Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.2.1.1
1.2.1.1 Wetenschappelijke relevantie
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394721:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
A. Hol, Waarom Duits recht?, Ars Aequi, bijzonder nummer Duits recht, juli/augustus 2014, blz. 587.
In gelijke zin A. Hol, Waarom Duits recht?, Ars Aequi, bijzonder nummer Duits recht, juli/ augustus 2014, blz. 586.
K. Zweigert/H. Kötz, Einführung in die Rechtsvergleichung auf dem Gebiete des Privatsrechts, 2e druk, Tübingen 1984.
Th.M. de Boer, Vergelijkenderwijs; de inspiratie van buitenlands recht, WPNR 1992/6033, blz. 42.
R. de Graaff e.a., Woord vooraf, Ars Aequi, bijzonder nummer Duits recht, juli/augustus 2014, blz. 511.
In gelijke zin P.H.J. Essers/O.A.W.J. Janssen, Fiscale GRENSvergelijkingen, Kluwer, 1994, blz. 14.
Th.M. de Boer, Vergelijkenderwijs; de inspiratie van buitenlands recht, WPNR 1992/6033, blz. 40.
Het recht is dynamisch en veranderlijk. Men kan zich afvragen welke richting het recht op moet en op welke wijze het moet veranderen, zich moet aanpassen aan de behoeften van een maatschappij die verandert. In mijn onderzoek benoem ik diverse huidige conceptuele / fundamentele discussiepunten in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Een beproefde manier om vervolgens te onderzoeken hoe veranderingen gestalte dienen te krijgen, biedt de rechtsvergelijking.1 Een rechtsvergelijking kan gemaakt worden tussen verschillende rechtsgebieden binnen een land zelf (bijvoorbeeld het Nederlandse fiscale recht in vergelijking met het Nederlandse strafrecht), of een rechtsvergelijking van hetzelfde rechtsgebied, maar dan tussen verschillende landen. In dit onderzoek staat een rechtsvergelijking van het fiscale stelsel, meer specifiek de winstbelasting van lichamen, met een ander land (Duitsland) centraal. Andere rechtsstelsels hebben reeds bepaalde oplossingen beproefd, of behelzen leerstukken die, zo blijkt, meer flexibel op bepaalde veranderingen in de samenleving kunnen reageren. Indien naar oplossingen of alternatieven wordt gezocht voor bepaalde fiscale vraagstukken kan het dus zinvol zijn om te rade te gaan bij andere rechtsstelsels. Het kan dienen om ideeën op te doen om bepaalde onderdelen van ons eigen systeem (in casu op het gebied van de winstbelasting van lichamen) te ontwikkelen of aan te passen. Anders geformuleerd, het belang van mijn rechtsver- gelijkend onderzoek is dat mijn onderzoek kan dienen als inspiratiebron voor een beter begrip en de (verdere) ontwikkeling van het Nederlandse nationale recht en impliciet ook van het Duitse nationale recht.2 De opvatting van De Boer (die hij ontleend heeft aan Zweigert en Kötz3) toont mijns inziens ook de wetenschappelijke relevantie van rechtsvergelijkend onderzoek. Hij geeft aan dat een rechtsvergelijking leidt tot een vermeerdering van kennis die gebruikt kan worden ter verhoging van de kwaliteit van het eigen rechtssysteem. Naarmate onze rechtsvergelijkende kennis toeneemt, zullen we volgens hem meer alternatieven ontdekken voor de oplossing van de meest uiteenlopende juridische problemen. We leren op deze manier niet alleen de verdiensten en tekortkomingen van ons eigen recht beter kennen, maar we zouden bovendien gebruik kunnen maken van modellen die elders met vrucht worden gehanteerd. Anders geformuleerd: de rechtsvergelijking vergroot de voorraad oplossingen waaruit geput kan worden door degenen die een bijdrage leveren aan de rechtsontwikkeling.4
De Graaff e.a. geven aan dat rechtsvergelijkingen er niet toe hoeven te leiden dat het buitenlandse recht zonder meer wordt overgenomen, maar dat het kan dienen als slijpsteen om het eigen recht te overdenken en te funderen. Dat is niet alleen een taak voor de wetgever en de Hoge Raad, maar ook voor de rechtswetenschap.5 Daarnaast kan door rechtsvergelijkend onderzoek te doen bijvoorbeeld geanalyseerd worden of Nederland uit de pas loopt (in casu ten aanzien van de winstbelasting van lichamen) ten opzichte van andere landen (in casu Duitsland).
De belastingwetenschap is mijns inziens niet meer denkbaar zonder rechtsvergelijking. De internationalisering van het bedrijfsleven, de invloed van het internationale en Europese recht, de discussie omtrent de harmonisatie van belasting en de belastingontwijking van multinationals noodzaken de fiscale wetenschap haar horizon te verbreden.6 Tot slot sluit ik graag aan bij de woorden van De Boer die constateert dat de rechtsvergelijking een groot aantal doelen dient, waaronder het leren kennen van buitenlandse oplossingen met het oog op nieuwe wetgeving in het eigen land.7