Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.3.1.3.d
6.3.1.3.d Zwaardere meerderheid
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649613:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Nowak 2017, p. 232; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 59; Nowak 2020, p. 245. Zie voor voorbeelden Abma e.a. 2017, p. 96-97.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 59 (anders nog Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 350); Abma e.a. 2017, p. 97; Nieuwe Weme 2019, p. 269.
Nowak is een andere mening toegedaan. Hij schrijft dat de hier besproken bepaling in strijd is met art. 2:8 BW en art. 2:114a BW omdat de regeling het de kapitaalverschaffer weliswaar niet formeel belemmert om een onderwerp ter besluitvorming te doen agenderen, maar materieel wel. De versterkte meerderheid is in de praktijk immers vaak nauwelijks haalbaar, aldus nog steeds Nowak. Zie Nowak 2004, p. 676, Nowak 2017, p. 232 en Nowak 2020, p. 246. Op eenzelfde lijn zit Oranje 2012, p. 288.
Een oligarchische clausule die de laatste jaren steeds vaker lijkt voor te komen, is de bepaling waarin staat dat als het bestuur (of de rvc) een bepaald onderwerp op eigen initiatief agendeert, daarover met een gewone meerderheid kan worden besloten, terwijl het besluit, als het op initiatief van een kapitaalverschaffer is geagendeerd, moet worden genomen met een gewone (of verzwaarde) meerderheid die ten minste een derde of de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt.1 Soms wordt hieraan toegevoegd dat als het quorum niet is gehaald maar zich wel een meerderheid vóór het voorstel heeft uitgesproken, een tweede vergadering wordt bijeengeroepen waarin de quorumeis niet geldt.
In de literatuur is de meerderheidsopvatting dat een bepaling zoals hierboven beschreven geen strijd met art. 2:114a/224a BW oplevert omdat de agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer niet belemmerd wordt om een onderwerp dat tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoort, ter stemming te doen agenderen.2 Die opvatting lijkt mij juist.3