NJB 2024/1062:Vormverzuim art. 359a Sv bij stelselmatig inwinnen van informatie art. 126j lid 1 Sv: in casu heeft de politie een dreiging voor de veiligheid van de verdachte, zijn zus en zijn partner geënsceneerd. Het hof heeft nagelaten de juistheid van door de verdediging aangevoerde aspecten omtrent de achtergrondomstandigheden waartegen de inzet van deze bijzondere methoden plaatsvonden en de angst, spanning en stress waartoe deze hebben geleid – welke aspecten in onderlinge samenhang bekeken een schending van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zouden kunnen opleveren – te beoordelen. In dit licht is ook het oordeel van het hof dat in het stadium van het onderzoek waarin de beslissing over de ‘inzetten’ werd genomen ‘geen lichter of ander middel (meer) voorhanden was’, niet zonder meer begrijpelijk. Vordering benadeelde partij: herhaling en toepassing HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793: deze vordering wordt naar het materiële burgerlijk recht beoordeeld. Dat in het strafproces enkele processuele waarborgen van de gewone civielrechtelijke procedure ontbreken, brengt mee dat de strafrechter zich ervan moet vergewissen dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid van de vordering van de benadeelde partij genoegzaam naar voren te brengen. Deze verplichting vergt doorgaans geen zelfstandige aandacht in de motivering van de strafrechter, maar dat kan onder omstandigheden anders zijn. Gederfd levensonderhoud, art. 6:108 lid 1 BW: de Hoge Raad zet het geldende kader uiteen voor de begroting van de vergoeding en processuele aspecten daarvan (eigen onderzoek rechter, nader onderzoek partijen, rechtsbijstand, splitsing van de vordering). Schokschade: herhaling en toepassing HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958. De Hoge Raad verduidelijkt thans dat het bij schokschade in strafzaken gaat om schade die het gevolg is van de hevige emotionele schok die is teweeggebracht door het – jegens een ander gepleegde – strafbare feit, waarbij slechts een rol kunnen spelen de omstandigheden waaronder dit feit en de confrontatie met dit feit of de gevolgen daarvan hebben plaatsgevonden. Gedragingen van de verdachte in de periode nadat dit feit is gepleegd die losstaan van het plegen van dit feit en deze confrontatie, kunnen niet worden aangemerkt als omstandigheden die relevant zijn voor het (als gevolg daarvan) ontstaan van schokschade. Dat geldt in casu voor de omstandigheid dat de verdachte de benadeelde partij om de tuin heeft geleid doordat hij zich in de periode volgend op de bewezenverklaarde doodslag bij verschillende gelegenheden tegenover haar heeft voorgedaan als steun en toeverlaat terwijl zij in een kwetsbare positie verkeerde.