O&A 2025/24
Civielrechtelijk verbod om te procederen bij de bestuursrechter. Misbruik van bevoegdheid. Evident kansloos beroep? Bevoegdheid burgerlijke rechter. Ontvankelijkheid van de vordering. Onvoldoende bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Uitoefening grondrecht
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:560, m.nt. R.J.N. Schlössels
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/00491
- Noot
R.J.N. Schlössels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14290:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Bestuursprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:560, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1406, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Civielrechtelijk verbod om te procederen bij de bestuursrechter. Misbruik van bevoegdheid. Evident kansloos beroep? Bevoegdheid burgerlijke rechter. Ontvankelijkheid van de vordering. Onvoldoende bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Uitoefening grondrecht
Uitspraak
3.2
De burgerlijke rechter is op grond van art. 112 lid 1 Grondwet bevoegd om van alle geschillen betreffende burgerlijke rechten kennis te nemen. Wanneer een andere rechter bevoegd is kennis te nemen van een geschil, doet dat op zichzelf niet af aan deze bevoegdheid van de burgerlijke rechter. Wel dient de burgerlijke rechter de eiser of verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering of verzoek als de rechtsgang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.