Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.5
1.5 Actualiteit van het onderzoek
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS494229:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Centraal Bureau voor de Statistiek, www.statline.cbs.nl. Deze en hierna te noemen cijfers hebben betrekking op faillissementen van bedrijven, instellingen en natuurlijke personen met een eenmanszaak. Faillissementen van natuurlijke personen zonder eenmanszaak zijn niet inbegrepen.
Brief nr. IZV/2014/44 van de staatssecretaris van Financiën van 16 mei 2014 (aanhangsel Kamerstukken II 2013/14, nr. 1985), V-N 2014/27.22. Hoewel de door de staatssecretaris van Financiën vrijgegeven cijfers niet verder gaan dan 2013, blijkt dat de stijgende lijn in het aantal gedane teruggaafverzoeken en de daarmee gemoeide omvang over de jaren 2009 t/m 2013 wordt ondersteund door cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (www.statline.cbs.nl) met betrekking tot het aantal in die jaren uitgesproken faillissementen.
Wet van 21 december 2016, Stb. 2016, 546 (Fiscale vereenvoudigingswet 2017), art. VI.
Zo zullen de btw-correcties vanwege de introductie van een bewijsvermoeden eerder ontstaan en bestaat de verplichting om op gemaakte correcties terug te komen wanneer mocht blijken dat een vergoeding later toch nog wordt betaald.
Zie onder meer HvJ 26 januari 2012, nr. C-588/10, V-N 2012/11.21 (Kraft Foods Polska), HvJ 4 oktober 2012, nr. C-550/11, V-N 2012/54.14 (PIGI), HvJ 18 oktober 2012, nr. C-234/11, V-N 2012/56.13 (TETS Haskovo), HvJ 29 november 2012, nr. C-257/11, V-N 2013/2.20 (Gran Via Moineşti), HvJ 19 december 2012, nr. C-310/11, V-N 2013/11.15 (Grattan), HvJ 18 juli 2013, nr. C-78/12, V-N 2013/49.16 (Evita-K), HvJ 6 februari 2014, nr. C-424/12, V-N 2014/11.18 (Fatorie), HvJ 13 maart 2014, nr. C-107/13, V-N 2014/16.21 (FIRIN), HvJ 15 mei 2014, nr. C-337/13, V-N 2014/27.21 (Almos), HvJ 17 juli 2014, nr. C-438/13, V-N 2014/40.20 (BCR Leasing), HvJ 3 september 2014, nr. C-589/12, V-N 2014/50.17 (GMAC), HvJ 2 juli 2015, nr. C-209/14, V-N 2015/34.21 (NLB Leasing), HvJ 7 april 2016, nr. C-546/14, V-N 2016/22.14 (Degano Trasporti), HvJ 9 juni 2016, nr. C-332/14, V-N 2016/32.16 (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey), HvJ 16 maart 2017, nr. C-493/15, V-N 2017/17.17 (Marco Identi), HvJ 12 oktober 2017, nr. C-404/16, V-N 2017/51.14 (Lombard), HvJ 23 november 2017, nr. C-246/16, V-N Vandaag 2017/2753 (Enzo di Maura) en HvJ 20 december 2017, nr. C-462/16, V-N Vandaag 2017/3001 (Boehringer).
Zoals de bij het HvJ registreerde zaken met nrs. C-396/16 (T-2), C-660/16 (Achim Kollross) en C-661/16 (Erich Wirtl).
Aan de start van dit onderzoek in 2013 bevond het aantal uitgesproken bedrijfsfaillissementen zich op recordhoogte. In dat jaar werden in Nederland 9.431 faillissementen uitgesproken.1 Dat het aantal uitgesproken faillissementen een graadmeter vormt voor het aantal (en de omvang van de) te maken btw-correcties bij niet-betaling, blijkt onder meer uit het feit dat in datzelfde jaar het aantal btw-teruggaafverzoeken ex art. 29 Wet OB 1968 in 2013 voor het eerst in vijf jaar de grens van 29.000 passeerde.2 Sindsdien heeft zich qua faillissementsaantallen een dalende trend ingezet. In 2016 bedroeg het aantal bedrijfsfaillissementen nog ‘maar’ 5.012. Er bestaat een grote kans dat het aantal btw-correcties op deze neerwaartse spiraal heeft meegelift. Dit betekent echter niet dat het onderwerp van deze dissertatie aan actualiteit heeft ingeboet. Integendeel.
Het onderwerp is actueler dan ooit tevoren. In de eerste plaats heeft art. 29 Wet OB 1968 als onderdeel van het meeromvattende Belastingplan 20173 majeure wijzigingen ondergaan, als gevolg waarvan de regels rondom de btw-correcties bij niet-betaling met ingang van 1 januari 2017 ingrijpend zijn gewijzigd. Deze wijzigingen leiden ongetwijfeld tot een opmars van aantal btw-correcties vanwege niet-betaling4 en daarmee gepaard gaande problematiek. In de tweede plaats is de rechtspraak op het gebied van niet-betaling en btw volop in beweging. Veel arresten van het HvJ op dit gebied zijn gewezen vlak voor en tijdens het verrichten van deze studie. Sinds 2012 heeft het HvJ ruim 15 belangwekkende zaken gewezen die betrekking hebben op de in dit onderzoek centraal staande problematiek.5 Een beperkt aantal zaken was bij de afsluiting van dit onderzoek nog aanhanging.6