Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.4.2.2
2.4.2.2 Handelen in naam van de maatschap
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS592782:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wie beoogd partij is bij een rechtshandeling wordt beoordeeld aan de hand van de Kribbebijter-formule; zie HR 11 maart 1977, NJ 1977/521(Kribbebijter). Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/104. Voor concrete toepassingen, zie bijvoorbeeld HR 3 december 1971, NJ 1972/117(Jan Luycken): derde mocht aannemen dat werd gehandeld namens de VOF; en Hof Amsterdam 12 mei 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1830(Oase): overeenkomst aangegaan als eigenaar eenmanszaak, niet namens CV. Zie ook Hof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4363(Brunet Advocaten): de advocatenmaatschap, niet een bepaalde vennoot was opdrachtnemer.
Zie 2.5.2 (vermogensscheiding).
Zie over dit voorbeeld ook 2.4.6.2.
Zie 2.4.4.
De woorden ‘voor rekening der maatschap’ in art. 7A:1681 BW mogen worden gelezen als ‘in naam van de maatschap’. A-G Berger in zijn conclusie voor HR 10 april 1942, NJ 1942/501(Bouman/Voorzaat); G.J. Scholten in zijn noot onder HR 3 december 1971, NJ 1972/117 (Jan Luycken); Asser/Maeijer 5-V 1995/105; Mohr/Meijers 2013, § 4.3.1; Tervoort 2015d, nr. 6.2.2.2.
Omdat hij jegens de derde instaat voor zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 3:70 BW), is hij wel schadeplichtig. Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/97 en 161.
Aldus wat dit laatste betreft ook: Drion 1982, p. 5/6.
Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* 2010/106 en 120.
Mohr/Meijers 2009, § 4.6.1. In deze zin ook: Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 94.
In de door mij verdedigde object-benadering, mag handelen ‘in naam van de maatschap’ in de regel worden opgevat als een handelen in naam van de gezamenlijke vennoten van dat moment, als zodanig.1 De toevoeging ‘als zodanig’ is van belang, omdat personen die vennoot zijn ook in een andere hoedanigheid gezamenlijk kunnen optreden, bijvoorbeeld als gezamenlijke erfgenamen. Treden zij in die laatste hoedanigheid op, dan wordt hun handelen vanzelfsprekend niet beheerst door de regels van het vennootschapsrecht. Handelen de vennoten ‘als zodanig’, dan zijn de bijzondere rechtsgevolgen van toepassing die de wet aan handelen in maatschap verbindt, zoals het afgescheiden karakter van het maatschapsvermogen.2
Bij ‘handelen in naam van’ kan het gaan om handelen in eigen naam of (mede) in andermans naam. De handelende persoon wil dat de persoon in wiens naam hij handelt, wordt aangemerkt als partij bij de rechtshandeling. Voor handelen in naam van een maatschap is niet nodig dat de maatschap een naam heeft. Treden de vennoten van een tuindersmaatschap op als ‘Ad en Els de Boer, handelend in maatschap’, dan is dat ook een vorm van ‘handelen in naam van’.3 Hier betekent het dat personen optreden in een hoedanigheid waaraan het recht specifieke rechtsgevolgen verbindt.
Handelen in naam van de maatschap bindt de gezamenlijke vennoten, als dit bevoegd gebeurt. De vennoten kunnen gezamenlijk in persoon optreden. Ook kan sprake zijn van bevoegde vertegenwoordiging. Volgens artikel 7A:1681 BW is voor vertegenwoordiging van een vennoot vereist dat deze daartoe volmacht heeft gegeven. Dit handelen kan alle vermogensrechtelijke rechtshandelingen betreffen die personen gezamenlijk kunnen verrichten, zoals het verkrijgen of vervreemden van goederen, het aangaan van schulden en overeenkomsten, het aanvaarden van vergunningen, etc. Als gevolg van in maatschap verrichte rechtshandelingen kunnen de gezamenlijke vennoten rechthebbende zijn op goederen, schuldenaar van schulden en partij bij rechtsverhoudingen.
De gezamenlijke vennoten als zodanig kunnen ook anders dan door gezamenlijk handelen, of vertegenwoordiging krachtens volmacht, worden gebonden. In de eerste plaats kent Boek 7A BW enkele bijzondere gronden voor persoonlijke aansprakelijkheid van de vennoten van een maatschap.4 Daarnaast kan persoonlijke gebondenheid van vennoten voortvloeien uit de regels van het commune recht, zoals de regels over schijnvertegenwoordiging, middellijke vertegenwoordiging, zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad.
Volgens artikel 7A:1681 BW is de vennoot die onbevoegd in naam van de maatschap handelt, zelf gebonden.5 Dit is opmerkelijk, want volgens de hoofdregel uit het commune recht wordt degene die onbevoegd handelt namens een ander niet geacht pro se te hebben gehandeld en is die persoon dus niet pro se gebonden.6 Bij de vennoot die handelt in naam van de maatschap ligt dat anders, omdat hij niet handelt in naam van een ander, maar mede in naam van een ander. Hij treedt mede op voor zichzelf. Dit verschil rechtvaardigt dat als de andere vennoten onbevoegd vertegenwoordigd zijn, de handelende vennoot zelf in beginsel toch gebonden blijft. Heeft de maatschap twee vennoten, dan is de onbevoegd handelende vennoot voor het geheel verbonden. Ook als dit niet zijn bedoeling is geweest, mag de wederpartij redelijkwijs aannemen dat de handelende persoon toch in elk geval zichzelf heeft willen binden. Deze binding kan aldus uit het commune recht worden afgeleid.7
Een discussie hierover is gevoerd naar aanleiding van het Ontwerp-Maeijer, waarin een equivalent van artikel 7A:1681 BW zonder nadere toelichting achterwege werd gelaten. Volgens Van Olffen mocht de wederpartij er dan niet vanuit gaan dat de handelende vennoot (slechts) zichzelf wenste te binden.8
Volgens Mohr/Meijers mocht de wederpartij dat wel.9 Om de hierboven genoemde reden sluit ik mij bij Mohr/Meijers aan. Dit geldt niet alleen in het geval de handelende vennoot überhaupt geen volmachten van zijn medevennoten heeft. Denkbaar is dat de handelende vennoot wel van enkele, maar niet van alle medevennoten volmacht heeft. In dat geval zijn in beginsel alleen degenen die geen volmacht gaven niet gebonden. Onder omstandigheden kan het leerstuk van de toerekenbare schijn meebrengen dat zij toch gebonden zijn.