De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.3:9.2.3 De kosten van verweer van de onderzoeker
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.3
9.2.3 De kosten van verweer van de onderzoeker
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652141:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het risico op de vaststelling van aansprakelijkheid van de onderzoeker in rechte gering is, neemt dit niet weg dat de onderzoeker kan worden bedreigd met aansprakelijkstelling, daadwerkelijk aansprakelijk kan worden gesteld en/of onverhaalbare kosten van verweer maakt. Dat kan het vinden van onderzoekers in de toekomst lastig(er) maken, en de effectiviteit van het enquêterecht onder druk zetten. Onderzoekers kunnen als gevolg hiervan ook verzoeken te worden ontheven uit hun functie. Dat brengt kosten en tijdverlies met zich, voor de rechtspersoon of een ander die de kosten van het onderzoek financiert of voor de onderzoeker. Ook is er het gevaar dat de onderzoeker bij (dreiging met) aansprakelijkstelling handelt conform de wensen van een agressor (par. 3.2.7).
De aansprakelijkheidspositie van de onderzoeker is verbeterd door de inmiddels bestaande verzekeringsmogelijkheden van de onderzoeker (par. 3.2.8.6). In voorkomende gevallen staat de Ondernemingskamer een aantal instrumenten ter beschikking, waarmee de aansprakelijkheidspositie van de onderzoeker verder kan worden verbeterd. Zo kan de Ondernemingskamer druk uitoefenen op de intrekking van een aansprakelijkstelling (par. 3.2.8.2). Zij kan verder gebruikmaken van haar bevoegdheid verboden op straffe van een dwangsom op te leggen (par. 3.2.8.8) en guidance geven aan de onderzoeker (par. 3.2.8.9).
Dat de onderzoeker aansprakelijk kan worden gesteld, is op zich niet problematisch. Dat hij bij (dreiging met) aansprakelijkstelling kosten van verweer maakt, die onder omstandigheden niet kunnen worden vergoed, acht ik van groter belang. Dit is met name aan de orde bij de benoeming van een onderzoeker als een rechtspersoon in financieel zwaar weer verkeert. De rechtspersoon heeft in dat geval geen of onvoldoende middelen om de kosten van verweer van de onderzoeker te financieren (par. 3.3.3).
Tot de kosten van verweer van de onderzoeker reken ik griffierechten, kosten van rechtsbijstand, kosten van verzekering en enkele overige kosten (par. 3.3.2.2). Wordt de onderzoeker veroordeeld in de proceskosten van de eiser, dan mogen die kosten mijns inziens niet worden gerekend tot de kosten van verweer van de onderzoeker (par. 3.3.2.2.3). Art. 2:350 lid 3 BW biedt naar huidig recht mijns inziens geen grondslag voor de vergoeding van de kosten van verweer in een tuchtrechtelijke procedure. Dat gebrek zou de wetgever ter verbetering van de rechtspositie van de onderzoeker moeten helen (par. 3.3.2.5).
De kosten van verweer van de onderzoeker vormen naar mijn mening onderdeel van de kosten van het onderzoek (par. 3.3.2.6). Het bedrag voor de kosten van het onderzoek waarvoor zekerheid is gesteld strekt hierom mede tot zekerheid van de kosten van verweer van de onderzoeker. In par. 2.7.4 stel ik voor om het beheer van het bedrag voor de kosten van het onderzoek waarvoor zekerheid is gesteld bij de Ondernemingskamer te leggen, waartoe dan mijns inziens ook de kosten van verweer van de onderzoeker dienen te worden gerekend.
De onderzoeker kan hiernaast trachten de vergoeding van zijn kosten van verweer veilig te stellen. Een aansprakelijkheidsverzekering of rechtsbijstandverzekering voor de kosten van verweer van de onderzoeker vormt daarbij een belangrijk instrument (par. 3.3.4.3). De uit hoofde daarvan verschuldigde premies kunnen ook worden afgewend op de rechtspersoon (par. 3.3.2.2.5). In faillissementssituaties lukt dat echter niet. Nadere overweging verdient mijns inziens hierom de wettelijke kwalificatie van de kosten van verweer van de onderzoeker als boedelschuld (par. 3.3.4.4) of de instelling van een solidariteitsfonds door de Stichting Rimari (par. 3.3.4.6). Financiering van de kosten van verweer blijft dan uitgaan van de rechtspersoon. Ook zou een regeling kunnen worden overwogen waarin de Staat de kosten van verweer van de onderzoeker draagt in faillissementssituaties (par. 3.3.4.5).