NJB 2023/825:Arbitrage. Vernietigingsprocedure. Schending van de opdracht. Gezag van gewijsde. Procedureregels. Openbare orde. Goede procesorde. Terughoudendheid. Tussen partijen zijn twee arbitrageprocedures gevoerd. In dit geding wordt vernietiging gevorderd van de arbitrale vonnissen van het tweede scheidsgerecht, op de grond dat het tweede scheidsgerecht het gezag van gewijsde niet in acht heeft genomen van een arbitraal vonnis van het eerste scheidsgerecht. Hoge Raad: Het hof diende te onderzoeken of het tweede scheidsgerecht bij zijn beslissing op het beroep op art. 1059 Rv (arbitraal gezag van gewijsde) de in die bepaling vervatte maatstaf heeft aangelegd, maar niet op welke wijze en met welk resultaat het dat heeft gedaan. Het hof heeft dit laatste uit het oog verloren.