Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/2.2.2.2
2.2.2.2 De remedie als juridisch instrument van de gerechtigde
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657390:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De tenuitvoerlegging van vonnissen wordt geregeld in het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en kan direct (bijv. middels executoriaal beslag, zie de artt. 439 e.v. en 502 e.v. Rv) en zijdelings (bijv. middels een lijfsdwang of dwangsom, zie de artt. 585 en 611a Rv).
Hart 2012, p. 40 e.v; Schauer 2019, p. 58, onder verwijzing naar o.a. Skitka 2010, p. 267-281; Tyler 2006, p. 46. Zie ook: Skitka e.a 2021, p. 347-366. Een veroordeling kan ook aanzet geven tot rechtsverwezenlijking door partijen zelf, zie Groeneveld-Tijssens 2015, p. 60.
Zoals bijvoorbeeld wel Polak 1949, p. 43, die de schadevergoeding een ‘sequeel’ van de verbiedbaarheid noemt die beide ‘inhaerent’ zouden zijn aan de civiel rechtsorde, en de kritiek daarop van Van Nispen 1978, p. 16.
Er wordt ook niet te veel achter iedere remedie gezocht. Ieder rechtsstelsel kent zijn eigen remedies en dat stelsel wordt meestal als een gesloten stelsel opgevat. Zie bijv. Van Nispen 2018, p. 9-10; Deurvorst in: GS Onrechtmatige Daad § II.1.2. Dat wordt in Amerikaanse literatuur wel geduid als een uitwerking van het sociaal contract: in een ontwikkelde maatschappij geven wij het recht op eigenrichting op in ruil voor door het systeem ter beschikking gestelde remedies. Zie bijvoorbeeld Goldberg 2005, p. 604; Goldberg & Zipursky 2014, p. 17-37. In zekere zin ook: Gold 2020. Zie ook: Suijling 1928, p. 20 e.v. Zij lijken overigens vooral oog te hebben voor het recht op rechterlijke tussenkomst dat partijen krijgen, maar mijns inziens is een zelf uit te oefenen recht ook binnen die gedachte te brengen: in ruil voor het opgeven van een (ongericht) recht op eigenrichting krijg ik het recht via een bepaalde route alsnog te bewerkstelligen waar ik recht op heb. Denk aan het vereiste dat een vernietigingshandeling aan de wederpartij moet worden gecommuniceerd, zie art. 3:49 BW.
Alle hiervoor besproken ‘remedies’ overziend valt op dat het steeds om een instrument gaat waar de ene partij (de ‘gerechtigde’) gebruik van kan maken om ‘iets’ voor elkaar te krijgen in zijn relatie tot een of meer andere benoemde partijen (de ‘gedaagde’, ‘aangesprokene’ of ‘wederpartij’). Of het nu gaat om een remedie die bestaat uit een bij de rechter in te stellen vordering (zoals die tot schadevergoeding of winstafdracht) of om een buitengerechtelijke remedie (zoals de vernietiging); steeds is het een instrument dat de gerechtigde in staat stelt ‘iets’ voor elkaar te krijgen in zijn relatie tot zijn wederpartij. Dat ‘iets’ kan bestaan uit een zelfstandige wijziging van de rechtspositie (zoals bij de vernietiging), een uitspraak van de rechter (zoals bij de verklaring voor recht) of een veroordeling van de wederpartij door de rechter (zoals bij de schadevergoeding en het bevel).
De inzet van een ‘remedie’ zorgt er dus voor dat tussen gerechtigde en wederpartij iets verandert ten opzichte van de situatie voordat ze is ingezet. Voor de condemnatoire remedies, zoals de schadevergoeding en het rechterlijk bevel, is die wijziging vooral te zien aan de procedurele handhavingsbevoegdheden die de gerechtigde voor de veroordeling niet had.1 Maar ook een niet met zijdelingse dwangmiddelen omklede veroordeling of een zuiver declaratoir vonnis heeft een zeker handhavend effect: van een veroordeling door een rechterlijk college gaat nu eenmaal een zekere normatieve kracht uit die vóór de veroordeling niet bestond.2 De remedies die een gerechtigde eventueel zelf mag inzetten, zoals de opschorting en de vernietiging, vallen tenslotte eveneens binnen deze begripsomschrijving: door de inzet van de remedie verandert de juridische verhouding tussen eiser en gedaagde. Waar de gerechtigde eerst nog verplicht was na te komen, mag hij dat nu geheel of tijdelijk achterwege laten.
Een eerste kenmerk van deze begripsomschrijving is dat de remedie hiermee niet als een natuurlijk uitvloeisel van het rechtssysteem wordt neergezet,3 maar duidelijk wordt omschreven als juridisch instrument dat de eiser in een ontwikkeld rechtssysteem ter beschikking gesteld wordt.4 Wat die remedies dan precies zijn kan van rechtsstelsel tot rechtsstelsel en van moment tot moment verschillen. Een tweede kenmerk is dat duidelijk wordt dat de inzet van de remedie niet is gegeven: het is aan de gerechtigde of ze wordt ingezet of niet. Hoewel dat vrij axiomatisch is – het privaatrecht is vanuit het oogpunt van de gerechtigde nu eenmaal facultatief van aard – is dat wel een belangrijk inzicht: de remedie is een instrument dat de gerechtigde naar eigen inzicht in kan zetten.
Deze omschrijving van de remedie is nog vrij algemeen en neutraal; ze laat bijvoorbeeld nog in het midden of de privaatrechtelijke remedie ingezet mag worden om te bestraffen, genoegdoening te verschaffen, te corrigeren, of om al deze functies te vervullen. Voor een goed begrip van de rol van de remedie in het delictuele aansprakelijkheidsrecht is evenwel een nadere invulling nodig. Met welk doel mogen deze instrumenten worden ingezet? Mag de wederpartij bestraft worden? Mag een remedie worden ingezet om gedrag in de toekomst af te dwingen? Wanneer wel? Wanneer niet? Mag een remedie ingezet worden om derden tot bepaalde gedragingen te bewegen? Waarom wel? Waarom niet? Om die vragen te kunnen beantwoorden verken ik verschillende visies op het delictuele remedierecht en waar de remedie in die visie toe zou mogen dienen (§ 2.3 en § 2.4). Met de aanwijzingen die die verkenning oplevert schets ik daarna de benadering van het delictuele remedierecht die in de rest van deze dissertatie centraal zal staan (§ 2.5).