Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.2.1
VI.2.1 Een dwingend karakter...
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS376169:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken 18 905, nr. 6 (MvA), p. 2.
De wet gaat er in art. 2:338 lid 2 BW vanuit dat na het onherroepelijk geworden uitstotingsvonnis de deskundigen aan het werk gaan teneinde de waarde van de aandelen te berekenen. De daadwerkelijke overdracht laat dus in dit wettelijk systeem nog op zich wachten. Met de Hoffmann-uitspraak van de Hoge Raad is deze systematiek verlaten en kan de rechter de prijs bij het uitstotingsvonnis bepalen. De overdracht geschiedt dan direct volgens art. 2:339-2:341 BW en art. 2:338 lid 2 BW mist toepassing.
De geschillenregeling en derhalve ook de wetsartikelen die gaan over de procesrechtelijke aspecten, zijn ingevolge art. 2:25 BW van dwingend recht. Dit houdt onder meer in dat partijen niet tevoren afstand kunnen doen van de bevoegdheid om een uitstotings- of uittredingsvordering in te stellen. Op dit punt verschillen de uitkoop- en de geschillenregelingprocedure, nu art. 2:92a/201a lid 4 BW uitdrukkelijk rekening houdt met de mogelijkheid dat de eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid de vordering in te stellen.1 De geschillen-regeling is dus te allen tijde toegankelijk voor een aandeelhouder in moeilijkheden, al is de toegang wél subsidiair van aard. Art. 2:337 BW bepaalt dat indien de statuten of een overeenkomst een regeling bevatten voor de oplossing van geschillen tussen aandeelhouders, deze regeling toegepast moet worden. Zie § VI.2.2 over art. 2:337 BW.
Het dwingende karakter komt onder meer tot uitdrukking in art. 2:338 lid 2 BW. Nadat het vonnis waarin de uitstoting is bevolen onherroepelijk is geworden, heeft de gedaagde aandeelhouder geen andere mogelijkheid dan zijn aandelen conform de overdrachtsregeling vervat in art. 2:339 tot en met 2:341 BW over te dragen.2 Slechts indien partijen (alsnog) overeenstemming bereiken over een vrijwillige overdracht, kan het geding gestaakt worden. De uittreding kent niet een soortgelijke bepaling, ook is art. 2:338 lid 2 BW niet van toepassing verklaard in art. 2:343 BW. Zodra het vonnis waarin de uittreding werd toegewezen, onherroepelijk is, maar de deskundigen nog bezig zijn met de waardering van de aandelen, kan de aandeelhouder die wil uittreden de operatie nog afblazen, zo lijkt het. Hij is mijns inziens dan wel schadeplichtig en moet de kosten van juridische bijstand van de gedaagde aandeelhouder vergoeden. Ook de kosten die de deskundige mogelijk al gemaakt heeft, komen voor rekening van de eisende aandeelhouder die zich terugtrekt.
Daarnaast kent de geschillenregeling de 'dubbele veroordeling'. Behalve de gedaagde wordt ook de eisende aandeelhouder veroordeeld. Hij wordt verplicht de koopprijs van de aandelen te betalen (bij de uitstoting) of de aandelen te leveren (bij de uittreding). Dit dwingt de eiser mee te werken aan de gedwongen overdracht of overname van de aandelen. Zie § VI.3.6.b.