De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.8:6.8 Het onderzoek is waarde-betrokken
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.8
6.8 Het onderzoek is waarde-betrokken
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631735:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerder gaf ik aan dat het bedrijven van rechtswetenschap niet waardenvrij is, maar dat dit allesbehalve bezwaarlijk is zolang die ‘waarden’ maar zoveel mogelijk worden geëxpliciteerd (par. 1.4). Die waarden of (wellicht iets breder) uitgangspunten zijn (mede) bepalend voor de aard en uitkomst van het onderzoek. De keuze om van het bestaande rechtssysteem uit te gaan, om de hoge drempel voor aansprakelijkheid (de ernstig verwijt-maatstaf) als een juiste maatstaf te accepteren en de stelling dat de norm voor aansprakelijkheid van een bestuurder in het kader van een faillissement gelijk is aan de interne norm voor aansprakelijkheid, zijn daarvan voorbeelden.
Ter afsluiting van dit hoofdstuk wil ik nog één door mij gehanteerd normatief uitgangspunt expliciet benoemen. Quasi-bestuurders kunnen in verschillende categorieën worden ingedeeld. Een belangrijk onderscheid dat ik maak is tussen quasi-bestuurders die te goeder trouw deze hoedanigheid hebben verworven (of zich hebben aangemeten) en quasi-bestuurders voor wie dat niet geldt, ofwel tussen degenen die de bestuursautonomie niet schenden en degenen die dat wel doen. Vanuit de overtuiging dat er rechtens een verschil in behandeling behoort te zijn als het gaat om het leerstuk bestuurdersaansprakelijkheid, heb ik in het rechtssysteem, inclusief de beginselen, gezocht naar argumenten op grond waarvan aan – wat ik noem – de quasi-bestuurders niet te goeder trouw, de aanspraak op toepassing van de hoge drempel voor aansprakelijkheid kan worden ontzegd. Doordat zij de bestuursautonomie (bewust) schenden behoort toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf aan hen te worden ontzegd. Zij behoren niet te profiteren van deze schending van de wet. Deze overtuiging is gedurende het onderzoek gegroeid. Ik heb er daarom in hoofdstuk 1 ook bewust geen melding van gemaakt. Op deze plaats doe ik dat wel. Het is evident dat deze ‘keuze’ implicaties heeft voor de wijze waarop het fenomeen quasi-bestuurder door mij wordt benaderd. Die benadering hoeft niet als ‘juist’ of ‘correct’ te worden aanvaard, al volgt deze naar mijn overtuiging wel uit het systeem van de wet en daaraan ten grondslag liggende beginselen, maar ik heb wel minimaal gestreefd naar een consistente toepassing.