De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/2.3.5:2.3.5 Het willen beschermen van de koper tegen schuldeisers; een illustratie in het Nederlandse privaatrecht
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/2.3.5
2.3.5 Het willen beschermen van de koper tegen schuldeisers; een illustratie in het Nederlandse privaatrecht
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941803:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4140, NJ 1982/56 (Baarns beslag). Zie hierover uitgebreid p. 2.3.2 van dit hoofdstuk en hoofdstuk 2, deel 2 (publicatie 1), par. 3.2.
E.F. Verheul, commentaar op art. 734 Rv, in: P. Vlas, T.F.E. Tjong Tjin Tai & A.I.M. van Mierlo (red.), Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, Deventer: Wolters Kluwer (actueel t/m 18-08-2022), aant. 2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voorbeeld van een dergelijke belichaming in het Nederlandse privaatrecht vormt het samenspel tussen artikel 505 lid 3 Rv en artikel 734 lid 1 Rv. Normaal gesproken ‘kleeft’ het beslag op een onroerende zaak (zie voetnoot 7) zodra het proces-verbaal daarvan is ingeschreven; als de notariële akte waarbij een onroerende zaak wordt overgedragen aan de koper later wordt ingeschreven dan het proces-verbaal (art. 3:21 lid 1 BW), kan de beslaglegger zijn recht tegen de koper inroepen (art. 505 lid 2 Rv). Artikel 505 lid 3 Rv bepaalt dat in deze situatie de koper desalniettemin aan het langste eind trekt, indien de tussen verkoper en koper opgemaakte leveringsakte eerder is verleden dan de inschrijving van het (proces-verbaal van het) beslag én de leveringsakte uiterlijk één dag na het inschrijven van het beslag wordt ingeschreven. Deze bepaling is geïntroduceerd naar aanleiding van het reeds genoemde Baarns beslag-arrest,1 en beoogt dergelijke situaties te voorkomen. Het idee achter deze bepaling luidt dat in deze situatie aan het belang van kopers dat zij de onroerende zaak verwerven in overeenstemming met de koopovereenkomst (met andere woorden: het belang van een correcte afwikkeling van de (ver)koop), in deze specifieke situatie meer waarde wordt toegekend dan aan het belang van schuldeisers die verhaal zoeken op het vermogen van verkopers.2 Artikel 734 lid 1 Rv sluit toepasselijkheid van artikel 505 lid 3 Rv echter uit, indien het gaat om een schuldeiser die een leveringsbeslag heeft gelegd in plaats van verhaalsbeslag. Met andere woorden: de wetgever heeft het blijkbaar wenselijk geacht om, in deze situatie, de koper (C in ons voorbeeld) wél te beschermen tegen (een verhaalsbeslag als belichaming van) contraire verhaalsuitoefening, maar niet tegen (een leveringsbeslag als belichaming van) een contraire beschikkingshandeling.
Een argument voor dit prefereren van kopers boven schuldeisers wordt gegeven in de toelichting op artikel 505 lid 3 Rv. In de context van deze afweging wordt opgemerkt dat: “het belang van kopers en hypotheekhouders in beginsel in zoverre zwaarder weegt dan dat van een beslaglegger, dat voor de koper zijn woning of bedrijfsruimte op het spel staat en hij en de hypotheekhouder in de regel reeds een belangrijk bedrag (de koopsom) in de geblokkeerde transactie hebben gestoken, terwijl de beslaglegger er hoogstens de kosten van het beslag bij in kan schieten.” Een ander argument dat genoemd kan worden (en reeds is aangestipt in de vorige paragraaf), vormt het gegeven dat kopers alleen belang hebben bij de onroerende zaak die zij hebben gekocht omdat die onroerende zaak specifieke eigenschappen bezit (de tuin op het westen, de ligging vlakbij het kantoor van mama of papa en basisschool van het kind etc.) die zij waarschijnlijk nergens anders zullen vinden, terwijl het voor verhaal zoekende schuldeisers niet uitmaakt welk rechtsobject te gelde wordt gemaakt; geld is geld.