyECC accounts die aan verdachte worden toegeschreven. Ik heb nog niet begrepen dat hij daar een afspraak voor heeft gemaakt. Op mijn vraag hoor ik de raadsman antwoorden dat hij nog steeds inzage wil in deze datasets. Ik wil hem bij deze verzoeken om zo snel mogelijk de afspraak bij de politie te maken, zodat hij inzage kan hebben.
De officier van justitie voert het woord overeenkomstig het schriftelijk overgelegde standpunt, dat aan dit proces-verbaal is gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
In aanvulling op het schriftelijk standpunt voert de officier van justitie het woord als volgt:
Op 22 juli 2022 heeft het gerechtshof Den Haag een beslissing gepubliceerd in een Encrochatzaak die wat mij betreft relevant is voor deze zaak, ook in het licht van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht. Het betreft het arrest ECLI:NL:GHDHA:2022:1342. Dit is het onderzoek Finland. Het gaat weliswaar over Encrochat en niet over SkyECC, maar het Hof geeft wel een duidelijk besliskader voor dit soort zaken. Als je dat kader toepast op deze zaak, dan moet je in de eerste plaats constateren dat [onderzoek 1] niet het voorbereidend onderzoek van [onderzoek 2] is geweest. Dat zijn verschillende onderzoeken. Ik ben het eens met de raadsman dat er een rechtsgevolg verbonden kan worden aan onrechtmatigheden en/of vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, als die van bepalende invloed zijn geweest op het opsporingsonderzoek en het vervolgen van deze verdachte. Dat is hier echter niet het geval en daar zijn ook geen aanwijzingen voor. Er moet ook een onderscheid worden gemaakt tussen een vormverzuim dat een bepalende invloed heeft gehad, of het vorige onderzoek dat een bepalende invloed heeft gehad. Er zijn geen aanwijzingen voor een dergelijk vormverzuim. Ook is er geen noodzaak tot het voegen van nadere stukken. Het pleidooi van de verdediging van vandaag, geeft deze noodzaak evenmin.
Ten overvloede wordt in de zaak Finland ook nog gewezen op het vertrouwensbeginsel. De interceptiebevoegdheden zijn op basis van Franse wettelijke bevoegdheden en door de Franse autoriteiten ingezet. Dat maakt dat het vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat er geen noodzaak is tot het voegen van nadere stukken.
De verdediging heeft ook aangehaald dat volgens het EHRM ‘the proceedings as a whole’ fair moeten zijn. Ik ben van mening dat de EHRM-jurisprudentie wordt gedenatureerd als dat volgens de verdediging betekent dat alle onderzoeken die aan een bepaald onderzoek ten grondslag liggen of waar informatie uit gebruikt is, allemaal moeten worden getoetst of die ‘fair’ zijn geweest. Het gaat om the proceedings as a whole, dat is iets anders.
Het is natuurlijk wel zo dat de zaak, met alle brononderzoeken die daar betrokken bij zijn, best gecompliceerd is. Er zijn meerdere verwante onderzoeken in meerdere landen geweest. Daarom is er ook een JIT-overeenkomst gesloten. Er staan verschillende onderzoeken die voortvloeien uit hetzelfde brononderzoek in verschillende fases op zitting, ook weer in meerdere landen. In de visie van het OM betekent dat dat er een groot risico is op ruis. Om die ruis weg te nemen, zijn er meerdere toelichtingen gegeven door het OM en zijn er ook veel stukken verstrekt. Het zijn meer stukken dan strikt noodzakelijk zou zijn. Dat is gedaan om transparant te zijn en om ruis weg te nemen, maar dat is niet hetzelfde als dat het noodzakelijk is om alles te verstrekken.
Dat de toestemming door de rechter-commissaris is gegeven en hoe dat precies is gegaan, is opgenomen in het proces-verbaal dat vandaag is verstrekt. Het was mooi geweest als het er eerder lag, maar het ligt er nu. In de visie van het OM is dat voldoende. Er wordt gesproken van toestemming door de rechter-commissaris, niet van een machtiging. Misschien neemt dat ook een misverstand weg. Ik ga ervan uit dat het ambtsedig proces-verbaal voldoende is voor de toestemming.
De oudste rechter merkt op dat de rechtbank de bijlagen bij de schriftelijke stukken niet als ingelast en voorgehouden beschouwt. Ten aanzien van de meest recente brief van Reisinger heeft de raadsman specifiek aangegeven welke twee punten belangrijk zijn in deze zaak. Ten aanzien van de overige bijlagen heeft de raadsman dat niet gedaan. Als hij dat niet doet, dan kan de rechtbank er geen kennis van nemen.
De voorzitter vult aan dat de rechtbank wil voorkomen dat het als gevoegd en ingelast beschouwen van stukken van andere advocaten een beweging wordt. Er zullen op een gegeven moment knopen moeten worden doorgehakt, ook in het belang van verdachte die recht heeft op een spoedige berechting. Daarnaast is het tijdens de schorsing van de zitting wellicht ook belangrijk dat de raadsman kennis neemt van het meest recente verhoor van verdachte en het daaropvolgende proces-verbaal van bevindingen.
De raadsman voert het woord als volgt:
Daar hoef ik niet naar te kijken. Ik weet wat ik ervan vind.
Op vragen van de voorzitter: U merkt op dat ik om het horen van een zeer groot aantal getuigen heb verzocht, maar dat ik ook heb aangegeven dat niet alle getuigen in elke groep gehoord hoeven worden. U merkt op dat het niet aan de rechtbank is om daar een selectie in te maken en u vraagt mij of ik concreet kan maken welke getuigen er precies moeten worden gehoord. Ik kom daar straks op terug, dat moet ik in alle rust bekijken. U vraagt mij naar de datasets. Ik zal een afspraak maken bij de politie voordat mijn vakantie begint.
De jongste rechter vraagt mij naar de JIT-overeenkomst, omdat ik die als onderzoekswens heb opgegeven terwijl dat deze al als bijlage bij één van mijn stukken zit. Dat klopt, maar ik wil deze gevoegd hebben. Wij gaan er namelijk van uit dat er op korte termijn nog wel ontwikkelingen zullen zijn. Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland. Als er mogelijk getuigen worden gehoord, kunnen we die confronteren met de JIT-overeenkomst. In België was er een rechter die ook van alles hierover wilde weten. Het zou kunnen dat het OM vindt dat het een fishing expedition is, maar elke keer blijkt in een Belgische strafzaak of een Frans verhoor dat de gang van zaken toch net iets anders is dan dat het OM ons heeft voorgehouden.
De voorzitter vraagt mij naar de onderzoekswens waarin ik vraag om alle andere documenten met betrekking tot de samenwerking tussen Nederland, België en Frankrijk, in het licht van de brief van het OM van 2 juni 2022 met 500 pagina’s aan bijlagen. Als het OM zegt dat dit alles is, dan hoeft het niet meer. Maar ik houd rekening met het feit dat het weleens anders zou kunnen zijn en dan zitten we op 18 oktober weer in dezelfde situatie. De oudste rechter vraagt mij of het alleen stukken betreft waarvan ik vermoed dat ze bestaan, maar het niet zeker weet. Dat klopt.
Ik vraag ook nog steeds om de toestemming van de rechter-commissaris. Als het OM zegt dat voor het overige alles hieromtrent verstrekt is, dan kunt u onderzoekswens 29 op die manier interpreteren. U, voorzitter, vraagt mij wat ik bedoel met onderzoekswens 30, over de analyse van de SkyECC data. Dat zit volgens mij achter het proces-verbaal dat gisteren is verstrekt, daarin leggen ze namelijk uit hoe ze bij mijn cliënt zijn gekomen. Deze onderzoekswens trek ik dan ook in. De onderzoekswensen 31 tot en met 33 kunt u ook doorstrepen.
De oudste rechter vraagt mij naar de onderzoekswens onder C, het horen van een deskundige, aangezien er nu een NFI-rapport ligt. Ik moet daar nog even over nadenken, maar ik denk dat u daar geen beslissing over hoeft te nemen.
De onderzoekswens onder D, het stellen van prejudiciële vragen, handhaaf ik wel. U merkt op dat hierop al in veel zaken is beslist, dat gezegd wordt dat het te prematuur is en dat de verplichting om prejudiciële vragen te stellen alleen bij de hoogste rechter ligt. Ik refereer mij aan uw oordeel, maar ik wil wel dat er iets over op papier komt.
De rechtbank beveelt een onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting voor ongeveer 15 minuten, om de raadsman de tijd te geven voor het voorbereiden van een reactie.
De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin het zich voor de onderbreking bevond.
De raadsman voert het woord als volgt:
Ten aanzien van de getuigen verzoek ik enkel nog om de getuigen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] (de deskundige van het NFI). Ik verwijs naar pagina 22 van het vandaag ingebrachte stuk van Reisinger. Daarnaast neem ik hetgeen Reisinger verzoekt onder 2, onder A tot en met F, over. De oudste rechter constateert dat hierbij zaaksdossiers staan vermeld waarvan ik eerder heb gezegd dat ik deze niet meer hoef te hebben. De dossiers in de zaken [onderzoek 3] , [onderzoek 4] en [onderzoek 1] wil ik wel nog steeds. Voor zover u heeft opgevat dat ik deze niet meer hoef te hebben, is dat een misverstand.
Verder zijn ten aanzien van het stuk van Reisinger de pagina’s 22, 23, 25 en 27 (tot aan ‘omvang van het deskundigenonderzoek’ van belang. Op dit moment heb ik geen behoefte aan het horen van een deskundige. Als er iets gebeurt waardoor ik van mening verander, dan hoort u dat van mij.
De voorzitter deelt mee dat de rechtbank geen kennis zal nemen van de overige bijlagen.
De raadsman voert het woord als volgt:
Wij hebben de chats toch al op een stick op kantoor. Dat heb ik nagevraagd. Als het anders is, dan zal ik mij melden.
De voorzitter merkt ten aanzien van de toestemming van de rechter-commissaris op dat het Openbaar Ministerie vandaag zelf heeft verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag waarin ook wordt gezegd dat het proces-verbaal van de rechter-commissaris met de toestemming dient te worden verstrekt. De voorzitter verzoekt de officier van justitie om dit mee te wegen bij zijn standpunt hierover. Daarnaast verzoekt zij de officier van justitie om een standpunt in te nemen ten aanzien van de JIT-overeenkomst, die wel al bij de stukken lijkt te zitten maar formeel nog niet gevoegd is.
De oudste rechter merkt op dat ten aanzien van feit 2, de witwasverdenking, mogelijk sprake is van dubbelingen. Zij verzoekt de officier van justitie om, in elk geval tijdens maar bij voorkeur vóór de inhoudelijke behandeling, een standpunt in te nemen over de voorwerpen die als witgewassen worden beschouwd. Het zou daarbij ook prettig zijn als per voorwerp verwezen zou worden naar een bewijsmiddel.
De officier van justitie voert het woord als volgt:
Ik kan u in elk geval zeggen dat de op de dagvaarding genoemde kunst niet is in beslag is genomen, omdat na taxatie bleek dat de waarde van de kunst er niet toe heeft geleid dat die is meegenomen. Ik zal in elk geval noteren dat ik tijdens de inhoudelijke behandeling terug zal komen op de overige voorwerpen die op de dagvaarding worden genoemd.
De raadsman voert het woord als volgt:
De officier van justitie vraagt mij of hij mag aannemen dat het bestuderen van de chats niet heeft geleid tot het verzoek om meer stukken te voegen. Dat mag u nog niet aannemen, want we moeten het heel goed bekijken.
Ten aanzien van mijn repliek wijs ik opmijn eerdere schriftelijke stukken. Of de SkyECC operatie rechtmatig is geweest, verdient ook aandacht, maar daar hoor ik de officier van justitie niet over. Ik heb alleen de chatberichten en verder helemaal niks. Op bewijstechnisch gebied vind ik daar iets van. Maar ook als u deze berichten wel meeneemt, dan vind ik dat het moeilijk is om ernstige bezwaren te blijven aannemen. Over het witwassen bestaat discussie. Ik realiseer mij dat dat niet het zwaartepunt is van deze zaak, maar het wordt wel meegenomen in het beeld dat van mijn cliënt wordt geschetst als het gaat over zijn strafblad. Ik ben bij het laatste verhoor geweest en u ziet daarin dat mijn cliënt, zo goed en zo kwaad als het gaat, concrete antwoorden probeert te geven.
De officier van justitie heeft het over ruis die hij met het verstrekken van stukken wil wegnemen. Het is geen ruis, maar een rookgordijn. Ik ben er op een gegeven moment achter gekomen dat de Nederlanders de interceptietool hebben ontwikkeld. Het OM zei toen tegen mij dat ik gelijk had, want het staat er. Maar eerst zeiden ze dat het niet zo was. Dus hoe kan het OM zeggen dat mijn cliënt niet concreet antwoordt over de witwasverdenking, terwijl het OM zelf ook zwabbert als het gaat om de SkyECC hack? Dat is meten met twee maten en niet magistratelijk. Je moet feitelijk kijken wat er is gebeurd. Cliënt heeft van meet af aan gezegd dat hij geen administratie had. Wij maken een administratie, maar in de wereld van cliënt is dat anders. Waarom wordt er dan nog een punt van gemaakt? Het is aannemelijk dat de verklaring van mijn cliënt juist is, maar vervolgens wordt het bij de beoordeling van de ernstige bezwaren in zijn nadeel uitgelegd.
De officier van justitie voert het woord als volgt:
De vraag of het OM volledig is geweest, is voor de raadsman een retorische. Het antwoord daarop is: meer dan volledig, als het gaat om hetgeen noodzakelijkerwijs moet worden toegevoegd. Dat betekent natuurlijk niet dat alle documenten uit [onderzoek 1] gevoegd zijn, maar ik denk ook niet dat er iemand is die daarvan uitgaat. We zijn meer dan volledig geweest, maar het is niet alles. De toestemming van de rechter-commissaris om de stukken uit [onderzoek 1] in [onderzoek 2] te mogen gebruiken, blijkt uit het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal dat vandaag is verstrekt. Ik heb niet gehoord waarom het noodzakelijk zou zijn om aan die bevindingen te twijfelen. Het is natuurlijk wel anders gelopen in Encrochat. U wijst terecht op het arrest van het Gerechtshof Den Haag, maar wat mij betreft is deze zaak anders.
Dan de JIT-overeenkomst. Er is een stuk bij een tijdlijn van mr. Jansen gevoegd, dat zou de JIT-overeenkomst zijn. U kent het standpunt van het OM ten aanzien van het verstrekken van de JIT-overeenkomst. Ik kan niet opmaken of het stuk bij de tijdlijn de echte JIT-overeenkomst is. Gelet op het standpunt van het OM over verstrekking van de JIT-overeenkomst, vind ik niet dat we dat moeten gaan verifiëren. In dat geval verstrekken we namelijk via een omweg alsnog die overeenkomst. Als de advocaat zijn stukken wil laten voegen, dan moet hij daarom verzoeken en dan zal het onderdeel uitmaken van het dossier. Er is echter geen aanleiding om er een ander standpunt over in te nemen.
Over de voorlopige hechtenis is al veel gezegd. Het is bij witwassen nu eenmaal zo dat in de stappenplannenjurisprudentie staat vermeld dat de verklaring van verdachte ook verifieerbaar moet zijn, naast het feit dat deze niet onaannemelijk moet zijn. Ik kan niet anders dan zeggen dat de verklaring van verdachte niet verifieerbaar is. Ik nodig de verdediging uit om de politie en het OM te vertellen hoe één en ander geverifieerd kan worden. Dat is ook de achtergrond geweest van het laatste verhoor, maar ook daar werd een verklaring afgelegd die niet of nauwelijks verifieerbaar is.
De raadsman zegt dat de verdenking van wapenhandel alleen gebaseerd is op de SkyECC chats, maar dat is niet zo. Het is de informatie uit de SkyECC chats, plus de informatie waaruit blijkt dat het verdachte is die achter de betreffende SkyECC accounts zit. Het bewijs bestaat feitelijk uit twee componenten: wat is er gebeurd en wie is daar verantwoordelijk voor? Voor wat betreft de vraag wie er verantwoordelijk voor was, zijn het juist niet alleen de SkyECC chats. Er zijn allerlei bevindingen buiten SkyECC om, maar die wel aan de SkyECC accounts gekoppeld kunnen worden. Daaruit blijkt dat het verdachte was. Voor wat betreft de toedracht en de vraag of wel of geen sprake was van wapenhandel, zijn er wel alleen de chats. Maar die chats zijn wel heel erg concreet. Er zitten ook afbeeldingen bij. We zitten nu nog in de fase van de ernstige bezwaren, maar het zou niet de eerste zaak zijn waarin een Nederlandse rechter beslist dat een delict bewezen kan worden op grond van alleen communicatie. Of het nu gaat om SkyECC, het Dark Web of Marktplaats.
Verder verwijs ik naar de eerdere standpunten van het OM. Er is niets nieuws bijgekomen.
De raadsman voert het woord als volgt:
Ik wil nog één ding opmerken. Tijdens de verhoren hebben wij het OM gevraagd of zij inzicht willen geven in hoe vaak mijn cliënt de afgelopen jaren is klemgereden door al dan niet herkenbare politieauto’s. Daaruit zou immers ook kunnen blijken dat cliënt op geen enkel moment met een wapen of bij een stashplek is aangetroffen. Ik heb daar nog niks over gehoord, maar ik wil het wel gezegd hebben.
De oudste rechter merkt op dat zij dergelijk belastend materiaal in elk geval niet als zodanig in het dossier heeft aangetroffen.
De officier van justitie voert het woord als volgt:
Ik constateer dat dit niet is geformuleerd als onderzoekswens, in die zin zal ik er ook niet op reageren. Ik ga er ook niet van uit dat verdachte eerder is aangehouden met een wapen of iets dergelijks. Ik ga uit van zijn justitiële documentatie.
Nadat de rechtbank in raadkamer heeft beraadslaagd, deelt de voorzitter als beslissingen van de rechtbank het volgende mee:
De rechtbank neemt als uitgangspunt het vertrouwensbeginsel zoals dat al verschillende malen door de rechtbank Amsterdam en andere gerechten in het land is aangenomen. Dat wil zeggen dat de rechtbank erop mag vertrouwen dat het onderzoek naar SkyECC in Frankrijk op de juiste wijze heeft plaatsgevonden.
De raadsman heeft vandaag een aantal van zijn eerder ingediende onderzoekswensen ingetrokken of gewijzigd. De verzochte getuigen/deskundige-verhoren zijn teruggebracht tot drie getuigen en één deskundige.
Ten aanzien van de verzoeken tot het horen van de officier van justitie [naam 1] , de [naam 2] en [naam 3] is naar het voorlopig oordeel van de rechtbank het vertrouwensbeginsel van toepassing. Het onderzoek naar SkyECC heeft in Frankrijk plaatsgevonden, onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten. De Nederlandse rechter toetst het handelen van de Franse autoriteiten in beginsel niet. Er is geen begin van aannemelijkheid dat het onderzoek naar SkyECC feitelijk door Nederland en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten heeft plaatsgevonden. Het verzoek tot het horen van deze getuigen wordt dan ook afgewezen.
Verder is verzocht om de deskundige [naam 4] , de opsteller van het NFI-rapport, te horen, om zijn deskundigheid te kunnen toetsen. De rechtbank wijst dat verzoek af. Er is niet onderbouwd waarom [naam 4] niet deskundig zou zijn. Het NFI-rapport is opgemaakt door de deskundige die is opgenomen in het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen. Dit blijkt uit pagina 25 van het NFI-rapport. Daarmee is zijn deskundigheid gewaarborgd.
De verdediging wil ook technische vragen stellen aan [naam 4] en [naam 3] . De verdediging heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom het stellen van deze technische vragen nog nodig zou zijn in het licht van het NFI-rapport. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
De raadsman heeft in zijn eigen onderzoekswensen onder B verzocht om de verstrekking of voeging van een aantal stukken. De datasets van de SkyECC accounts die aan verdachte worden gekoppeld, heeft hij al in zijn bezit. Voor de overige datasets onder 21 tot en met 23 heeft de verdediging onvoldoende onderbouwd waarom deze verstrekt zouden moeten worden. Deze verzoeken worden afgewezen.
Voor het verzoek om verstrekking dan wel voeging van de JIT-overeenkomst, onder 24 geldt het vertrouwensbeginsel. De rechtbank kan niet vaststellen of de door de raadsman overgelegde JIT-overeenkomst gelijk is aan de originele. De rechtbank ziet echter, gelet op het vertrouwensbeginsel, geen aanleiding om te beslissen dat de originele JIT-overeenkomst aan het dossier dient te worden toegevoegd. Dat geldt ook voor de verzoeken genoemd onder 25 tot en met 27. Deze verzoeken worden afgewezen.
Ten aanzien van de onderzoekswensen genoemd onder 28 en 29 heeft de raadsman toegelicht dat het erom gaat dat de verdediging kan controleren of de rechter-commissaris toestemming heeft gegeven voor het delen van informatie uit het onderzoek [onderzoek 1] in het onderzoek [onderzoek 2] . In het proces-verbaal van 19 juli 2021 staat dat deze toestemming op 3 juli 2021 door de rechter-commissaris is gegeven. De rechtbank ziet het belang van de verdediging om te kunnen controleren of deze toestemming inderdaad door de betreffende rechter-commissaris is verleend. De rechtbank draagt het Openbaar Ministerie op om de betreffende rechter-commissaris een proces-verbaal te laten opmaken waarin wordt bevestigd dat de betreffende toestemming is gegeven. Dit verzoek wordt daarmee toegewezen.
De onderzoekswensen 30 tot en met 34 heeft de raadsman ingetrokken. Daar zal de rechtbank zich dan ook niet over uitlaten. De raadsman heeft verder verwezen naar de brief van mr. Reisinger, die aan de pleitnota is gehecht, en verzocht om de onderzoekswensen van mr. Reisinger onder 2 A tot en met 2 F ook te beschouwen als onderzoekswensen in deze zaak. Die verzoeken worden afgewezen, deels omdat zij in het kader van deze strafzaak onvoldoende zijn onderbouwd en deels op de gronden zoals hiervoor overwogen.
Tot slot heeft de raadsman verzocht om prejudiciële vragen aan het HVJEU te stellen. De rechtbank vindt dat op dit moment te vroeg. Het HVJEU heeft eerder geoordeeld dat een zaak eerst bij de nationale rechter voldoende moet zijn uitgekristalliseerd, voordat prejudiciële vragen worden gesteld. Dit houdt in dat zowel de feiten als de juridische context moeten zijn besproken voordat een rechtbank kan beoordelen of het noodzakelijk is om prejudiciële vragen te stellen. Dit verzoek wordt eveneens afgewezen.
Met betrekking tot de voorlopige hechtenis is de rechtbank van oordeel dat deze moet worden voortgezet. Op dit moment zijn de ernstige bezwaren voor beide feiten aanwezig. Het meest recente verhoor van verdachte van 13 juli 2022 over de witwasverdenking heeft de ernstige bezwaren voor feit 2 niet weggenomen. De recidivegrond is ook nu nog aanwezig. De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het persoonlijk belang van verdachte minder zwaar weegt dan het strafvorderlijk belang. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat de inhoudelijke behandeling op 18 oktober 2022 kan plaatsvinden, gelet op de huidige stand van zaken. Verdachte heeft daarmee zicht op de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak.
De rechtbank:
- Geeft de officier van justitie opdracht om de betreffende rechter-commissaris een proces-verbaal op te laten maken, waaruit blijkt dat de rechter-commissaris op 3 juli 2021 toestemming heeft gegeven voor het delen van informatie uit het onderzoek [onderzoek 1] in het onderzoek [onderzoek 2] .
- Wijst de overige onderzoekswensen af.
- Wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
- Schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 18 oktober 2022 om 09.00 uur.
- Zegt verdachte en de raadsman aan om op bovengenoemde datum en tijdstip wederom ter terechtzitting te verschijnen.
- Bepaalt dat voor de behandeling van de zaak op de volgende terechtzitting een dagdeel dient te worden gereserveerd.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.