Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.2
9.1.2 Verordening (EU) nr. 1177/2011
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS456484:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011.
Artikel 2, eerste lid bis, Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011. De schuld wordt op grond van artikel 126, tweede lid, sub b, VWEU geacht in voldoende mate af te nemen en de referentiewaarde van zestig procent in een bevredigend tempo te benaderen indien het verschil ten opzichte van die referentiewaarde in de loop van de voorafgaande drie jaren met gemiddeld een twintigste per jaar als benchmark is verminderd.
Artikel 104C, eerste lid, sub b, EG-verdrag; artikel 2 Verordening (EG) nr. 1467/97 (oorspronkelijke versie). Zie par. 7.1.2.
Artikel 2, derde tot en met zevende lid, Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011.
Artikel 11 Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011.
Artikel 11 en artikel 13 Verordening (EG) nr. 1467/97 (oorspronkelijke versie).
Artikel 12, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1467/97 (vgl. oorspronkelijke versie en zoals laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011). Zie par. 7.1.2.
Artikel 12, derde lid, Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011.
Artikel 16 Verordening (EG) nr. 1467/97, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EU) nr. 1177/2011.
Verordening (EU) nr. 1177/2011 wijzigt Verordening (EG) nr. 1467/97 en daarmee het correctieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact over de buitensporigtekortprocedure. De grote lijnen van die procedure, zoals vastgelegd in het VWEU en aangevuld door het Stabiliteits- en Groeipact, blijven gelijk. De Raad beoordeelt de begrotingsdiscipline op basis van het schuld- en tekortcriterium en kan vaststellen dat er sprake is van een buitensporig tekort. In dat geval volgen aanbevelingen. Als de Raad besluit dat daaraan geen effectief gevolg wordt gegeven, dan maant hij de lidstaat aan om maatregelen te treffen. Heeft dat niet de gewenste gevolgen, dan stelt de Raad sancties vast.
De eerste bijstelling van Verordening (EU) nr. 1177/2011 bestaat uit het schenken van meer aandacht aan het schuldcriterium. Het schuldcriterium werd in de praktijk ondergesneeuwd door het tekortcriterium, waardoor de hoogte van de overheidsschuld bij de beoordeling van de begrotingsdiscipline door de Raad niet de rol kreeg die op basis van het VWEU te verwachten was. Onderhavige verordening verandert dit door beide aspecten van de overheidsfinanciën nadrukkelijk te noemen.1 Daarnaast gaat deze verordening in op de vraag wanneer een uitzondering op het schuldcriterium gerechtvaardigd is.2 Dit werd al vaag omschreven in het Verdrag van Maastricht, maar was nog niet geconcretiseerd, terwijl dit voor de uitzondering op het tekortcriterium al in de eerste versie van het Stabiliteits- en Groeipact gebeurde.3
Verordening (EU) nr. 1177/2011 preciseert verder de factoren waarmee de Europese Commissie rekening moet houden bij het opstellen van een verslag indien een lidstaat niet voldoet aan het schuld- of tekortcriterium, op basis waarvan de buitensporigtekortprocedure kan worden ingeluid.4
De belangrijkste wijziging van onderhavige verordening betreft tot slot de sancties in de laatste fase van de buitensporigtekortprocedure. Sinds deze verordening bestaat de sanctie die de Raad aan een lidstaat oplegt nadat is vastgesteld dat er sprake is van een buitensporig tekort en na niet-opgevolgde aanbevelingen en aanmaningen in de regel uit een boete.5 Op grond van Verordening (EG) nr. 1467/97 was de eerst aangewezen sanctie een niet-rentedragend deposito, dat pas na twee jaar werd omgezet in een boete als het buitensporige tekort nog niet was gecorrigeerd.6 De bepalingen omtrent de hoogte van een boete zijn gelijk aan de regelingen die golden voor de hoogte van een niet-rentedragend deposito.7 Maximaal bedraagt de boete een half procent van het bbp.8 De boetes worden toegewezen aan het ESM.9