Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/17.2.4.1:17.2.4.1 Wezen van mandeligheid
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/17.2.4.1
17.2.4.1 Wezen van mandeligheid
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489698:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Berger 2001, p. 127.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het wezen van mandeligheid is gelegen in het afhankelijke karakter daarvan. Ik merk hierbij opdat art. 5:63 waarin het afhankelijke karakter tot uitdrukking komt, van dwingend recht is (zie art. 5:69).1 In geval van verticale splitsing van een erfblijft het onverdeelde aandeel gekoppeld aan de twee nieuwe erven. Daarbij is het naar mijn oordeel – mede nu het nut niet voor alle erven eindigt (art. 5:61) – volstrekt niet van belang of de mandelige zaak geschikt is voor gebruik en/of genot door meer personen of juist niet.
Analoge toepassing van art. 5:76 lid 1 lijkt mij, nu dit door de woorden ‘ten voordele van’ een uitzondering op de hoofdregel vormt, uit den boze.