Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/6.1:6.1 Redelijkheid en billijkheid als grondslag voor gebondenheid
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/6.1
6.1 Redelijkheid en billijkheid als grondslag voor gebondenheid
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS592064:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 februari 1998, NJ 1998, 493 (Briljant Schreuders/ABP).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het tweede hoofdstuk van dit boek stond de eis van gebondenheid aan de overeenkomst centraal. Het betreft een leerstuk waar traditiegetrouw dissensus de boventoon voert. In de afgelopen jaren hebben op Nederlandse bodem vooral Nieuwenhuis, Hijma en Smits in verschillende richtingen pogingen ondernomen om nieuwe gebondenheidsvisies te ontwikkelen, die tegemoet zouden kunnen komen aan de bezwaren die (terecht) door anderen reeds tegen meer traditionele gebondenheidsvisies waren ingebracht. De visies van deze drie schrijvers bleken echter op wezenlijke punten al evenzeer voor kritiek vatbaar, waardoor de noodzaak (en de ruimte) ontstond om op zoek te gaan naar een nieuwe grondslag voor gebondenheid. Door dit leerstuk opnieuw te doordenken vanuit het in hoofdstuk 1 geconstateerde dwingende en in het maatschappelijk leven gewortelde gedragsnormkarakter van de redelijkheid en billijkheid, werd het mogelijk een alternatieve grondslagvisie te ontwikkelen, die eenvoudig van aard is, geen tegenspraak oplevert met de wet en de gebondenheid verklaart vanuit de gemeenschapsgedachte. In de kern komt die visie erop neer dat gebondenheid niet ontstaat door enige combinatie van wil, verklaring of vertrouwen, maar dat het de rechtsgemeenschap is die — via de rechtsnorm van de redelijkheid en billijkheid — aan partijen de eis van gebondenheid aan het overeengekomene oplegt. De eis van gebondenheid aan de overeenkomst is immers als hier te lande algemeen erkend rechtsbeginsel ("pacta sunt servanda") via art. 3:12 BW binnen de redelijkheid en billijkheid werkzaam, terwijl deze eis stellig ook tot de in dat artikel genoemde, in Nederland levende rechtsovertuigingen behoort. De eis van gebondenheid aan de overeenkomst is, kortom, een algemeen erkende, in de redelijkheid en billijkheid verankerde eis van behoorlijk en fatsoenlijk handelen. Deze eis komt binnen de redelijkheid en billijkheid een zwaar gewicht toe: "redelijkheid en billijkheid verlangen immers in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe. (...)".1