De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/5:5 Hoe de rechtsvergelijking geïntegreerd is
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/5
5 Hoe de rechtsvergelijking geïntegreerd is
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS366551:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat betreft de rechtsvergelijking hanteer ik wat men de 'geïntegreerde methode' noemt. Ik heb ernaar gestreefd de inzichten die ik aan buitenlands recht ontleen te verweven in mijn betoog. Er zijn daardoor geen aparte buitenlands recht beschrijvende hoofdstukken. Wel is het natuurlijk zo dat op verschillende plaatsen buitenlands recht toch vrij uitvoerig wordt weergegeven, omdat anders het argument dat ik daaraan wil ontlenen onbegrijpelijk is. De bronnen van rechtsvergelijking hebben per deel en per hoofdstuk een wat uiteenlopend karakter.
Doel en rechtvaardiging van verjaring (deel 1) is een onderwerp dat met name in de doctrine aandacht krijgt. In de wettelijke regelingen staat er — uiteraard — niets over en in rechterlijke motiveringen wordt er wel aan gerefereerd, maar steeds in zodanig korte bewoordingen dat men misschien nog net leert welke rol de rechter aan de verjaring toedicht, maar nooit op welke grond hij dat doet. Heel begrijpelijk overigens, want rechterlijke uitspraken zijn nu eenmaal niet de plek voor abstracte verhandelingen over grondslagen. Gegeven die beperking spitst de rechtsvergelijking zich toe op de literatuur.
In het tweede deel (evaluatie van de Nederlandse verjaringregeling) is dat anders. Voor de nieuwe Nederlandse verjaringsregeling vormen de (nóg nieuwere) Engelse en Duitse verjaringsregels de spiegel bij uitstek. Bij beantwoording van alle acht deelvragen zal daarom steeds in ogenschouw worden genomen hoe op het betreffende punt het Engelse en Duitse recht luidt. In dit hoofdstuk zal er dus wel steeds een vast paragraafje 'Engels en Duits recht' zijn. De rechtsvergelijking zal zich hier niet beperken tot de buitenlandse regelingen, ook de commentaren die zij hebben ontlokt en de (nog schaarse) rechtspraak worden in ogenschouw genomen.
In het derde deel (interpretatie van verjaringsrecht) zal indirect stevig worden geprofiteerd van de in het eerste hoofdstuk verrichte rechtsvergelijking, doordat, zoals ik al schreef, de evaluatie van de verjaringsregeling die in het eerste hoofdstuk met nadrukkelijke aandacht voor buitenlands recht plaatsvindt, zeer bepalend is voor de interpretatie die in het tweede hoofdstuk volgt; er vindt zo 'doorwerking' van de rechtsvergelijking uit het eerste hoofdstuk in het tweede hoofdstuk plaats. Met betrekking tot interpretatieproblemen waarin het buitenlandse recht nog niet via hoofdstuk 1 gekend is, zal dat alsnog gebeuren, zo mogelijk door vergelijking met de Engelse en/of de Duitse pendant van de betreffende bepaling.
In deel vier (twee dogmatische vragen) zal ik beperkt aan rechtsvergelijking doen, omdat daar van buitenlands recht moeilijk vruchten te plukken zijn; ik zal ter plaatse uiteenzetten waarom.