Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.5:5.5 Geen verzet mogelijk tegen de intrekking van een 403-verklaring
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.5
5.5 Geen verzet mogelijk tegen de intrekking van een 403-verklaring
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648833:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De intrekking van de 403-verklaring geschiedt op basis van artikel 2:404 lid 1 BW. De beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid geschiedt volgens de procedure zoals uiteengezet in artikel 2:404 lid 3 tot en met lid 6 BW.
Zie onder meer Hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2009, Bartman 2002-II; Zwemmer 2010 en Zwemmer 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in artikel 2:404 BW opgenomen verzetregeling is alleen van toepassing bij de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid.1 Dat verzet niet mogelijk is tegen de intrekking van een 403-verklaring, is verklaarbaar. De intrekking van een 403-verklaring heeft in beginsel alleen consequenties voor toekomstige schuldeisers. Aan toekomstige schuldeisers hoeft geen verzetrecht of ander rechtsmiddel te worden toegekend. Partijen, die ten tijde van de intrekking als bestaande schuldeisers van de vrijgestelde rechtspersoon kunnen worden aangemerkt, worden beschermd doordat de overblijvende aansprakelijkheid doorloopt.2
Partijen die toekomstige vorderingen op de (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon zullen hebben die voortvloeien uit reeds vóór de intrekking verrichte rechtshandelingen, worden eveneens beschermd. De rechtshandeling waaruit deze vorderingen voortvloeien (bijvoorbeeld het aangaan van een huurovereenkomst) valt onder de reikwijdte van een 403-verklaring. Alle daaruit voortvloeiende vorderingen vallen onder de overblijvende aansprakelijkheid.3